Als de deuren dichtgaan
Over afscheid nemen van je gebouw
De Protestantse Gemeente Barneveld is in 2012 ontstaan uit een samengaan van de hervormde deelgemeente Immanuëlkerk en de gereformeerde Bethelkerk. Een aantal jaren was er één gemeente met twee gebouwen. Sinds september 2021 heeft de gemeente één gebouw, de Emmaüskerk. Ik spreek met een aantal personen die actief waren in het traject van het afstoten en afscheid nemen van de Immanuëlkerk.
Eén gemeente, twee gebouwen
De weg naar het samengaan van de Immanuëlkerk en de Bethelkerk heeft lang geduurd. Op een gegeven moment werd door de federatiekerkerkenraad een streefdatum geprikt: Pinksteren 2012. Terugkijkend is dat goed geweest, aldus mijn gesprekspartners. Deze concrete datum werd een punt waarop kerkenraden en andere geledingen in de gemeenten gingen koersen. Na de fusie werden er nog in twee gebouwen kerkdiensten gehouden, dat helpt niet om echt één gemeente te worden.
Maar de ideale situatie is niet altijd te realiseren. Achteraf gezien is het goed geweest, dat het samengaan door inhoudelijke motieven gestuurd is en niet de last van een discussie over gebouwen hoefde te dragen. Al snel kwamen vanuit de gemeente vragen. ‘Nu zijn we één, maar we vieren nog in twee gebouwen. Dat is toch eigenlijk vreemd?’ Zodoende kon er vrij snel nagedacht worden over de toekomst van de Protestantse Gemeente in één gebouw.
Nieuwbouw of vernieuwbouw
Eppie Fokkema, tot voor kort voorzitter van de kerkenraad, kijkt terug op een goed proces. ‘Natuurlijk waren er hobbels te overwinnen en lag het voor velen gevoelig, maar het is gelukt om in gesprek te blijven en tot een breed gedragen besluit te komen.’ Eppie benadrukt het belang van aandacht voor het proces. ‘Vaak heeft een kerkbestuur al een oplossing bedacht en vervolgens probeert men tijdens een gemeenteavond dit plan te “verkopen” aan de gemeente.’ De kerkenraad hier koos een andere route.
Aan het begin van het proces is de gemeente meegenomen in de vraag: Hoe willen wij in de toekomst gemeente zijn? Speelt één gebouw daarin een belangrijke rol? En als dat zo is, waar kiezen we dan voor: beide gebouwen afstoten en een nieuwe kerk bouwen op een andere plek? Of één van de gebouwen verkopen, en zo ja: welke? De keuze viel uiteindelijk op het grondig verbouwen van de Bethelkerk en het afstoten van de Immanuëlkerk.
Eppie: ‘Als je met zulke fundamentele vragen bezig bent, moet je durven vertragen om op een later moment te kunnen versnellen. Dat vertragen is nodig om scenario’s te onderzoeken, maar ook om ruimte te geven aan emoties die met de gebouwen verbonden zijn.’ Verder is het belangrijk te zoeken naar een bovenliggende waarde. ‘Hoe geven we samen toekomst aan gemeente-zijn en wat voor gebouw hebben we daarvoor nodig?’
Zo bezien was het ook een kans. De visievorming op gemeente-zijn – ‘levende stenen’ genoemd – kon hand in hand gaan met het nadenken over een gebouw en een inrichting die daar dienstbaar aan konden zijn. Belangrijke waarden voor de Protestantse Gemeente te Barneveld zijn: ontmoeten, diversiteit in vormen, ruimte voor verstilling, aandacht voor kunst en symboliek.
Deze waarden werden zichtbaar in het programma van eisen dat de basis werd voor het creatieve proces van de architecten en de bouwcommissie. Denk bijvoorbeeld aan de ‘grote’ en de ‘kleine’ kerkzaal, waar evt. parallel verschillende kerkdiensten gehouden kunnen worden (‘traditionele’ dienst, zangdienst, vesper, Kliederkerk).
