Paulus in lockdown

Gevangen in een volle cel

Bij het thema isolatie in de Bijbel zou je kunnen denken aan Paulus in de gevangenis. Vooral wie het beroemde schilderij van Rembrandt kent, kan zich hem voorstellen diep in gedachten, in een kamertje alleen. Maar klopt dit beeld met de realiteit van een gevangenis in de eerste eeuw? En hoe zien we die realiteit terug in wat Paulus schreef? In dit artikel kijken we naar de brief aan de Filippenzen als een tekst geschreven onder stressvolle omstandigheden.

De lockdown van de afgelopen periode was een gebeurtenis die mensen landelijk en deels wereldwijd gezamenlijk ondergingen. Maar de beperkingen in bewegingsvrijheid leidden toch tot heel uiteenlopende ervaringen. Afhankelijk van woonen leefomstandigheden kon de lockdown grote eenzaamheid en stilte met zich meebrengen, of juist de benauwde ervaring van voortdurend door anderen omringd te zijn. Veel te veel of veel te weinig tijd of ruimte voor jezelf. Eenzaamheid en isolatie kun je in beide situaties ervaren, daarvoor hoef je niet fysiek in je eentje te zijn.

De precieze omstandigheden waaronder Paulus zijn verschillende gevangenschappen doormaakte, zijn onmogelijk te reconstrueren. Hij schrijft in zijn brieven weinig over zijn specifieke situatie, anders dan verwijzingen naar boeien (Filippenzen 1:7;13;14;17; Filemon 10:13), een standaarduitdrukking die vaak gebruikt werd om gevangenschap aan te duiden. Voor een reconstructie moeten we dus afgaan op informatie uit andere teksten en uit archeologie, om een beeld te krijgen van de manier waarop het toen toeging in een meer of minder typische gevangenis en van de ervaringen van gevangenen.

Het is opvallend dat Pauluswetenschappers die moeite eigenlijk maar zelden hebben genomen. Vaak lijken zij ook beïnvloed door het wat romantische beeld van eenzame opsluiting dat Rembrandt weergeeft, zonder zich af te vragen hoe historisch dat is. Wellicht laten ze zich daarbij ook leiden door het huisarrest dat beschreven wordt aan het slot van Handelingen (hoofdstuk 28), een bevoorrechte situatie die zich moeilijk laat rijmen met de gevangenschap die in het begin van Filippenzen wordt aangeduid. Hoewel deze aannames misschien grotendeels onbewust zijn, hebben ze wel degelijk gevolgen voor hoe de brief wordt gelezen, zoals we zullen zien.

Een antieke gevangenis

Terwijl wij bij een gevangenis denken aan de plek waar iemand een straf uitzit na veroordeling, was dit in de Romeinse oudheid niet het geval. Mensen werden in een gevangenis opgesloten voorafgaand aan hun proces, zodat ze daar niet aan konden ontsnappen. De straffen die vervolgens werden opgelegd, bestonden meestal niet uit opsluiting, maar hadden de vorm van boetes, verbanning, dwangarbeid, lijfstraffen of de doodstraf in verschillende vormen. De strafmaat hing daarbij niet alleen af van de misdaad, maar veel meer van de sociale status van de veroordeelde. Met de lichamelijke integriteit van iemand uit de bovenlaag werd voorzichtiger omgegaan, terwijl armere vrije mensen en slaven juist meer kans liepen op lijfstraffen en marteling. Geweld en de dreiging ervan was daarmee overal aanwezig.

Marteling werd gebruikt om een bekentenis uit iemand te krijgen of de namen van andere daders. Zonder marteling werd een getuigenis van een slaaf gezien als onbetrouwbaar, omdat men meende dat slaven niet zelf konden besluiten om de waarheid te spreken. Verhalen over de wreedheid en corruptie van bewakers zijn er te over. Aangezien vrouwen die maagd waren niet ter dood konden worden veroordeeld, kon er opdracht gegeven worden hen te verkrachten, zodat ze vervolgens wel de doodstraf konden krijgen. Hoewel seksueel geweld tegen mannen maar zelden genoemd wordt, lijkt het aannemelijk dat dit wel degelijk voorkwam.

