Menu

Premium

Zweetvoeten

Bij Johannes 13,1-20

Ze ploften op de lange banken neer. De hele dag hadden ze gelopen in de warme voorjaarszon. Nu waren ze eindelijk in de koele zaal beland voor het feestmaal van Pasen. Allemaal hadden ze wat van de boodschappen gehaald. Petrus was naar de slager geweest voor het lamsvlees. Andreas was naar de markt gegaan om radijsjes te kopen. Natanaël was met hem meegegaan en had een grote bos peterselie in de hand. Filippus had appels en rozijnen gehaald. Tomas droeg voorzichtig een hele zak met eieren en controleerde telkens angstig of er niet al één was gebroken. Judas had ergens goedkoop matzes op de kop weten te tikken. Misschien omdat ze al een beetje oud waren. En nog iemand anders had een kruik heerlijke wijn gehaald. ‘Om op jou te drinken, vriend Jezus,’ zei hij met een gelukzalig gezicht.

Wie moest nu de nodige dingen bakken en koken voor het Paasmaal? Gelukkig was er een kok in de zaal. Dat was dus geregeld en de kok ging aan de slag bij het vuur. Het rook niet fris in de zaal. De vrienden hadden allemaal hun schoenen uitgetrokken. Oei, het stonk echt! Hun voeten waren vies van het stof van de straat. Toen nam Jezus een teil en een handdoek. En Hij ging gewoon de voeten wassen van zijn vrienden, of ze het nou leuk vonden of niet. Voor Simon Petrus bijvoorbeeld hoefde het echt niet. Maar Jezus zei: ‘Wie tegenstribbelt, gaat er maar uit. Dit kan zo niet langer. Wat een lucht.’

Simon Petrus wou blijven natuurlijk. Met een punt van zijn hemd veegde hij zelfs zijn handen en zijn gezicht even schoon.

Toen ze met het eten begonnen, schonk degene die naast Jezus zat de wijn in. De vrienden hieven hun beker en keken elkaar aan, maar één sloeg zijn ogen neer. Toen brak Jezus een stukje van de matze af, dipte het in een sausje:

‘Jij het eerste stukje, Judas. ’s Kijken of je lekker brood hebt gekocht.’

Judas werd rood in zijn gezicht. ‘Ik voel me niet zo lekker,’ zei hij. Hij stond op en verliet de zaal.

Wellicht ook interessant

Basis

Van crisisjaar tot jubeljaar

Biddag 2021 biedt de gelegenheid om terug te blikken op de coronacrisis die zich aandiende in 2020. Op Biddag is daarbij de invalshoek vooral die van arbeid en economie. Iedereen ondergaat de effecten van deze crisis, maar mensen die zich vóór het uitbreken van de crisis al in onzeker flexibel werk bevonden, zijn onevenredig hard getroffen. Zij verloren vaak als eersten hun werk. Tegelijk is er juist op Biddag ook altijd alle aanleiding om vooruit te blikken. Immers ‘zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich’ (Psalmen 126:5).

Basis

Brood genoeg voor iedereen

In het Evangelie van Johannes heeft Pasen een belangrijke plek. ‘De inzichten van na Pasen zijn leidinggevend in dit Evangelie en hebben hun stempel gedrukt op het verhaal van Jezus vóór Pasen,’ schrijft professor Martin de Boer. Je moet dus niet alleen de gebeurtenissen rond Pasen, maar ook de rest van het Evangelie lezen in dat licht. Het teken van het brood in Johannes 6 kan dan ook gelezen worden als een opmaat naar Pasen. En zo is er in de uitleg ook een verbinding te maken naar het eten van het Pesachmaal in Jozua 5.

Nieuwe boeken