< Terug

Dienst: Gewaagd, gezien en aangeraakt

Orgelspel

Voorbereiding

Woord van welkom

Eventueel aansteken van de paaskaars en tafelkaarsen

Zingen van aanvangspsalm: Psalm 113:1 en 2

Bemoediging en groet (de tekst kan ook alleen door de voorganger worden gesproken)

v: Onze hulp is in de naam van de Heer,
a: die hemel en aarde gemaakt heeft.
v: De Heer zal bij ons zijn, a: de Heer zal ons bewaren.

Drempelgebed (de tekst kan ook alleen door de voorganger worden gesproken)
v: God,
Wees voor ons als een rots die onze voeten draagt; wees voor ons als een huis waarin wij veilig zijn; wees voor ons als een bron die onze dorst lest;
wees voor ons als een herder
die ons zoekt en thuisbrengt.

Hier, in dit uur, en alle dagen van ons leven.
a: Amen.

Kyriegebed

Na elke gebedsintentie, uitgesproken door de voorganger of een gemeentelid zingen we een couplet van NLB 967 (= Gezang 313 LB)

Laten wij God aanroepen voor de nood van de wereld.

Wij bidden voor hen die in het donker leven
en die gebukt gaan onder onrecht en verdrukking.

Zingen: NLB 967:1

Voor hen die zelfverzekerd door de wereld gaan en van wie het hart leeg is, verbitterd en kil.

Zingen: NLB 967:2

Voor hen die door tweedracht zijn verdeeld en die zich verloren voelen, niet gekend.

Zingen: NLB 967:3

Voor hen die verstoken zijn van vrede en gevangen zijn in de waan van de dag.

Zingen: NLB 967:4

Voor hen die geloof, hoop en liefde zijn kwijtgeraakt en van wie de ogen met tranen zijn vervuld.

Zingen: NLB 967:5

Voor hen die geen blijdschap kennen

en het zicht op U en uw aanwezigheid zijn verloren.

Zingen: NLB 967:6

Voor hen die hun macht misbruiken
en geen taal van dankbaarheid kennen.

Zingen: Lied 967:7

O God, hoor ons gebed.

Ontfermt U zich over al uw mensenkinderen en over de totale schepping.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Zingen van de lofprijzing: NLB 871 (= LB 218)

Dienst van het Woord

Gebed bij de lezing en uitleg van de Bijbel

Here God,
Als ons zingen verstomt,
omdat de werkelijkheid te weerbarstig is;
als onze voeten niet meer gaan,
omdat de vermoeidheid toeslaat;
als onze handen verslappen,
omdat we moedeloos zijn;
als onze mond zwijgt,
omdat gebeurtenissen ons doen verstommen;
als ons hart bonst,
omdat angst zich van ons meester maakt;
als ons uitzicht verbleekt,
door alles wat ons overkomt
– kom dan zo krachtig met uw Geest in ons midden, dat ons lied weer klinkt
en wij in beweging komen
en woorden van hoop gaan spreken.
Laten we ook die ervaring hebben
als zo meteen de Bijbel opengaat,
hier in de kerk en bij de kinderen in de nevendienst.
Geef dat wij begrijpen en verstaan,
opdat wij uitgroeien tot mensen zoals U ons hebt bedoeld. Amen.

Voor het vertrek van de kinderen

(Als in uw gemeente de kinderen na de lezingen naar de nevendienst gaan, dan komt dit onderdeel later aan de orde.)

U kunt de kinderen naar voren laten komen voor een gesprek met hen. Bijvoorbeeld over dat werkwoord zien, een kernwoord in het verhaal en de preek. Overleg met de leiding van de kindernevendienst hoe u dit gesprek over ‘zien’ kunt opzetten.

