Menu

Premium

Als je iets nodig hebt, roep maar

Bij Johannes 15:1-7 en 1 Johannes 4:7-21

‘Opdat, wat ge de Vader ook zult vragen met een beroep op mijn naam, Hij u dat zal geven’ (Johannes 15,16 – Naardense Bijbel). Het klinkt alsof we hier een blanco cheque in handen krijgen. Een pinpas met code. Vorige week klonk in soortgelijke bewoordingen: ‘Al wat ge wilt: vraagt het en het zal u ten deel vallen’ (Johannes 15,7). Op Zondag Rogate (‘bidt’) is het niet verkeerd om na te denken over het gebed. Wat zijn onze ervaringen daarmee? Welk licht werpen de schriftlezingen erop?

Het boek Het gebed van Jabes van Bruce Wilkinson gaat over ene Jabes die, voordien verscholen in het ondoordringbare oerwoud van geslachtsregisters, in de openbaarheid trad. Zijn gebed is heel eenvoudig: ‘Wil mij toch overvloedig zegenen en mijn gebied vergroten; laat uw hand met mij zijn; weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft!’ (1 Kronieken 4,10 – NBG ’51). Doodleuk staat er dan: ‘En God schonk wat hij had gevraagd.’ Is dat wat Jezus bedoelt? Is het gebed de sleutel tot ongekende zegeningen van aardse en hemelse soort? Ofschoon er allerlei ontaardingen zijn op dit terrein (‘prosperity gospel’), moeten we deze vraag niet te snel terzijde leggen. Wie van ons kan geen scheut geloof gebruiken ‘om veel te vragen, te vragen honderduit’ (Liedboek voor de kerken 2013, 841)?

Teleurgesteld

De reden waarom we Jezus’ woorden met een ongemakkelijk gevoel terzijde zouden schuiven is eenvoudig. We zijn misschien teleurgesteld geraakt in het gebed. Onverhoorde gebeden hebben hun tol geëist. Het vertrouwen in God is erdoor verzwakt. Dit geldt voor persoonlijke gebeden, maar ook voor het gebed van de gemeente. Heeft bidden om vrede zin? Heeft het journaal ons niet murw gebeukt? Zo veel kennis van al wat voorvalt en zo weinig armslag demoraliseert. Ervaren we de zondagse voorbeden op den duur niet als uitingen van onze goede maar machteloze wil? Is het misschien beter om gebed te herdefiniëren als een soort meditatie? Een kwestie van anders gaan kijken naar dezelfde feiten?

In Johannes 15 en 1 Johannes 4 ligt alle nadruk op de band tussen God en ons. Het is een kwestie van liefde: niet zonder elkaar willen bestaan. Het beeld van de wijnstok en de ranken staat ons nog voor ogen. Zo innig is de band tussen Christus en ons. Zo kunnen we ons voorstellen wat het is: ‘in Hem blijven’. Bovendien valt het woord ‘vriend’. Wij zijn vrienden van Jezus. Geen werknemers, sympathisanten of donateurs. Geen mensen die blindelings orders uitvoeren. Onze Heer wil vriendschappelijk en vertrouwelijk met ons omgaan. Het is niet geheim wat Hem voor ogen staat. Het plan is als volgt: jullie blijven hecht aan Mij verbonden, zodat jullie veel vrucht dragen (Johannes 15,2.5.8.16). Jullie worden betrokken in het gebeuren waarin water tot wijn wordt. Het gaat helemaal door je heen, je bent er als rank in betrokken.