Hoe onwaarschijnlijk het is dat Paulus alleen in een cel zou hebben gezeten, blijkt uit het feit dat beschrijvingen van gevangenissen het steevast hebben over hitte, lawaai, stank, ziektes en vuil; de gevolgen van veel mensen op een klein oppervlak. Daarnaast hadden gevangen te lijden onder honger en dorst, duisternis, ketens en voetboeien, en mede daardoor aan een gebrek aan slaap. Andere gevangenen konden gewelddadig zijn, of informanten blijken te zijn die informatie doorspeelden, al was het alleen maar om hun eigen hachje te redden.

Alles bij elkaar was een gevangenis dus een beangstigende plek, waar je toekomst onzeker was en je leven en welzijn in gevaar. Omdat het onvermijdelijk gepaard ging met lichamelijk kwetsbaarheid en verlies van controle over je leven, werd een verblijf in de gevangenis gezien als een diep vernederende ervaring. Het verband tussen gevangenschap en zelfdoding wordt in verschillende antieke teksten gelegd, omdat de dood te verkiezen zou zijn boven de schande van gevangenschap, of zelfs maar de dreiging ervan. Als Paulus schrijft over het verkiezen van de dood (Filippenzen 1:21-26), zou dit op de eerste lezers van de brief dus misschien niet als een nieuw of onverwacht idee overkomen. Bovendien was in die situatie, tijdens zijn verblijf in de gevangenis, nog niet duidelijk wat zijn straf zou zijn en hing hem mogelijk de doodstraf boven het hoofd.

Paulus als gevangene

Hoewel Paulus zoals gezegd weinig woorden vuil maakt aan beschrijvingen van zijn gevangenschap, zijn er hier en daar in de brieven en in Handelingen toch bevestigingen te vinden van dit grimmige beeld. In 2 Korintiërs spreekt Paulus over volharden ‘in tegenspoed, nood en ellende, onder lijfstraffen, in gevangenschap en onder volkswoede, onder zware inspanningen, slaapgebrek en honger’ (2 Korintiërs 6:4-5, ook 11:23-27; 12:10). Verschillende negatieve lichamelijke ervaringen worden hier dus in één adem genoemd met gevangenschap.

Het boek Handelingen beschrijft hoe Paulus en Silas in Filippi belaagd worden, waarna de stadbestuurders ‘hun de kleren van het lijf lieten scheuren en bevel gaven hen met stokslagen te straffen. Nadat ze een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de gevangenis, waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen steng te bewaken. Overeenkomstig dit bevel bracht hij hen naar de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.’ Daar luisteren andere gevangenen ’s nachts mee naar het zingen van Paulus en Silas en wanneer een aardbeving het fundament van de gevangenis doet schudden, gaan alle deuren open en schieten bij iedereen de boeien los (Handelingen 16:22-24.27).

Hoewel Handelingen het punt maakt dat Paulus vanwege zijn burgerschap niet thuishoort in de gevangenis tussen de gewone mensen, klopt de beschrijving die hier wordt gegeven met die van andere antieke bronnen. Geweld en vernedering gaan samen met gevangenschap en gevangenen zitten dicht op elkaar, met de voeten in boeien vast. Daarnaast spreekt Handelingen van ‘de binnenste kerker’, een aanduiding die ook uit andere literatuur bekend is. In Rome is een dergelijke kerker uit de Romeinse tijd nu nog te bezoeken. Het idee was dat degenen die van de zwaarste misdrijven beschuldigd werden in de binnenste kerker werden opgesloten, waar de omstandigheden het beroerdst waren en ontsnappen het moeilijkst.

Paulus’ gevangenschap was dus waarschijnlijk een vernederende en pijnlijke ervaring. Het is interessant te zien dat de auteur van Handelingen en Paulus zelf in zijn brieven ieder op een eigen manier met deze negatieve gebeurtenissen omgaan. Handelingen erkent dat Paulus lichamelijk wordt mishandeld en in de boeien geslagen zoals de meeste andere mensen zou kunnen overkomen, maar presenteert dit als een schending van zijn rechten als Romeins burger. De autoriteiten haasten zich om de situatie weer goed te maken zodra ze Paulus’ status ontdekken. Op deze manier kan Handelingen de scenes waarin Paulus kwetsbaar en vernederd lijkt, gebruiken om te laten zien hoe gerespecteerd hij eigenlijk is door mensen met macht.