Een andere mogelijkheid is het verhaal ‘Wie ben ik?’, afkomstig uit Meester Versteegh, een boek met kindergesprekken voor de kerk- dienst, geschreven door Inge Radstake-van Duin (pag. 62-63). Zowel in het bijbelverhaal over Jakob bij de rivier als in de tekst over de vrouw in de synagoge speelt die vraag ‘Wie ben ik?’.

Zingen bij het vertrek van de kinderen

(Er zijn gemeenten waar bij het vertrek van de kinderen een vast lied wordt gezongen. Bijvoorbeeld onderstaand lied van Gerard van Midden en Greet Brokerhof, muziek van Gerard van Amstel.)

Wij gaan voor even uit elkaar
en delen nu het licht.
Dat licht vertelt ons iets van God. Op Hem zijn wij gericht.
Wij geven Gods verhalen door.
En wie zich openstelt
ervaart misschien en beetje licht door wat er wordt verteld.
Straks zoeken wij elkaar weer op en elk heeft zijn verhaal.
Het licht verbindt ons met elkaar; het is voor allemaal.

Lezing uit het Oude Testament: Genesis 32:23-33

Zingen: LB 834 (= Gezang 437, Liedboek voor de Kerken)

Lezing uit het Nieuwe Testament: Lucas 13:10-17

Zingen: ‘Heer, raak ons aan’

lied bij Lucas 13:10-17 (tekst: Piet Schelling; melodie: LB 449); een andere mogelijkheid is NLB 512 (= LB 446)

Heer, kom met spoed, laat gaan uw voet
naar uitzichtloze wegen? Raakt u ons aan
voorbij de waan,
omring ons met uw zegen?
Een vrouw onrein,
een mens met pijn
laat zich niet buitensluiten.
Een wanhoopsdaad
voorbij de smaad,
de hoop is niet te stuiten!

Gedicht bij Lucas 13:10-17: ‘Gezien’ (kan ook door gemeentelid voorgedragen worden)

Vijandig keken
zij mij met hun rug aan. Er was
voor mij
geen ruimte in de herberg.

Huivering
van verlatenheid vervulde mij.
Totdat Hij mij zag. Zijn handen heelden
de barsten van mijn leven.
Met opgeheven hoofd
liet ik het land van de dood achter mij.

Zingen, vervolg van: ‘Heer, raak ons aan’

Zij toont haar kracht
aan Hem die wacht,
in Hem schept God nieuw leven. Hij wil er zijn
voorbij de pijn,
de toekomst haar gegeven!

Preek – met als uitgangspunt Lucas 13:10-17

Zingen: NLB 804:1 en 2; of 800:1, 2 en 3 (= LB 454)

Kinderen komen terug uit de nevendienst

Dienst van gebeden en gaven

Gebeden

God van hemel en aarde,
God van alle leven,
God van gisteren, vandaag en morgen,
wij roepen uw naam aan.
Uw naam die bevrijdend onder ons wil zijn,
uw naam die garant staat voor de toekomst,
uw naam die in Christus helend en troostend nabij wil zijn.

God van hemel en aarde,
God van alle leven,
God van gisteren, vandaag en morgen,
wij danken U dat wij onze angsten en vertwijfeling met u mogen delen,
dat U er wilt zijn te midden van de stormen in ons leven,
dat er mensen zijn die elkaars tranen willen drogen
en zorgen mee helpen dragen.

Dank voor onze gaven om helend nabij te zijn,
voor de krachten in ons om te beminnen,
voor het werk van onze handen dat U wilt zegenen.
U maakt ons tot scheppers van het goede,
U opent ons de ogen voor wegen van geluk,
U doet ons geloven in vrede voor alle mensen.
Uw naam zij geprezen!

God van hemel en aarde,
God van alle leven,
God van gisteren, vandaag en morgen,
wij bidden:
voor allen op wie het dagelijks leven zwaar drukt
en die daaronder gebukt gaan;
voor allen van wie de geest vol is gelopen met dichte mist en die in de greep van verwarring zijn;
voor allen bij wie angst en machteloosheid overheersen en die zich opgejaagd voelen;
voor allen die vervreemd zijn van zachte krachten
door de hardheid om hen heen.

