< Terug

Een helder licht

Interview met berthilde van der zwaag

Een lichtgestalte, één en al Licht, je ervaart het. Berthilde van der Zwaag vertelt…

Ik ben getrouwd en ik ben moeder van vier dochters. Ik heb gewerkt als verpleegkundige, op het laatst in de terminale zorg. Al vanaf mijn 19e jaar leef ik met een ervaring waar ik dertig jaar niet over zal spreken: ik heb Christus gezien.

Enkele jaren na ons huwelijk zijn mijn man en ik twee jaren uitgezonden via SNV (Stichting Nederlandse Vrijwilligers) en hebben gewerkt in de sloppenwijken van Manila op de Filippijnen. Het contrast is groot tussen dit deel van de wereld en het rijke westen.

Het omzien naar anderen is deel van mijn wezen, voortkomend uit de opvoeding en mijn geloofsovertuiging, maar ook die Christuservaring heeft gemaakt dat ik zo in het leven sta. Voor ik daarover vertel is het belangrijk om mijn geschiedenis te vertellen.

Hij had de contouren van een mens, maar een hemels lichaam, één en al licht

Ik ben opgegroeid in Drenthe in een Gereformeerd milieu. In de opvoeding heb ik een schat aan kennis opgedaan waar ik dankbaar voor ben, zoals bijbelkennis, liederen, het dagelijks bidden bij de maaltijd. Maar ik ervoer als kind ook angst: uit de kinderbijbelverhalen bleek dat God ook streng is en straft. Het verhaal van Ananias en Saffira bijvoorbeeld (Handelingen 5:1-11) raakte me. (red. Ananias en Saffira liegen over de gelden van een verkocht stuk land, die ze aan de prille nieuwe gemeenschap geven. Door deze leugen vallen ze dood neer).

Er waren ook allerlei geboden en verboden. Wij mochten bijvoorbeeld niet naar de bioscoop, dat was zondig. Toen ik 17 jaar was, ging ik op kamers wonen. De film: ‘Jesus Christ Superstar’ kwam in de bioscoop. Mijn vriendinnen gingen erheen. Ik worstelde met de vraag of ik dat ook zou doen.

Berthilde van der Zwaag is op latere leeftijd theologie gaan studeren. Eerst HBO en later aan de Vrije Universiteit, en daar afgestudeerd op het onderwerp ‘Hedendaagse Christusverschijningen’. Ze is Geestelijk Verzorger in Eindhoven en betrokken bij de plaatselijke gemeente. Ze houdt regelmatig lezingen over het onderwerp ‘Christusverschijning’.

Uiteindelijk besloot ik wel te gaan, maar las vooraf de hele lijdensgeschiedenis van Jezus in het Matteüs-evangelie. (Matteüs 21-28). Ik wilde weten of de film het verhaal goed zou weergeven. Ik kende het lijdensverhaal door en door, het werd ieder jaar gelezen, thuis, op school, in de kerk, maar altijd in fragmenten. Ik had ook niet begrepen dat het iets met mijn leven te maken had, het was kennis over iets wat vroeger gebeurd was. In mijn beleving was Jezus iemand die ver boven ons stond, ergens bij God.

Maar toen ik het hele verhaal achter elkaar las, raakte mij dat voor het eerst diep. Ik ontdekte dat Jezus niet ver boven het aardse leven staat, maar een mens was. Alles wat hem is aangedaan, heeft hij ervaren als mens. Hij stond dus heel dichtbij in plaats van ver weg. Het raakte mij zo, dat ik huilde om wat hem werd aangedaan.

En toen stond er plotseling een lichtgestalte voor me, terwijl ramen en deur gesloten waren. Hij had de contouren van een mens, maar een hemels lichaam, één en al licht. Ik wist onmiddellijk: dit is Christus. Ik stak mijn hand uit, maar deed dat niet zelf, het gebeurde zonder dat ik het initiatief had genomen. Hij pakte mijn hand. Dat voelde ik. Dat voelde echt. En toen was Hij weer weg. Hij had mij liefde, vertrouwen en moed geschonken. Ik wist dat die ervaring echt was, ik had hem niet alleen gezien maar ook zijn hand gevoeld.

Als mens hebben we de mogelijkheid ons persoonlijke bewustzijn te overstijgen

Ik sprak er met niemand over. Ik voelde wel dat mensen niet zoveel met mijn verhaal zouden kunnen. Maar de verbondenheid met Jezus bleef met me meegaan.

Tijdens de theologiestudie, waaraan ik 27 jaar later begon, is de mogelijkheid van een verschijning nooit aan bod gekomen. Na een dogmatiekcollege informeerde ik eens voorzichtig bij de docent, zijn reactie was dat zoiets niet voorkomt. Ik durfde mijn ervaring niet meer te vertellen. Toen het einde van mijn studie in zicht kwam en ik een thema moest kiezen voor mijn afstudeerscriptie, kwam het weer boven. Want het was vreemd dat het in 7 jaar theologiestudie nooit is gegaan over iets waarvan ik zeker wist dat ik het had meegemaakt en wat voor mij een kernervaring in mijn geloof is geweest. Waarom zegt de theologie er niets over?

Ik twijfelde niet aan mijn ervaring, maar vroeg me af of ik de enige was die zoiets had meegemaakt, of dat er meer mensen met zo’n geheim rondliepen die er niet over durven spreken.