Een kwestie van liefde

De wijn die geschonken wordt, is de liefde zelf. Liefde die ‘lijf-en-ziel’ inzet (Johannes 15,13). ‘Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als zoenoffer voor onze zonden’ (1 Johannes 4,10). Het doel van de Heer is: veel vrucht, veel wijn, veel blijdschap, veel liefde. En wat dat precies inhoudt? Daarover blijft Johannes lekker vaag. Je zou misschien wat duidelijkere instructies willen. Zo van: geef 10% van je salaris weg, doe dit, laat dat. Er zijn bijbelgedeelten met dergelijke praktische en concrete aan- wijzingen. Maar alleen die te willen lezen getuigt van een slaaf- se mentaliteit. Alsof we meteen omhoog staren naar de baas, een hulpeloze blik in de ogen: en wat moet ik nu doen? Jezus wil ons tot zijn vrienden maken! Er moet affiniteit met Hem groeien, feeling voor wat Hem bezielt, sterker nog: gezamenlijke bezieling. Hij heeft ons ‘van zijn Geest gegeven’ (1 Johannes 4,13). Dat is het zinsverband waarin Jezus zegt: ‘Wat jullie de Vader ook zullen vragen in mijn naam, Hij zal dat geven’ (Johannes 15,16). Geen carte blanche, geen pinpas met code. In principe kan God een mens niet erger straffen dan door hem altijd te geven wat hij wil. Want juist in die wil zit ’m het venijn. Van Arthur Schopen hauer (1788-1860) zijn de beroemde woorden: ‘Mensch kann zwar tun, was er will, aber er kann nicht wollen, was er will.’ Een wil die de gevangene is van de zucht tot zelfhandhaving komt tot dito gebeden. Hoe schoon de woorden ook klinken, zelfbehoud is het motief. Wij hebben Jezus nodig, die onze wil vrijmaakt tot liefde die zichzelf geeft.

God geeft meer dan wij vragen of denken

Jezus betrekt ons bij een bloedstollend, of liever bloedvloeiend avontuur: de Liefde. Heel zijn hart maakt Hij ons bekend, met als doel dat wij op die manier verder werken. Veel vrucht, veel liefde, een maximale oogst. Als je iets nodig hebt, roep maar! Niets is op voorhand uitgesloten. Zelfs het vergrote grondgebied van Jabes niet. Als het maar gevraagd is vanuit de eenheid met Jezus en leidt tot veel vrucht.

De spannendste vraag is in laatste instantie niet wat God allemaal kan. Volgens Paulus is het meer dan wij kunnen ‘bidden of denken’ (Efeze 3,20). Spannender is de vraag: ben ik één met Jezus? Helemaal ‘in Hem’, vergroeid met Hem die lijf-en-ziel inzet? Heb ik mijn reserves werkelijk laten varen? Is mijn werkelijke en enige intentie maximalisering van de wijnopbrengst van de liefde, wat er ook gebeurt, wat het me ook kost, in voor- en tegenspoed, in goede en kwade dagen? Naarmate dat het geval is, kan de vrijmoedigheid in het vragen toenemen. Als je iets nodigt hebt, roep maar!

Wellicht ook interessant

None

Symposium Genezing na gebed: naar een evenwichtige visie en praktijk?

Huisarts Dick Kruijthoff deed aan de Vrije Universiteit jaren onderzoek naar genezing na gebed. De bevindingen van Kruijthoff en een medisch beoordelingsteam zijn bijzonder: in sommige gevallen traden medisch opmerkelijke genezingen op. Bovendien waren de uitkomsten niet alleen op medisch terrein bijzonder, maar ook de effecten op de persoonlijkheid bleken verrassend. Dick Kruijthoff pleit ervoor om op een fundamenteel andere manier naar dit onderwerp te kijken en om ruimte te laten voor verwondering, juist in onze rationele westerse cultuur.

None

Achtergrondartikel bij het dagboek ‘Samen de hele Bijbel door’

Iedereen zal de vraag herkennen ‘Hoe geef ik de geloofsopvoeding praktisch vorm?’ Deze vraag hebben wij als ouders in ieder geval wel regelmatig onszelf gesteld. Je krijgt geen opleiding om je kinderen op te voeden en je kinderen in het geloof opvoeden is nog weer iets anders. Gelukkig mogen we zelf gevoed worden door het Woord en de zondagse erediensten. Ook zijn er binnen onze gemeente mogelijkheden om onderwijs te ontvangen in de vorm van doopcatechese en de leerdiensten. Wij zijn vanaf jongs af aan begonnen om bij de maaltijden hardop te bidden en een stukje uit de Bijbel, of kinderbijbel, te lezen. Juist het jong beginnen geeft je als ouders houvast en de kinderen gaan er dan ook zelf om vragen als je het zelf vergeet.

Nieuwe boeken