Wij dragen aan U op… [hier kunt u personen en situaties uit de actualiteit noemen]

Hoor ons aan, o God,
wanneer wij in stilte onze zorg en dank met U delen…
Hoor ons aan, o God,
als wij samen hardop uitspreken: ‘Onze Vader…

Collecten

Wegzending en zegen

Slotlied: Lied 601

Wegzending – door te zingen NLB 810; dit lied kan bijvoorbeeld twee keer gezongen worden: a) solo, door voorganger of gemeentelid; b) allen

Zegen

v: De genade van Jezus Christus
en de liefde van God
en de kracht van de Geest is met ons allen.
a: Amen (uitgesproken of gezongen).

Preek – met als uitgangspunt Lucas 13:10-17

Gemeente van Jezus Christus,

In de roman Maurits en de feiten van Gerrit Krol zegt de hoofdpersoon op een kritiek moment: Weet je hoe ik me voel? Als een propje papier dat iemand heeft weggegooid in de prullenmand, van een afstand zodat het ernaast gevallen is. Je ziet het almaar liggen. Ten slotte is er iemand die het opraapt en in de prullenmand gooit. Óf hij ontvouwt het, om het te lezen.

Soms heeft het ervan weg dat het leven een wrang spel is waarbij de een de ander wegwerpt als onwaardig.

Het gebeurt in het groot: groepen en volkeren ver weg en dichtbij die vermalen worden tussen de raderen van onmenselijke krachten. De voorbeelden liggen voor het oprapen. Eén avond tv-kijken en je hebt een hoofd vol beelden.

Evengoed komt dat in het klein voor. Het kind dat opgroeit in een sfeer van verachting en de dorpeling die zich anders gedraagt dan gebruike- lijk en daardoor wordt nagewezen. De werkloze die van hot naar her wordt gestuurd en de aan de kant geschoven zieke. Mannen, vrouwen en kinderen, komend van verre, op de vlucht, verlangend naar een plek, een hand, een ontmoeting waar iemand hen opraapt.

En wijzelf, ach we kunnen ons in de stilte van het eigen hart als een prop papier voelen. Alleen, dichtgeknepen, ontgoocheld, minderwaardig, onbegrepen.

Wie raapt dan het propje papier op? Wie vouwt het open en leest het?

In dit uur laten we ons bij de hand nemen door Lucas. Hij kan prachtig vertellen. Hij weet in een paar pennenstreken mensen en hun bestaan te tekenen. Zijn verhalen over Jezus’ leven en werk lijken op toneelstuk- ken, met hoofdrolspelers en figuranten.

Zo vertelt hij het verhaal van een ontmoeting tussen twee mensen. Zij staan voor twee werelden, twee partijen, twee geschiedenissen. Hun namen verschillen sterk: de een heet Hoop of Licht. De ander Wanhoop of Donkerte. Een stuk in twee bedrijven.

Het eerste bedrijf

De verteller neemt ons mee naar de synagoge, op de sabbat. Een groots moment in de ogen van de vromen. Want daar, in de liturgie en de Schrift, opent de hemel zich voor even. Licht en inspiratie sijpelen of stromen de synagoge binnen. Mensen ontvangen er kracht voor morgen.

Bij het spreekgestoelte staat een van de hoofdfiguren, Jezus. Hij legt de Bijbel uit.

Terwijl Hij via de oude woorden van Israël de mensen brood voor het hart meegeeft, verschijnt daar ineens de tweede hoofd guur. ‘En zie, er was een vrouw…’ Waar ze vandaan komt, God mag het weten. Eén ding is zeker: zij staat daar. Vanaf nu kan niemand meer zeggen: ik heb haar niet gezien. Nooit zullen we haar verschijning vergeten.