Twee keer afscheid nemen
In de communicatie is benadrukt dat iedereen bij dit proces geconfronteerd zou worden met verlies. Om dit te thematiseren is gemeenteleden gevraagd een foto te maken van een dierbare plek of een waardevol object in de kerk en daar wat bij te schrijven. Deze persoonlijke verhalen en gedichten kregen een plekje in de nieuwsbrieven. Toen in 2019 in de Bethelkerk de laatste dienst werd gehouden, wist nog niemand hoe het nieuwe gebouw er precies uit zou gaan zien. Voor de ‘Bethelkerkers’ betekende dit dat zij al in een eerder stadium afscheid moesten nemen van hun vertrouwde plek.
In 2021 waren de ‘Immanuëlkerkers’ aan de beurt om afscheid te nemen en betraden beide ‘groepen’ de Emmaüskerk. Een spannend moment. Een bekende locatie, maar voor iedereen een nieuw gebouw.
Samen denken en bouwen
Zoals hierboven beschreven was het vormgeven van het nieuwe kerkgebouw sterk verbonden met de visie van de gemeente. Het programma van eisen was het uitgangspunt voor de kerkenraad en de bouwcommissie. De bouwcommissie ging onder leiding van Aaldert van der Horst aan de slag met de architecten, een aannemer etc. In die bouwcommissie zaten mensen die bekend waren met de bouwwereld, installatietechniek, financiën etc. Onder de bouwcommissie hingen subgroepen die zich bezighielden met deelaspecten (bv. liturgische attributen, tuin, installaties etc.).
Verder was er een klankbordgroep waar zo’n 50 gemeenteleden in zaten. In deze klankbordgroep werden deelproducten gepresenteerd. Dat was een goede vorm om gemeenteleden mee te laten denken en draagvlak te creëren. Het is ook goed bevallen dat tijdens de grote werkzaamheden aan het gebouw nagedacht werd over de inrichting. Eppie: ‘Dan ontstaat er synergie. Je ervaart dat het een geheel is.’
In de bouwcommissie had ook een predikant zitting. Zijn rol was vooral het bewaken dat architectuur en vorm niet losstaan van de inhoud van geloven en vieren. In het boek ‘Gods huis in de steigers’ wordt dat als volgt verwoord: ‘… religieuze objecten en handelingen mediëren tussen het heilige en de ervaring daarvan.
Zonder het materiële is het immateriële onkenbaar.’ (p.16) De bouwcommissie heeft vier jaar lang intensief gerekend en vergaderd. Aaldert: ‘En vergeet niet de inzet van veel vrijwilligers! Naast het financiële voordeel heeft dat ook geholpen bij het overwinnen van cultuurverschillen.’
Maar niet alles verliep gladjes. Op een gegeven moment bleek dat het programma van eisen niet gerealiseerd kon worden binnen het budget. ‘Het eerste ontwerp ging van tafel. Het plan werd compacter.
Dat was een moeilijke periode, dat vroeg het nodige van commissieleden en architecten.’
Verkoop Immanuëlkerk
Een belangrijke financiële voorwaarde voor de vernieuwbouw was de verkoop van de Immanuëlkerk. De keuze om dit gebouw te verkopen is gemaakt op basis van een haalbaarheidsonderzoek, waarin rekening werd gehouden met het programma van eisen en ook praktische zaken een rol speelden, zoals parkeerruimte. Voordat het gebouw ‘op de markt kwam’ heeft de kerkenraad contact gezocht met andere kerken in Barneveld en hen de vraag voorgelegd of zij interesse hadden in het gebouw. Dat leidde niet tot een match.
