Menu

Basis

20 jaar Protestantse Kerk in Nederland

Wandelaar met wandelstok

Het jubileum van de Protestantse Kerk is voor Piet de Jong een reden om terug te blikken. Met een scheef oog naar de cijfers.

Op 1 mei 2024 bestond de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) 20 jaar. Op 12 december 2003 hadden de synodes van de drie Samen-op-wegkerken al afzonderlijk gestemd. In alle drie kerken stemde tweederde of meer van de synodeleden voor de vereniging. ’s Avonds werd de vereniging officieel getekend in een viering in de Domkerk van Utrecht in aanwezigheid van koningin Beatrix en andere hoogwaardigheidsbekleders. Ook waren er vertegenwoordigers en leiders uit andere kerken aanwezig, zoals kardinaal Alfrink.

Vanaf 1 mei 2004 bestond de PKN ook echt. Het moderamen vond dit blijkbaar geen reden voor een bijzondere jubileumviering, zoals in 2014 in Nijkerk. Toen was koning Willem-Alexander aanwezig en werd het op tv uitgezonden. In Utrecht zal men gedacht hebben dat een bijzondere viering pas bij 25 jaar in aanmerking komt.

Bergafwaarts

Ik kan dat wel volgen maar vind het ook jammer. Twintig mag geen bijbels getal zijn, maar vijfentwintig al helemaal niet. Twintig is altijd nog de helft van veertig. Dan ben je in de woestijn voorbij the point of no return. En of er over vijf jaar nog genoeg mensen zijn die het kunnen navertellen?

Trouwens: zal er over vijf jaar nog iets te vieren zijn? Zijn we er nog als christenen in Nederland? En met hoeveel? Het laatste rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is over dit punt weer voorspelbaar somber. Vlak voor het Paasfeest – nota bene in de Stille Week – bracht het een rapport uit over de ontkerkelijking van Nederland gedurende de laatste 125 jaar.

Als dominee in de PKN voel je hem dan wel aankomen: de ontwikkeling is meer dan zorgelijk. De grafiek van ontkerkelijking in ons land gaat alleen maar naar beneden. Even redelijk stabiel rond 2010 gaat het nu al weer jaren in de hoogste versnelling bergafwaarts. De stand is nu dat vier van de tien Nederlanders nog iets hebben met kerk en geloof. Slechts 13 procent bezoekt regelmatig een kerkdienst; overigens de protestanten het vaakste. Dat dan weer wel.

Twintig jaar in de woestijn is voorbij the point of no return

Van dit soort rapporten word je als dominee niet blij. Maar ook weer niet superverdrietig. Afgezien van de gedachte dat dit soort onderzoekers steeds hetzelfde frame volgen van neergang, zijn er genoeg hoopvolle ontwikkelingen. Twintig jaar PKN heeft in elk geval de harde secularisatiewind tot nu toe overleefd en zelfs twee coronajaren. We zijn er nog steeds.

Het was gelukkig snel Pasen. Dat begint steeds meer een hype te worden. In veel plaatsen deden mensen belijdenis van het geloof, ook in een stad als Rotterdam. Overal laten mensen zich dopen en laten ouders hun kinderen dopen. Diensten rond Pasen zijn overal een succes.

Ik preekte onder andere over de woorden van Lucas: ‘Zij konden het niet geloven van blijdschap’ (Luc. 24:41). Hoe zouden de onderzoekers van het CBS zulke ‘ongelovigen’ registreren, dacht ik even: u kijkt wel erg blij, maar u gelooft niet, zegt u?

Loslaten en verenigen

Er is in elk geval genoeg reden om dankbaar te zijn voor de vereniging van 2004. Was de vereniging nog langer vooruitgeschoven, alle kans dat we als hervormden, gereformeerden en lutheranen nog steeds verwikkeld waren in het huiswerk van koning kerkorde. Het CBS-rapport laat onder andere zien dat veel ontkerkelijking in ons land te maken heeft met een ongeneeslijke protestantse zucht naar afscheiding, zuivering, elkaar loslaten en dan weer verenigen. Dat spoor werd in de negentiende en twintigste eeuw steeds vaker gegaan. Evangelical en migrantenchristenen hebben helaas ook geen gave voor verenigen. Zij bidden oprecht voor eenheid, willen soms niet eens ‘kerk’ genoemd worden of nemen elkaar de maat over de leer, maar vinden elkaar slechts in losse verbanden.