Dit themanummer gaat over Engelen, en jij spreekt van een Christuservaring. Hoe zie je dat?

Voor mijn afstudeeronderzoek heb ik brieven ontvangen van mensen met eenzelfde ervaring als ik. Het komt veel voor, in iedere kerk of parochie zijn er mensen die het hebben meegemaakt, maar het voor zich houden. De ervaringen kunnen er wel verschillend uitzien. Altijd is er sprake van een Lichtgestalte uit een andere werkelijkheid, maar de interpretatie ervan is persoonlijk en heeft te maken met het eigen referentiekader. Wie Katholiek is opgegroeid zal bij deze ervaring Maria waarnemen, mensen die niet zo in kerkelijke context zijn opgegroeid zullen het mogelijk verwoorden als de verschijning van een Engel. Maar het gaat om hetzelfde.

Het is belangrijk dat de kerk open staat voor deze ervaringen

Als mens hebben we de mogelijkheid om het persoonlijke bewustzijn te overstijgen, waardoor we in contact kunnen zijn met een buitenpersoonlijke werkelijkheid. Meestal gebeurt dit op het moment dat iemand is vastgelopen in het leven. Dat kan zijn door een crisis, zoals rouw, echtscheiding, burnout, of zoals bij mij door een geloofsvraag: mag ik ruimer gaan leven zoals anderen?

Kenmerkend voor de ervaring is dat het niet zelf is opgeroepen, het overkomt mensen, ze ervaren het als genade. Het vervult hen met eerbied, verwondering en dankbaarheid. Na de verschijning voelt men vaak de kracht om verder te kunnen. Voor mij was het duidelijk dat Jezus me door de verschijning liet blijken dat ik geen verdriet hoefde te hebben om zijn lijden, hij is opgestaan. Gesteund door zijn verschijning kon ik ook opstaan en het leven ingaan.

Wat zijn je aanbevelingen, hoe kan een gemeente met mensen omgaan die zulke ervaringen hebben?

De conclusie van mijn afstudeeronderzoek is dat een verschijningservaring een gezond gebeuren is en een verrijking voor het leven en geloofsleven.

Meestal zijn mensen aarzelend om erover te spreken, want vaak begrijpen anderen het niet. Ook in de kerk kan het worden afgewezen of afgedaan als niet relevant. Het is echter belangrijk dat de kerk open staat voor deze ervaringen. Religieuze ervaringen horen bij het religieuze leven.

De predikant of bezoeker namens de kerk kan laten blijken het serieus te nemen. De predikant kan er in de kerkdienst zo over spreken dat het duidelijk is dat hij of zij ook gelooft dat ervaringen waarover de Bijbel vertelt ook nu nog kunnen gebeuren. Een goede mogelijkheid is de zondagen na Pasen. Daar wordt immers gesproken over verschijningsverhalen.

Bezoekers namens de kerk kunnen een indirecte hint in het gesprek brengen wanneer iemand vertelt over een moeilijke periode in zijn of haar leven. Een standaardvraag: ‘Heb je wel eens een bijzondere ervaring gehad die je gesterkt heeft?’ is zo open dat mensen er, als ze willen, op kunnen reageren.

Als er een goede, vertrouwde sfeer is, kan het zomaar gebeuren dat die ander gaat spreken over een verschijning. Dat hoeft natuurlijk niet, het kan ook gaan over andere zaken, maar een open vraag baant een pad waarop iemand kan gaan.

Als het aan de orde komt is het belangrijk om eerst maar eens goed te luisteren. Laat de ander het verhaal maar vertellen, en laat het verhaal zelf staan.

Interpreteer het niet met je eigen woorden. Goede vragen zijn: Wat speelde er toen in je leven? (die crisis kan dan aan de orde komen) Wat denk je, wat is de betekenis voor jou dat juist jij dit mag ervaren? Wat was zijn boodschap aan jou?

Het is duidelijk dat het mensen helpt wanneer ze erover kunnen praten. Door erover te vertellen, kan het beter worden geïntegreerd in het leven en geloofsleven. Een gesprek kan hierbij de eerste stap zijn.

Een uniek gebeuren dat het leven verandert…

En ook niet onbelangrijk: deze gesprekken raken aan een diep existentieel niveau, waardoor het verrijkend kan zijn, zowel voor de verteller als de luisteraar!

Toch is het ook goed om kritisch te zijn. Een verschijning kan ook voortkomen uit psychisch ziekzijn of het gebruik van bepaalde medicijnen.

Enkele criteria die aangeven dat het om een gezonde ervaring gaat:

  • Het is een uniek gebeuren dat het leven verandert, je staat anders in het leven
  • Het besef dat je aan een andere werkelijkheid hebt geraakt, het is niet de gewone werkelijkheid
  • Je hebt het niet zelf opgeroepen
  • Je bent vervuld van eerbied, verwondering en dankbaarheid. Het is genade wat je ontvangen hebt.

Berthilde, dank voor je openhartige gesprek. We ronden af. Je boek is al verschenen in 2008, ben je er nog bij betrokken?

Nog steeds houd ik lezingen over dit onderwerp.

Meer informatie hierover is de vinden op de website http://www.berthildevanderzwaag.nl. Mensen kunnen me vragen voor een lezing. Mijn boek is niet meer beschikbaar via de boekhandel, ik heb zelf nog exemplaren die bij mij kunnen worden besteld. Je kunt via mijn website contact met me opnemen.

Nelleke Boonstra is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

< Terug