Inleiding In de late Middeleeuwen was de kerk van Rome meer dan ooit een sacra-mentskerk geworden. De bediening van de sacramenten, in het bijzonder het veelvuldig opdragen van de mis, was de centrale spil waar het kerkelijk leven om draaide. Tegelijk was de gemeente steeds verder op afstand komen te staan. Meestal sloeg de gelovige het ‘magische’ ritueel voor in de kerk, waar de priester de heilige handelingen verrichtte, op afstand gade, als een toeschouwer. Ook als er verder geen mensen bij aanwezig waren (er gold een minimumverplichting tot deelname van eenmaal per jaar), moest de priester in principe dagelijks