Menu

Premium

Zo’n honger

Bij Matteüs 14:13-21

In de vakantie gingen alle kinderen die nog thuis waren een speurtocht doen in het Grote Bos en op de Wilde Heide. Spannend vonden ze dat, vooral de kleintjes.

Ze werden weggebracht met auto’s. Om vijf uur zouden ze weer opgehaald worden.

Een moeder ging mee als bezemwagen. Ze liep achteraan om de kinderen in de gaten te houden.

Er was een spoor van papiertjes door het bos gelegd en soms een pijl van takjes. Het was best moeilijk, maar ze schoten lekker op. Als een kleintje moe werd, zei de moeder: ‘Geef me maar een hand. En denk maar aan de pannenkoeken en het ijs dat we straks krijgen.’

Dan liep dat kind weer als een kievit.

Toen ze al een heel eind van huis waren, begon het te regenen, eerst zachtjes, maar dan hard.

‘Ik wil naar huis,’ begon er eentje.

‘Waar moeten we schuilen?’ zeurde een ander.

Ze waren het spoor kwijt, de papiertjes waren niet meer te vinden en er lagen zoveel takjes dat ze niet meer konden zien waar ze naartoe moesten.

‘Ik heb honger,’ riep een grote jongen uit. En toen opeens hadden ze allemaal honger.

‘Wie heeft er wat te eten?’ vroeg de moeder. Er waren twee mandarijntjes en vijf sultana’s. Dat was lang niet genoeg: een partje per kind en een halve sultana.

Ze liepen maar wat in het wilde weg, er was niemand om de weg te vragen. De moeder belde naar huis, maar ze wist niet waar ze waren, dus dat hielp niks.

Eindelijk zagen ze een boerderij met een grote schuur. Daar waren ze tenminste droog.

Daar kwam de boer de schuur in. ‘Wat is dat hier?’ vroeg hij vriendelijk.

‘We zijn verdwaald en we hebben zo’n honger,’ jammerden de kinderen.

‘Ach, wat naar,’ zei de boer. ‘Kijk eens hier!’ Hij wees naar een rij kisten met wel vijfduizend appels. Ze kregen er allemaal één en ook een paar om mee naar huis te nemen.

De moeder vroeg het adres aan de boer en belde nog een keer. Toen waren de auto’s er in een wipje. Nog rillend en nat reden ze naar huis. Het was al bijna zes uur!

Ben je weleens verdwaald en wat deden jullie toen?

Heb je weleens echt honger gehad? Hoe voelt dat?

Wellicht ook interessant

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

Medische verrassingen in de Bijbel
Medische verrassingen in de Bijbel
None

Thema: Medische verrassingen in de Bijbel

In de Bijbel staat verrassend veel informatie over gezondheid en ziekte, vanuit het oude testament komen veel regels naar voren om ziekte en de verdere verspreiding van ziekte te voorkomen. Veel van deze regels zijn nog steeds actueel. Van oud-testamentische narcose tot het nut van de reinheidswetten. Tom Mikkers gaat in deze aflevering in gesprek met Alie Hoek-van Kooten die het boek Medische verrassingen in de Bijbel schreef. Zij gaat in het gesprek ook in op de manier waarop mensen in de Bijbelse tijden met ziekte omgingen en welke rol hun geloof daarin speelde. Een nieuwe invalshoek op bekende materie, toegankelijk en verrassend.

Nieuwe boeken