Menu

Premium

‘Ik haat hen met een volkomen haat’ (Psalm 139:21-22)

1. Een problematische tekst Temidden van alle aanstootgevende passages in het Oude Testament waarin om de ondergang van de tegenstander wordt gebeden, neemt Psalm 139:19-22 een unieke plaats in. Nergens elders wordt zo rechtstreeks en hartgrondig uiting gegeven aan de haat tegen de vijanden: ‘Zou ik niet haten, YHWH, wie U haten, niet verafschuwen wie tegen U opstaan? Ik haat hen met een volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij’ (w. 21-22). Als Psalm 139 met de derde strofe in vers 18 geëindigd was, zou het een van de mooiste liederen van het Psalter zijn geweest, merkte ooit een commentator

Wellicht ook interessant

Bernd Hirscheldt
Bernd Hirscheldt
Basis

Korte Metten: Wondertjes

Een van de mooiste kanten aan het vak van predikant is dat je nooit kan bepalen met wie je in contact zal komen. Dat klinkt misschien wat vreemd. Maar het is een voorrecht om met mensen te kunnen omgaan die je niet zelf hebt uitgekozen, omdat ze precies dezelfde interesses hebben of omdat ze het roerend met je eens zijn. Of omdat je een gemeenschappelijk verleden met elkaar deelt. Dat alles geeft een gevoel van vertrouwelijkheid, maar een nieuwe ontmoeting met een onbekende, iemand die in een heel andere wereld leeft, blijkt vaak veel boeiender te zijn.

Nieuwe boeken