Vrouw, wie ben je?

Waarom verstoor je het heilige uur van de dienst?

Lucas beschrijft haar levensgeschiedenis in één zin: al achttien jaren was haar geest zwak en haar lijf was kromgegroeid.

‘Vertel eens iets over je leven?’ vraag je iemand.

En deze antwoordt: ‘Wil je het echt weten?’

‘Ja, graag.’

‘Goed, mijn leven kan ik omschrijven met één zin: mijn geest is zwak, mijn lichaam krom, en dat al achttien jaar.’

‘Maar is er niets meer te vertellen?’ ‘Nee, dat is alles.’

Geestelijk en lichamelijk is de vrouw een wrak. Zieke geest, gebogen lijf. Mogelijk is haar geest afgemat geraakt door haar verminkte lichaam. Of misschien heeft ze innerlijk zoveel te lijden gehad dat haar lijf krom is getrokken. Wat of wie heeft haar zo gemaakt? Wie zet vandaag mensen- kinderen buitenspel?

Zie de vrouw daar staan. Nee, eigenlijk staat ze niet, ze hangt met haar verscheurde leven tussen hemel en aarde. De hemel schijnt niet naar haar om te zien, de aarde heeft haar verstoten.

Achttien jaar wordt die vrouw gekneveld door iets of iemand waar ze geen grip op heeft.

Achttien jaar. Maar dat is in de Bijbel de periode van onderdrukking! Als Israël achttien jaar wordt onderdrukt door Moab, stuurt God een bevrijder. In het achttiende regeringsjaar van koning Josia wordt het paas- feest in ere hersteld.

Het achttiende jaar… het moment waarop bevrijding kan doorbreken, waarop licht duisternis verjaagt… Zou in het leven van deze vrouw bevrijding komen? Zou zij opstaan? We kunnen het nauwelijks geloven. Zij is te ver heen.

Terwijl wij ons geen raad weten met de situatie, gebeurt er wat tussen Jezus en de vrouw.

Er gebeurt in eerste instantie vooral wat met Jezus. Haar komst tijdens de uitleg van de Bijbel, doet veel met Hem. Vier momenten volgen zich in een snel tempo op. Cruciale ogenblikken waarin de essentie van het leven bloot komt te liggen.

Eerste moment: Jezus ziet haar. Elke echte ontmoeting begint met zien. Terwijl Hij de Bijbel uitlegt, ziet Hij haar. Ze komt als het ware tussen de regels van de tekst binnenlopen. De Bijbel gaat open en dan verschijnt ineens de vastgelopen mens, de verscheurde wereld.

Tweede moment: Jezus roept haar erbij. Ze staat nog op afstand. Hij haalt haar in de kring. Gastvrij en uitnodigend. Heel de wereld draait even om haar. Zij zelf moet ook een stap doen. Het is haar eigen keuze om dichterbij te komen. Jezus geeft haar ruimte om nee te zeggen. Derde moment: Jezus spreekt tot haar. Aan zijn spreken gaan zien en roepen vooraf. Daarin onthult Hij wie Hij is. Met zijn woorden geeft Hij de pijn van de vrouw een naam. Een wezenlijke stap in het proces naar bevrijding is het benoemen van de last die je draagt. Te vaak blijft gebrokenheid verborgen, onbespreekbaar. Uit angst. Door gebrek aan nabijheid. En dat blokkeert het heel worden.

Vierde moment: Jezus legt de vrouw de handen op. Hij raakt haar aan. In de taal van de Bijbel: Hij identi ceert zich met deze mens. Hij zegt bij wijze van spreken: mensenkind, ik ben jij en jij bent ik. Mijn leven is jouw leven, jouw bestaan is mijn bestaan.

Vervolgens gebeurt er wat met de vrouw. Zij richt zich omhoog. Let wel, zij staat zélf op. Door die intense ontmoeting ontwaken onvermoede krach- ten in haar. Daardoor staat zij op, recht zij haar rug. Nu is zij iemand!

