Menu

Basis

Herinneren, verwerken en vooruit

In augustus 1973 reis ik als 10-jarig meisje vanuit Paramaribo samen met mijn drie jaar jongere zus in een grote Jumbo 747 naar Nederland. Twee jaar eerder waren mijn ouders naar Nederland vertrokken om een beter bestaan mogelijk te maken. Ik ben de oudste dochter uit een gezin met hardwerkende ouders, die ons in Suriname niet altijd voldoende te eten konden geven of goed konden kleden. Wij waren tevreden, maar de vooruitzichten waren niet rooskleurig. De onafhankelijkheid van Suriname kwam eraan en daarmee ook grote zorgen voor veel Surinaamse gezinnen.

Trots en schaamte

Ik ben mij ervan bewust dat mijn voorgeschiedenis pijnlijke onderdelen kent. Het is een weinig tot niet besproken onderwerp in onze familie. Niet altijd uit onwil. De generatie van toen leefde vanuit het idee dat doorgaan en niet terugkijken de beste aanpak was. Trots en schaamte over de geschiedenis van onze voorouders konden naast elkaar staan.

Een levend en veel voorkomend spoor van het slavernijverleden is de ‘waardering’ van een lichte huidskleur. Hoe vaak ik als klein meisje heb moeten horen: ‘Wat is je kleur toch mooi’, of mijn moeder:

‘Je dochter heeft goed haar.’

Ik denk aan het verbod om als kind Sranantongo te spreken, zodat je betere kansen hebt in je leven. Zo is ook het harde en autoritaire onderwijssysteem van Suriname nog steeds gebaseerd op volgzaamheid – verbonden met overleven.

Tussenidentiteit

Slavernijverhalen in films en andere media geven onvoldoende aandacht aan de overlevingskracht van de Afrikaanse mensen. Daardoor identificeren veel nazaten zich niet graag met hun geschiedenis. Ook ik voelde onbehagen over mijn bestaan als nazaat van een overheerser. Ik zal nooit precies weten welke bloedlijnen er zijn vanuit mijn witte voorouders. De kans is groot dat er verkrachting in het spel is geweest.

Dat heeft mij als tiener vaak beziggehouden en verdriet gedaan. Maar als jongvolwassene begon ik steeds meer te ervaren dat ik ben wie ik ben, ondanks en dankzij dat onbekende gebeuren.

De herinnering aan mijn tienerjaren zijn vervlochten met anders zijn. Een dubbele identiteit voelen, of eigenlijk een tussenidentiteit. Ik was niet helemaal meer het ene en nog niet het andere. Tot de tijd dat ik moeder werd bleef het een sluimerend gevoel in mij, waar ik niet helemaal vanaf ben maar dat ik wel meer kan aanvaarden. Dankzij die tussenidentiteit heb ik een brede ontwikkeling en blik op de wereld.

Prive collectie Shirley Kambel

Persoonlijke verhalen

Er wordt vaak gezegd dat de afschaffing van de slavernij niet zo ver terug is. Of juist dat het al zo lang geleden is. Beide zijn voor mij geen argument om er al dan niet aandacht aan te schenken. Het gaat om een periode van vier eeuwen waarin Nederland een grote speler was, om handelingen die veel en langdurig leed hebben veroorzaakt, met gevolgen tot vandaag.

Ik ben het wel belangrijker gaan vinden om de persoonlijke verhalen te horen die leven in de mensen van nu die deze geschiedenis met zich meedragen. Om de voorouders die generaties lang erbarmelijk behandeld zijn een gezicht en stem te geven, een identiteit. En om mijn eigen identiteit in het geheel te ontdekken. Dat is de reis die ik nu maak. Mijn leven is verbonden met het trauma van slavernij dat mijn voorouders hebben doorgemaakt. Een traumatisch leven dat sporen heeft nagelaten in families, generaties lang, en in de samenlevingen.

‘Tot tien jaar geleden was ik angstig om over het slavernijverleden te praten. Het ongemak dat het vooral bij witte mensen oproep, was lastig te hanteren voor mij. Maar ik heb besloten om deze pijn en het ongemak niet langer uit de weg te gaan.’

Pijn en ongemak niet meer vermijden

Tot tien jaar geleden was ik angstig om over het slavernijverleden te praten. Het ongemak dat het vooral bij witte mensen opriep, was lastig te hanteren voor mij. Zo herinner ik mij een gesprek met een witte collega tijdens vrijwilligerswerk. Zij stelde een vraag over mijn achternaam: Kambel. ‘Ben je van Engelse afkomst?’ Toen ik heel ontspannen, zonder enige beschuldiging, antwoordde dat dit niet onwaarschijnlijk is, gezien mijn bruine huidskleur en de geschiedenis van verkrachting van slaafgemaakte vrouwen in Suriname, zag ik haar gezicht verstarren. Haar reactie: ‘Wat een toestand is het toch in Suriname met Bouterse?!’ Signaal ontvangen, ander onderwerp.

Dit ingesleten patroon maakte dat ik me niet kon uiten over een deel van mijn identiteit en stopte met vertellen. Ook al was deze persoon geen belangrijke persoon voor mij, haar reactie deed iets met mij. Ik heb voor mezelf besloten om deze pijn en het ongemak niet langer uit de weg te gaan. Onze samenleving is opgebouwd op de onderdrukking van mensen van kleur. Daarom is het van belang het erover te hebben. Door het te erkennen, herkennen, aan te kijken, een stem te geven en te doorvoelen kan ik het pad dat mijn kinderen en alle andere kinderen afleggen menselijker maken.

Ik zie een opdracht om ons als natie en individuen te bevrijden van deze collectieve gevangenis van superioriteit en inferioriteit. Het is een systeem en denkkader dat iedereen schade toebrengt omdat het ontmenselijkt. Het is niet altijd even gemakkelijk, maar als ik en anderen het doen, voelen wij zoveel meer verbondenheid. Meer kennis over wat we niet weten over onszelf, de ander en onze geschiedenis maakt ons meer menselijk. En helpt in de verbinding met elkaar.

Shirley Kambel is kwartiermaker, bruggenbouwer en sociaal ondernemer (zie bijv. expeditie038.nl). Zij is ook voorzitter van de Stichting Comité 30 juni1 juli in Zwolle.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken