Ik ben een ‘Boss’
Geloven in Malawi
Hoe ziet het volgen van Jezus eruit op een plek die je niet goed kent, die je niet goed begrijpt, en die enorm verschilt van de plek waar je vandaan komt? Op die vraag probeert Arjen Zijderveld in deze serie antwoord te geven. In oktober 2025 verhuisde hij samen met zijn vrouw en twee kinderen van 4 en 2 van Nederland naar Malawi, wegens het werk van zijn vrouw. In Malawi komt hij als rijke westerling echter voor allerlei ethische dilemma’s te staan. Dit keer de vraag hoe hij als christen moet omgaan met de hoge status van ‘Boss’.
Ik ben een baas. Niet omdat ik dat zelf vind, dat zou wel een beetje aanmatigend zijn. Ook niet omdat mijn vrienden dat vinden. Voor een dergelijk eretitel – wát een baas! – moet je wel een of ander verbluffend staaltje hebben uitgehaald. Gelukkig vindt ook mijn vrouw mij niet de baas, geheel volgens de apostolische instructie zijn wij elkaar onderdanig in de Heer. Ik ben ook geen baas omdat ik hier op straat altijd zo wordt aangesproken. ‘Hey, Boss’ is de gangbare aanspreekvorm wanneer iemand mijn aandacht wil trekken om een paar slippers, een bezem, een tros bananen of iets anders te verkopen. Hoewel het me een zeker genoegen geeft dat ik als Nederlander de hele dag met een Nederlands leenwoord (boss – baas) wordt aangesproken, hoor ik liever de chichewa-term ‘azungu’ (witte), omdat het de oude koloniale bijklank mist.
Ik ben een baas omdat wij maar liefst 5 mensen in dienst hebben in en rondom ons huis. Er zijn twee mensen met een volledige aanstelling: Susan, de nanny voor de kinderen, en Jazirah, de caretaker voor het huishouden. Daarnaast is Victor de tuinman in de ochtenden aanwezig en zijn de twee nightguards, Steven en Friday, afwisselend een week op en af ‘s nachts aanwezig. Het gebrek aan Nederlandse termen voor deze functies verraadt ons gebrek aan ervaring hiermee.
Een beetje onwennig
Nu kun je hier op verschillende manieren naar kijken. Enerzijds kun je zeggen dat we 3.5 fte creëren, waardoor mensen kunnen sparen voor hun kinderen of een klein eenmanszaakje kunnen beginnen op den duur. Je zou ook kunnen zeggen dat wij nogal hulpeloos zijn zonder de hulp van anderen. Dat wij mensen in dienst hebben, heeft namelijk te maken met het gebrek aan huishoudelijke apparaten zoals een stofzuiger, een wasmachine, een bladblazer of een grasmaaier. Je begrijpt opeens waarom de uitvinding van huishoudelijke apparaten een van de belangrijkste aanjagers is geweest van de emancipatie.
Je begrijpt opeens waarom de uitvinding van huishoudelijke apparaten een van de belangrijkste aanjagers is geweest van de emancipatie
Ik ben dus een baas en dat is een nieuwe rol die me qua onwennigheid een beetje doet denken aan het moment dat ik voor het eerst vader werd. Eerst was je het niet en dan ben je het wel, zonder te weten wat het precies betekent. Ter illustratie moet ik denken aan een kleine, ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenis van een aantal maanden geleden. Wij wonen in een huis met een ommuurde tuin met een grote rode toegangspoort. Toen ik met de auto naar buiten wilde voor wat snelle boodschapjes besloot ik niet iemand van het personeel te vragen om de poort open te doen en te sluiten, maar om het zelf te doen. Toen ik terugkwam kreeg ik een ‘standje’ van Jazirah, 24 jaar, net in dienst. ‘Boss’, zei ze, ‘You could have asked me…”. Je had gewoon aan me kunnen vragen om de poort open te doen. Ouch. Ik antwoordde dat ik dat voortaan zou doen en schonk er verder geen aandacht aan.
Later werd ik me er pas van bewust dat hier iets interessants gebeurde en dat dit te maken heeft met het thema status. In iedere relatie speelt status een rol. Vaak is het niet duidelijk hoe de statusverhouding er in die relatie uitziet. In het geval van een baas-werknemer relatie, en helemaal hier in Malawi, is die relatie wel duidelijk gedefinieerd. De baas heeft een hoge status, de werknemer een lage status. Deze duidelijkheid ordent het sociale leven. De baas bepaalt hoe dingen gebeuren en betaalt, de werknemer ontvangt instructies en ontvangt salaris. In dit geval gebeurde er iets interessants rondom status. Ik verlaagde onbedoeld in mijn haast mijn status door het werk te doen dat eigenlijk voorbehouden is aan iemand van het personeel. Vervolgens nam zij een hoge status in door mij duidelijk te maken dat dit hier in Malawi niet de bedoeling is. Ik accepteerde haar hoge status door haar te ‘beloven’ dat het niet meer zou gebeuren. Vervolgens koos zij ervoor om weer een lage status in te namen, ‘Kan ik de boodschappen uit de auto naar binnen dragen?’
In iedere relatie speelt status een rol
Sociaal verkeer in Malawi is ingewikkeld en dat het heeft alles te maken met onduidelijkheid in status. Iedere soort relatie heeft haar eigen spelregels zo lijkt het. Wanneer je te maken krijgt met overheidsinstanties neem je altijd een lage status in: glimlachen, geduldig zijn, wat woordjes chichewa hier en daar, en hopen dat het goed komt. In relatie met kinderen heb je altijd een hoge status. In de relatie met personeel: meestal hoge status, maar niet altijd. Soms vraag je om advies en dan nemen zij de expertrol in. De relatie met de taaldocent, mr. Mainga? Ingewikkeld. Hij is ouder en heeft de rol van docent, dus hij heeft een hogere status. Hij wil niet dat ik hem met zijn voornaam aanspreek. Tegelijkertijd spreekt hij mij aan met ‘Boss’ en is hij in dienst omdat ik hem betaal.
Wc-potten werpen
Wanneer je afkomstig bent uit Nederland en ook nog eens christelijk bent opgevoed met verhalen over een God die zich vernedert dan zorgt dat voor extra complicaties. Niet alleen dragen we het besef van een koloniale erfenis met ons mee waardoor we wellicht de neiging hebben om te gaan compenseren, we komen ook nog eens uit Nederland, een van de meest egalitaire culturen ter wereld. Zijn de koningsspelen niet zo oer-Nederlands omdat de koning zijn status verlaagt door ‘aanraakbaar’ te worden en ‘volks’ gedrag te vertonen zoals het werpen van wc-potten? In welk ander land zou het volk de koning beloven naast hem te komen staan als het (maatschappelijk) hard gaat waaien en regenen zoals gebeurt in het koningslied?
Voormalig premier Mark Rutte had hier een scherp gevoel voor. De fiets, het appeltje, het onparlementaire taalgebruik, hij begrijpt niet alleen het belang van beeldvorming, maar ook welk beeld vervolgens goed werkt. Normaal doen is de norm en de VVD begrijpt dat uitstekend. Nederlanders zijn wereldwijd berucht vanwege hun directheid, maar het is heel verklaarbaar: wij geloven dat ieders mening er altijd toe doet, ongeacht iemands positie. Dit alles zorgt ervoor dat status in Nederland met argwaan wordt bekeken.
In Malawi werkt dat anders, de samenleving hier is sterk hiërarchisch en statusgevoelig. Status wordt niet zozeer bepaald door je prestaties maar door je positie. Politici, rijke zakenmannen, kerkelijke leiders, oudere mensen en tradionele chiefs genieten hoog aanzien. Wij staan als gezin ook hoog op de sociale ladder vanwege onze buitenlandse contacten, onze auto, onze academische graden – wij zijn zogenaamde ‘degree-owners’ – en het feit dat we meerdere mensen in dienst hebben.
De samenleving hier is sterk hiërarchisch en statusgevoelig
Statusverwisseling in het christendom
Welnu, hoe verhoudt deze maatschappelijk status – tegen wil en dank – zich tot het navolgen van een nederige God? Immers, in het christelijk geloof speelt status en statusverwisseling een grote rol. De kern, en het volstrekt unieke in het christelijk geloof naar mijn overtuiging is de beweging van een almachtige God, Schepper van hemel en aarde, die afdaalt tot in de diepste krochten van zijn schepping. Daarmee legt God in Christus alle status af. Status heeft alles te maken met ruimte en Hij hoort daar niet te zijn. God is in de hemel en de mens is op de aarde. Daar, in de diepste diepte van zijn schepping verzoent Hij de wereld met zichzelf, en laat haar delen in zijn herkregen hoge status. Jezus ontvangt de naam boven alle namen omdat hij zich heeft vernederd tot de dood aan het schandelijke kruis. Het is de doop die deze beweging zichtbaar maakt voor de gelovige, met Christus het water in naar beneden, met Christus opstaan naar de hoogte.
Deze beweging van statusverwisselingen wordt ook zichtbaar in tal van Bijbelse verhalen en niet alleen in de Evangeliën: Jozef die van de hoge status (lievelingszoon) een lage status krijgt (slaaf). Zijn status wordt nog lager in de gevangenis en neemt weer toe als hij de titel dromenuitlegger krijgt. Zijn status schiet de lucht in als hij onderkoning en uiteindelijk redder van het volk wordt. Er ontstaat weer een plottwist als hij zijn tranen niet kan bedwingen en publiekelijk zijn emoties toont. Andere voorbeelden zijn er te over: God die een slavenvolk verkiest als zijn bruid. Simson die in zijn lage status, blind en gevangen, meer schade aanricht dan in zijn hele krachtige leven.
De status van Jezus op aarde is ambigue. Het is niet zo dat hij zich alleen maar vernedert. Enerzijds wast hij de voeten van de discipelen. Het protest van Petrus is een stuk invoelbaarder sinds we hier wonen. Het zou ongehoord zijn als ik de schoenen, laat staan de voeten van het personeel zou wassen. Jezus weigert zich goede meester te laten noemen en verbiedt zijn leerlingen zich zo te laten noemen. Aan de andere kant: Jezus laat af en toe een glimp van zijn status zien als Hij de storm tot zwijgen brengt, de religieuze leiders verbaal en moreel de baas is, wanneer Hij demonen bestraft en wanneer hij wonderen doet. Kortom, Jezus speelt met zijn status.
Jezus speelt met zijn status
Een manier om het verhaal verder te vertellen
Dit is volgens Samuel Wells, in zijn boek Improvisation (2004), waar ik in het vorige artikel ook naar verwees, precies waar het om gaat in de persoonlijke navolging en in de positionering van de kerk in de samenleving als geheel.
Het belangrijkste en volgens Wells het moeilijkste idee om te vatten voor theologen is het idee dat hoge en lage status geen morele categorieën of maatstaven voor macht en invloed zijn. Het zijn slechts verschillende wegen of manieren om – in de metafoor van improvisatie – het verhaal verder te vertellen. Anders gezegd: het is niet per definitie zo dat wanneer je een lage status inneemt je je automatisch bevindt op de weg van de navolging. Ik vind overigens dat het Evangelie soms wel deze indruk wekt. Gods voorkeur voor het arme, het onaanzienlijke, het vertrapte is aanwezig door de hele Bijbel heen. Maria die zingt over machtigen die van hun troon vallen en geringen die een hoge plaats krijgen. Jezus zegt dat wie zich vernedert verhoogd zal worden en wie zich verhoogt vernederd wordt.
Volgens Wells ontkomen we niet aan statusverschillen. Zoals gezegd, het speelt een rol in iedere relatie. Duidelijk is volgens Wells dat het Nieuwe Testament kritisch is op status vanwege de status. Maar dit betekent niet dat hoge status per definitie een probleem is. Fundamenteel is de gewaarwording dat je er mee kan spelen ten behoeve van het welzijn van iedereen. In dit spelen met hoge en lage status zit de vrijheid van het christelijke leven en de mogelijkheid om in vrede samen te leven ondanks verschillen in status. Luther heeft de hoge en de lage status van het christelijke leven verwoord met twee kernachtige citaten: ‘Een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen’ en ‘Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, aan iedereen onderworpen.’ Het gangbare beeld van maatschappelijke status als een ladder die beklommen moet worden verandert dan ook. In plaats van een ladder waar je je omhoog moet vechten en waar je anderen desnoods naar beneden trapt, is het een brede ladder waar mensen afdalen en opstijgen. Het doet denken aan de ladder met engelen in de droom van Jakob. Engelen, licht en vrij, dalen af en stijgen op.
In dit spelen met hoge en lage status zit de vrijheid van het christelijke leven
Status bezien in het licht van het Koninkrijk van God is bevrijdend, omdat het status herdefinieert. Het is niet meer een gegeven of een prestatie, maar een vrijwillig op en neer gaande beweging. Het vertelt de armen dat het onbereikbare ideaal van rijkdom en succes niet Gods ideaal is en dat ze niet gevangen zijn in een lage status. Jezus identificeert zichzelf met de armen. Als hij zich identificeert met hen in zijn lage status, zal Hij zich ook met hen identificeren in zijn hoge status. Het is ook bevrijdend voor de rijken: opeens is daar de optie om geregeld de hoge status los te laten, en anderen te dienen. Immers, wanneer je altijd een hoge status moet vasthouden, maakt dat eenzaam, angstig en ongelukkig. Anderen zijn jaloers en hebben het gemunt op jouw positie.
Jazirah kan spelen met status. Ze koos ervoor om in een situatie waar ze een lage status bezat te kiezen om een hoge status in te nemen. De rollen en gewoonten van Malawi moesten worden eerbiedigd, ten behoeve van haar veiligheid, werk-eer en werkplezier. Dit getuigt van moed, wijsheid en vertrouwen. Zo zijn er tal van situaties waar het goed is dat ik omgekeerd kies om vanuit een positie van een hoge status een lage status in te nemen. De kunst is om die momenten te herkennen – en me er niet te goed voor te voelen.

Arjen Zijderveld, MA (39) studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij werkte als studentenpastoor voor het studentenpastoraat in Groningen (GSp) en als studentenwerker voor IFES-Nederland. Momenteel werkt hij op afstand voor ForumC, het kenniscentrum van IFES-Nederland. Hij is getrouwd met Sofieke, die in Malawi voor Stichting Tweega Medica artsen opleidt tot Family Medicine specialisten.