Paulus beschrijft zijn gevangenschap zelf ook als een gelegenheid waarbij hij indruk kan maken op anderen, maar op een andere manier dan in Handelingen. In de brieven vinden we geen verwijzing naar Romeins burgerschap, maar is het de kracht van Paulus’ boodschap die de mensen om hem heen overtuigt, ook in de gevangenis. Hij benadrukt dat wat hem is overkomen ‘er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid’ (Filippenzen 1:12). De gevangenschap lijkt misschien negatief, maar heeft juist een positief effect. In bredere zin verbindt hij zijn eigen lichamelijk lijden met dat van Jezus, waardoor hij zijn eigen geloofwaardigheid versterkt ziet. De vernedering van gevangenschap past in de omkering van hoog en laag, van wat waardevol is in de wereld en wat waardevol is bij God. Dezelfde omkering gebruikt Paulus om betekenis te geven aan het lijden en de kruisiging van Jezus. Door zijn vernedering neer te zetten als vrijwillig en als volgend in de voetstappen van Christus, kan hij zichzelf presenteren als op zijn beurt een voorbeeld voor anderen.

Deze twee strategieën bevestigen dus de schande en lichamelijke mishandeling die in de oudheid met gevangenschap verbonden waren, maar gebruiken die op verschillende manieren om Paulus’ positie en autoriteit te versterken. Helaas lijkt onder exegeten ook de neiging te bestaan Paulus impliciet voor te stellen als een iemand uit de elite, die niet door andere mannen publiekelijk wordt vernederd en gemarteld. Zij lijken liever weg te kijken van de lichamelijke kwetsbaarheid van Paulus of die te theologiseren, dan dit serieus te nemen als een achtergrond die zijn schrijven kan hebben beïnvloed.

Schrijven in lockdown

Zoals gezegd kunnen we weinig met zekerheid zeggen over de specifieke omstandigheden waaronder de brief aan de Filippenzen is geschreven. Maar als we ons Paulus voorstellen in een doorsnee situatie, en hem niet bij voorbaat in een bevoorrechte positie plaatsen, dan zat hij vast in een volle ruimte waar het warm en vies was. Waar hij tenminste een deel van de tijd in boeien zat en blootgesteld was aan mishandeling en geweld. Een ander beeld dus dan dat van Rembrandt.

Dat het onder zulke omstandigheden mogelijk was om te schrijven zou kunnen verbazen, maar er zijn zeker andere brieven uit gevangenschap bekend, evenals een groot aantal berichten over bezoeken van buitenaf aan gevangenen, al dan niet mogelijk gemaakt door omkoping van bewakers. Wel betekent het dat het dicteren van een brief waarschijnlijk in het bijzijn van anderen zou gebeuren, en niet in de privésituatie die we ons daar misschien onbewust bij voorstellen.

Dood, vuil en vernedering

Een aantal thema’s en begrippen springt in het oog, wanneer we Paulus’ benarde lichamelijke situatie als uitgangspunt nemen. Een terugkomend punt is de afstand tussen Paulus en de mensen aan wie hij schrijft en zijn onvermogen om de zelf te bepalen wanneer hij hen weer zal bezoeken (1:8.25- 26; 2:12-17; 4:1). Nu is Paulus’ afwezigheid natuurlijk altijd een gegeven in zijn brieven, dat is immers de reden om te schrijven in plaats van mensen direct te spreken. Maar de onzekerheid over wat er gaat gebeuren en het verlangen om de afstand te overbruggen, komen hier met nadruk naar voren. Paulus benadrukt de wederzijdse vriendschap met de Filippenzen, dat hij hen liefheeft en in zijn hart heeft (1:5-7; 4:1.10). Hij onderstreept dat hij samen met hen blij is en moedigt hen ook aan samen met hem blij te zijn, zelfs al zien ze elkaar niet meer terug (2:17-18). De mogelijkheid dat hij zal sterven speelt hier duidelijk een rol. Paulus interpreteert dit kwetsbare uitgangspunt waarin zijn overleven onzeker is retorisch als een win-winsituatie. Zowel dood als leven leiden uiteindelijk tot een waardevolle uitkomst (1:20-26). Dit helpt hem wellicht om te gaan met zijn uitermate onzekere situatie in de gevangenis.

