Zoektocht van een mens op weg
Over het spirituele dagboek van filosoof Louis Dupré
De Belgische filosoof Louis Dupré (1925–2022) – internationaal geroemd om zijn werk over moderniteit en religie – hield jarenlang dagboekaantekeningen bij over wat hem innerlijk bezighield: denken, lezen, bidden, luisteren. Recensent Jan Venderbos verdiepte zich in deze bundel boordevol hersenspinsels – een selectie uit de periode 1971–2008.
Ik ben dol op biografieën en dagboeken. Die liefde begon al veertig jaar geleden met het lezen van Vreemdeling in het paradijs, het dagboek van Henri Nouwen. Het fascineerde me. Nouwen beschrijft daarin zijn ‘time-out’: een verblijf van zeven maanden in een trappistenklooster, waarin hij op zichzelf teruggeworpen werd en zich afvroeg: wat geloof ik nu eigenlijk? Waar ben ik mee bezig in het leven?
Leven in waarheid: de dagboeken van Henri Nouwen
Zelf was ik destijds ook op zoek – naar mijn weg en naar ‘de waarheid’. In de dagboeken van Henri Nouwen (er volgden er meerdere, zoals Gracias) vond ik een medezoeker. Bij deze van oorsprong Nederlandse hoogleraar aan Yale en Harvard lag het accent in zijn zoektocht niet zozeer op kennis of geloofswaarheden, maar op de vraag: hoe leef je in waarheid?
Nouwen richtte zich vooral op zijn eigen geloofservaringen in het dagelijks leven – het geloof als een persoonlijk doorleefde weg, waarin vooral persoonlijke overgave centraal staat. Na Vreemdeling in het paradijs volgden andere spirituele dagboeken, van onder meer Etty Hillesum, Dag Hammarskjöld, Thomas Merton en K.H. Miskotte. Zij getuigen van hun geestelijk leven en leggen vooral de nadruk op religieuze ervaringen. Ik zie deze werken als living human documents.
De levenslange zoektocht als motto van Louis Dupré
Ik was dan ook erg benieuwd naar de dagboeken van Louis Dupré. De titel Mijn leven lang heb ik gezocht sprak me meteen aan. Deze van oorsprong Vlaamse filosoof was hoogleraar aan Yale en verwierf bekendheid door zijn monumentale werken over de ontwikkeling van de moderniteit en zijn filosofie van de religie. Interessant is dat Nouwen en Dupré elkaar persoonlijk kenden.

Voorin het boek staat zijn motto, dat een mooi venster biedt op zijn levenslange zoektocht:
Mijn leven lang heb ik gezocht naar waarheid.
Ze obsedeerde mij
en vulde bijna elk uur van mijn bestaan.
Ik zocht haar in schoonheid en kunst,
evenzeer als in filosofie en theologie.
Mijn tocht heeft nooit een eindpunt bereikt:
ik bleef een mens op weg.
Wat mij voortdreef, was het ondoorgrondelijke,
het mysterieuze dat aantrekt
en steeds weer aan het begrip ontglipt.
Het goddelijke was voor mij de essentiële,
fascinerende dimensie van het menselijke.
Mijn leven lang heb ik gezocht is Dupré’s eigen selectie uit zijn dagboeken tussen 1971 en 2008. Hij noemt het een ‘geestelijk’ of ‘spiritueel dagboek’ omdat veel notities gaan over religieuze en filosofische onderwerpen – hoewel ook andere thema’s aan bod komen. Toch noemt hij ze geestelijk omdat het reflecties zijn die voortkomen uit zijn persoonlijke beleving.
Een dagboek dat inzicht geeft in de denker
Hij schrijft in korte stukjes van meestal anderhalve pagina, die gemakkelijk terug te vinden zijn dankzij de kopjes die hij overal boven zette. Een uitzondering vormen acht pagina’s gewijd aan The Four Quartets van T.S. Eliot.
Met instemming las ik wat hij schrijft over de muziek van Olivier Messiaen:
‘Twee gelukzalige uren lang verjoeg deze schokkend moderne muziek de seculiere mist die ons moderne verzet tegen het heilige toedekt. Het leek alsof muziek, beter dan woorden, in staat was uitdrukking te geven aan de oergevoelens van ontzag, verering en onderwerping aan het mysterie dat alle spreken overstijgt.’
Want zoals zijn weduwe schrijft in de verantwoording achterin: in dit dagboek wordt Dupré’s bestaan als denker zichtbaar.
‘De lezer ziet hem aan het werk: academisch, lezend en luisterend, reizend, denkend en schrijvend. Zo werd dit boek ook autobiografisch, zonder uit te wijden over strikt persoonlijke belevenissen.’
En zo is het. Toch miste ik in veel fragmenten de persoonlijke beleving.
Autobiografisch zonder persoonlijk te worden
De meest persoonlijke notities die ik me herinner, gingen over zijn ambivalente gevoelens bij het leven in afzondering op het Amerikaanse platteland: de heerlijke, stille plek die zo goed tot bezinning zou kunnen leiden, maar waarvan het vele werk aan tuin en huis hem juist weerhield van reflectie. Herkenbaar – ook voor gewone mensen!
Vergeleken met Henri Nouwen zijn dit vooral intellectuele reflecties, zelfs als het gaat over dromen van het leven na de dood. Vooral in citaten van anderen komt Dupré’s diepste wezen tot uitdrukking. Zo raakte mij het gebed van Teilhard de Chardin:
‘…vergun mij, in al die donkere uren, mijn God, te begrijpen dat Gij het zijt… die de vezels van mijn zelfstandigheid smartelijk uiteenbuigt om tot in het merg van mijn wezen door te dringen, om mij in U op te nemen.’
Dupré schrijft ergens dat hij veel aan Henri Nouwen te danken heeft. Hij ontmoette hem in de donkerste periode van zijn leven, en Nouwen hielp hem erdoorheen. Het zijn summiere notities waar ik graag meer over had willen lezen..
Na het uitlezen van het boek ontdekte ik dat het eerder is uitgegeven onder de titel Een mens op weg. Maria ter Steeg verzorgde de vertaling uit het Engels, Herman de Dijn schreef het nawoord.
Over de auteur
Jan Venderbos is gepensioneerd theoloog. Hij werkte jarenlang in diverse sectoren van de hulpverlening en als geestelijk begeleider.
Louis Dupré, Mijn leven lang heb ik gezocht. Dagboeken 1971–2008, Otheo, Antwerpen, 2024. 272 pp. €22,50. ISBN 9789085287674