Zie de vrouw daar gaan. Weg uit de synagoge.

Gebogen was zij binnengekomen, met opgeheven hoofd vertrekt zij. Die ommekeer voltrekt zich in het verhaal in enkele minuten. Maar in onze weerbarstige werkelijkheid verlopen bevrijdingsprocessen langzamer. Soms tergend langzaam. Lange adem is nodig om krachten bij elkaar te laten ontwaken.

Maar lang of kort, de vrouw weet zich vrij. Vrij in haar geest, vrij in haar lijf. Lovend en prijzend gaat zij haar weg.

We zien over haar schouder terug in de tijd, toen Jakob op een kruispunt in zijn leven stond. Het was nacht in zijn bestaan. Zoveel had hij verloren en verspeeld. In de nacht van zijn leven, komt hij tot ommekeer. Voor het eerst vraagt hij om gezegend te worden. Hij opent zijn hart voor de zegen van een vreemdeling, in wie hij later God herkent.

Hier zouden we moeten stoppen. Wat is mooier dan een mens vrij en vrolijk door de wereld te zien lopen! Maar helaas, het stuk is nog niet afgelopen. Er komt nog een tweede bedrijf.

Tweede bedrijf

Want de leider van de synagoge tekent protest aan. Zoals deze genezing hier tot stand is gekomen, past niet in zijn denken. Op sabbat genezen, hoort niet, past niet! Een vrouw die de orde van de liturgie verstoort? Onaanvaardbaar!

In deze godsdienstige leider hoor je al die andere protesten. Protest te- gen mensen en groepen en acties die eropuit zijn levens uit hun beknelling te bevrijden. Protest als iets niet spoort met onze gewoonten of leer of opvattingen. Die kritiek is hoorbaar in vragen als: Is het niet te opper- vlakkig? Gaat het niet ten koste van de boodschap? Is dat wel bijbels?

Jezus accepteert de kritiek van de godsdienstige leiders niet. Hij laat ze het tekort van hun denken zien.

Als er een dag geschikt is om bevrijding te scheppen, dan wel de sabbatdag, zegt Hij. Is dat niet de dag waarop we de bevrijding van de aarde na zes scheppingsdagen vieren? Bezingen we op deze dag niet de uittocht uit Egypte? Nou dan!

In het achttiende jaar komt er in het leven van de vrouw een radicale ommekeer. Zoals eerder in Israël in het achttiende jaar gebeurde. Steeds breekt in het achttiende jaar het licht van de Eeuwige door, hier vertegenwoordigd in Jezus.

De vrouw is meer dan een individu. Zij is beeld van Israël en beeld van moeder aarde. Jezus verbindt zich met de vrouw, de vrouw verbindt zich even later met God. Zij staat voor mensen die hunkeren naar een ander bestaan. Zij staat voor allen die verlangen naar heelheid.

We zien haar lopen ergens op het platteland van Friesland. We herken- nen haar gedaante in de binnenstad van Den Haag. We zien haar weg- schuilen tussen de Westlandse kassen. Misschien komen we haar straks tegen op straat of de komende week op ons werk.

En dan, als die ene op onze weg komt? Ach, ’t is alleen een kwestie van
zien,
erbij roepen,
pijn een naam geven,
aanraken,
en blij kunnen zijn over die ene die zich opricht. Zo simpel is het. En tegelijk zo moeilijk.

We sluiten af met een versje:

Waar is het oog dat waarlijk ziet? Waar de stem die vrijheid biedt?
Waar is de mond die helend spreekt? Waar ’t gebaar dat openbreekt?
Waar is het lijf, gekromd, gebogen? Waar het hart vol mededogen?
Waar vlucht de nacht voor zonneschijn. Waar klinkt de stem: jij mag er zijn?
In godsnaam: waar?

Amen.

< Terug