Een volgende tekst die opvalt als we de concrete context van een gevangeniscel in gedachten hebben, is Paulus’ overweging over alles kwijtraken en de viezigheid die in de NBV verhullend vertaald wordt als ‘afval’ (3:7-8). Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, skubala, werd in de Statenvertaling weergegeven als ‘drek’ en in de King James als ‘dung’. Soms waren oude Bijbelvertalers misschien wat minder bang voor vieze handen. Skubala wordt door Paulus alleen hier gebruikt en komt ook verder weinig voor als beeldspraak. Meestal verwijst het letterlijk naar het spul dat in de goot ligt.

Paulus gebruikt dit woord dus wanneer hij mogelijk letterlijk en figuurlijk in de stront zit. De harde omschrijving van verlies en vuil die hij gebruikt, komt dichtbij de situatie in de gevangenis. Hij heeft daar alles verloren, inclusief zijn vrijheid en controle over zijn lichaam en welzijn. Als hij dag en nacht vastzit op een kluitje met anderen, is de aanwezigheid van werkelijke skubala niet denkbeeldig.

De betekenis die hij hier geeft aan zijn totale verlies, als iets wat overeenkomt met zijn eigen intentie, zijn eigen afweging, lijkt een manier om de intens negatieve en vernederende ervaring die hij ondergaat een andere betekenis te geven. Paulus bouwt voort op het idee uit de opening van de brief, dat hij gevangen zit omwille van Christus (1:13). Dat hij nu alles verloren heeft en vastzit is niet tegen zijn wil, want hij was bereid alles op te geven voor de hogere ervaring van het kennen van Christus. Wat hij verliest is van minder waarde dan wat hij heeft te winnen. Het laatste begrip dat hier onze aandacht vraagt, staat in de hoopvolle passage aan het einde van hoofdstuk 3. Jezus Christus, de redder, zal ‘ons armzalige lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkte lichaam’. Ook hier loont het weer om even in oudere vertalingen te kijken. De Statenvertaling spreekt van ‘ons vernederd lichaam’, en de King James van ‘our vile body’. Het gaat hier waarschijnlijk niet om een lichaam dat zwak is of anderszins tekortschiet, maar om vernedering als een staat die compleet tegenovergesteld is aan verheerlijking en glorie.

Hoewel dit begrip natuurlijk verschillende ladingen kan hebben – het menselijk lichaam als laag en negatief of als sterfelijk, bijvoorbeeld, of vrijwillige nederigheid – is het goed in ieder geval uit te proberen hoe het klinkt uit de mond van iemand die daadwerkelijk fysiek vernederd is. Die gedwongen uitgekleed is en geslagen, en die daardoor misschien een complexe verhouding heeft met wat zijn lichaam is en hoe anders het zou kunnen zijn, als een redder in zou grijpen.

Dat deze tekst niet vaak zo gelezen wordt, past bij het wegkijken dat we eerder al noemden. We zien Paulus bij voorkeur als een nette man, niet als een gehavend slachtoffer in een cel. Maar lichamelijke omstandigheden doen ertoe en maken ons deels wie we zijn. Leven in lockdown maakt dit besef onontkoombaar. Door Paulus’ opgesloten lichaam ontstaan nieuwe manieren om zijn woorden te begrijpen.

Karin Neutel is universitair hoofddocent Nieuwe Testament aan de Universteit van Umeå (Zweden).
Peter-Ben Smit is hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Oude katholieke kerkstructuren vanwege het Oud-Katholiek Seminarie aan de universiteit van Utrecht.

Literatuur

Angela Standhartinger, “Letter from Prison as Hidden Transcript: What it Tells us about the People at Philippi.” in The People beside Paul: The Philippian Assembly and History from Below red Joseph A. Marchal (Atlanta: Society of Biblical Literature Press, 2015), 107-140.

Craig Wansink, Chained in Christ: The Experience and Rhetoric of Paul’s Imprisonments (Sheffield: Sheffield Academic Press, 1996).

Tags:

Meer Bijbel en exegese