Vanuit bestaande, warme contacten kwam ook de Marokkaanse gemeenschap in Barneveld in beeld. Daarnaast was er een projectontwikkelaar die interesse toonde. De kerkenraad was blij met de uitkomst dat de Marokkaanse vereniging de meest voor de hand liggende koper was. Eppie: ‘De hoogte van het bedrag was belangrijk, maar het ging niet alleen om geld. De Marokkaanse vereniging bood een goede prijs én met deze koper was de doorgaande waarde van het gebouw gewaarborgd.
Het verhaal van de voorzitter heeft ons overtuigd. Hij en andere leden van de vereniging gingen met veel respect om met ons gebouw en de gevoelens die leefden in de gemeente. Op meerdere momenten hebben zij gesproken tijdens gemeenteavonden en daarmee veel vertrouwen gewonnen.’
Gevoeligheden
De kerkenraad realiseerde zich dat het verkopen van een kerkgebouw aan een Marokkaanse vereniging gevoelig zou kunnen liggen. Er waren gemeenteleden die er moeite mee hadden dat een christelijke kerk een islamitisch gebedshuis zou worden.
Eppie: ‘Met alle mensen die vragen hadden, hebben we goede gesprekken gevoerd. Zowel gemeenteleden als omwonenden. De respectvolle benadering van gebouw en geloofsgemeenschap door het bestuur van de Marokkaanse vereniging heeft intern zeker geholpen in de acceptatie.’ Ook de burgerlijke overheid is betrokken geweest. De beveiligingscamera die zij uit voorzorg aan de gevel van het gebouw hebben laten monteren, is nooit nodig geweest. Eppie: ‘Eigenlijk zijn we heel erg trots dat dit in de Barneveldse gemeenschap zo harmonieus is verlopen.’
Afscheid nemen
Naast Eppie en Aaldert spreek ik met Nynke Feenstra. Zij is afkomstig uit de Immanuëlkerk en was nauw betrokken bij de laatste periode voor de sleuteloverdracht aan de Marokkaanse vereniging. In het hele proces, maar zeker in die laatste fase, benadrukt Nynke het belang van communicatie. Niet alleen over de (beleids)keuzes die gemaakt worden, maar ook in het faciliteren van de onderlinge communicatie tussen de diverse stromen. ‘De culturen van beide gemeenten waren verschillend. Uit verhalen en persoonlijke ervaringen heb ik gemerkt dat aandacht hiervoor erg belangrijk is. Goede communicatie betekent dat je oog hebt voor eigenheid, emoties, cultuur.’
In de laatste week werd dit zichtbaar. De hele week was er gelegenheid de Immanuëlkerk te bezoeken. Er lagen fotoboeken, mensen konden een kaarsje aansteken, het orgel werd bespeeld en tijdens een kopje koffie werden herinneringen opgehaald. Het was terugkijken om vooruit te kunnen. Tijdens de laatste viering in de Immanuëlkerk werd aan het eind van de dienst aandacht geschonken aan belangrijke liturgische attributen, o.a. de kanselbijbel, de paaskaars, het kruis, de doopvont, het avondmaalsstel. Bij ieder object werd een gebed uitgesproken en een lied gezongen.
Gemeenteleden (zowel oud-Immanuëlkerkers als oud-Bethelkerkers, jong en oud) droegen een voorwerp en vormden samen met de aanwezige gemeenteleden een stoet. Zo werden deze belangrijke voorwerpen van de Immanuëlkerk naar de Emmaüskerk gebracht. In de toren van de Emmaüskerk luidden – met hun eigen klank én in harmonie – de klokken uit de Bethelkerk en de Immanuëlkerk.
Eppie: ‘Inmiddels komen we een paar maanden samen in de Emmaüskerk. We horen veel positieve geluiden, het is een jas die past. Een gebouw dat ons helpt gemeente te zijn in lijn met de visie die we hebben geformuleerd.’ Aaldert is blij met het multifunctionele karakter van het gebouw. ‘Dat is financieel gezien belangrijk voor de toekomst van de gemeente én het draagt bij aan ontmoetingen tussen allerlei mensen in het kerkgebouw. Gastvrij, naar de leden en de samenleving.’