Bij 2 Kronieken 36,14-24, Jozua 5,9-12 en Lucas 15,11-32‘Iemand had twee zonen.’ Th.J.M. Naastepad, Acht gelijkenissen, Kampen z.j., 88-107. Over de relatie tussen de oudste en de jongste zoon: Th.J.M. Naastepad, Het scharlaken snoer, Hilversum 1961, 93-102. Wie zijn gedachten over deze woorden laat gaan, ziet al gauw dat het motief ouder is dan de gelijkenissen van Jezus over twee zonen (Lucas 15,11-32, vgl. ook Matteüs 21,28-32). Het is al aanwezig in de oudste lagen van de traditie in de Tora, namelijk in de verhalen over de aartsvaders. Op de zaterdag in de tweede vastenweek werd in het oude rooms-katholieke