Wel maakten vrijgemaakten en Nederlands gereformeerden een einde aan hun familietwist. Hopelijk lukt dat de christelijk gereformeerden ook en blijft het ‘toch niet verteerd’. Want scheiden en scheuren – je speelt echt met vuur en niet het vuur van de Geest. En vuur doet veel pijn. In de Protestantse Kerk weten we daarvan.

Zelf kon ik het me twintig jaar geleden niet voorstellen dat na veertig jaar inspanning de vereniging van drie kerken toch oorzaak zou worden van een nieuw kerkgenootschap: de Hersteld Hervormde Kerk. Er was vaak mee gedreigd. Meteen na 12 december 2003 werd daarom een commissie geïnstalleerd van achttien mensen: de Commissie van bijzondere zorg. Haar taak was om zo veel mogelijk geharrewar op het grondvlak op te vangen en uiteengaan te voorkomen.

U kijkt wel erg blij maar u gelooft niet?

Ik herinner me een heel vreemde eerste bijeenkomst. Er lag een longlist van alle gemeenten op tafel. Er werd een shortlist opgesteld van gemeenten waar we dezelfde week nog op af gingen. De architecten van de Hersteld Hervormde Kerk hadden daarvoor echter al een blauwdruk opgesteld die natuurlijk ook ons onder ogen kwam. Na 1 mei 2004 moest er gekozen worden.

Aan ongeveer vijftig predikanten werd een ontslagbrief gestuurd met de datum waarop de pastorie verlaten moest worden. Ik voelde me die week belabberd. Woensdags sprak ik nog een collega van wie ik wist dat zijn ontslagbrief vrijdags op de mat zou liggen. Maar veel emotie, verdriet of tranen heb ik als commissielid niet waargenomen. Eerder verbetenheid, gesprek mijdend.

Terug naar de kern

Zo ging de Protestantse Kerk in 2004 van start. Ook om de breuk niet te vergeten lijkt mij regelmatige herdenking van het ontstaan van de Protestantse Kerk heel zinvol. In de afgelopen twintig jaar zijn we in de Protestantse Kerk van 2,1 miljoen naar 1,5 miljoen gegaan. Dat komt deels door plaatselijke fusies waarbij veel kaartenbakken zijn opgeschoond, maar vooral door massaal wegblijven van veel gewone leden.

Vele goedbedoelde gemeente-opbouwplannen ten spijt. Daar heb ik nooit echt in geloofd. Als kerk moeten we wel met de tijd meegaan, maar we hebben onze eigen agenda. Wij zijn een ‘Woordkerk’. Back to basics was een tijdje ons protestantse wachtwoord.

Na twintig jaar zeg ik: onze corebusiness en onze specialité de la maison zijn : de Schriften lezen, uitleggen, verkondigen. Vieren, voorbede doen en God loven. En verder geen kerken meer dichtdoen of afbreken.

En, weliswaar met een miljoen minder betrokken mensen, hoopvol en opgewekt de toekomst inkijken. De kerk is niet van ons, de kerk is van God. Zorgen om de afbraak van kerk en geloof in ons land volg ik al minstens vijftig jaar. Pater Jan van Kilsdonk (1917–2008) moet eens gezegd hebben: ‘Het is met de kerk hopeloos, maar niet ernstig.’ Die zin heb ik al vaak voor mezelf herhaald. Ziende op Christus, Heer van de kerk.

Piet de Jong is emeritus predikant in de PKN en was onder andere twintig jaar predikant in Rotterdam Delfshaven, in de Oude of Pelgrimvaderskerk.


Wat te kiezen
Woord & Dienst 2024, nr. 5

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken