< Terug

Kerkverlating in perspectief

In dit nummer van Handelingen staat het verschijnsel kerkverlating in protestantse kerken centraal. De bijdragen bieden mogelijkheden om dit verschijnsel te leren kennen en duiden, om kerkelijk leidinggevenden inzicht te geven en mogelijke handelingsperspectieven te schetsen.

Dat kerkverlating in deze Handelingen-editie belicht wordt vanuit uitsluitend protestantse hoek is een beperking in meerdere opzichten. Allereerst functioneel en praktisch: de protestantse geloofsbeleving heeft eigen kenmerken, zeker in relatie tot kerkgang, kerklidmaatschap en kerkbeleving. Voor wie van huis uit gewend is in deze kring ter kerke te gaan en een gedeelte van haar of zijn sociale netwerk hierop te bouwen, geldt dat deze geloofsbeleving onderdeel geworden is van een eigen sociale subcultuur die op punten nadrukkelijk verschilt van die van de Pinksterbeweging of de Rooms-Katholieke Kerk.

Beperkt zijn de bijdragen in dit themanummer ook, omdat binnen de protestantse en evangelische kerken bij nader inzien natuurlijk weer talloze eigen subculturen met daarbij behorende gewoontes, verwachtingen, normen en waarden te onderscheiden zijn. Kerkverlating in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) is anders dan die binnen de Gereformeerde Gemeenten. Deze verschillen komen niet in extenso aan bod.

Het is daarom goed om te vermelden dat de artikelen voortkomen uit lezingen die gehouden zijn op een symposium getiteld ‘Mij niet meer gezien. Over stille kerkverlating’, gehouden op 15 november 2019 in de Sint Annakapel te Kampen en georganiseerd door de Theologische Universiteit Kampen (TUK) in samenwerking met weetwatjegelooft.nl.[1] Aanleiding voor dit symposium was een onderzoek dat gedaan is door het Praktijkcentrum, verbonden met de TUK en Hogeschool Viaa te Zwolle.[2] Daarin stond het verschijnsel centraal dat heel wat kerkleden ‘stilletjes’ door de achterdeur verdwijnen. Er zijn geen grote conflicten, het is geen kerkscheuring, ze vloeien vrijwel geruisloos uit het ledenbestand van een lokale gemeente.

Beperkt zijn de bijdragen echter ook, omdat een verrijkend gesprek hierover tussen denominaties en door praktisch-theologen vanuit meerdere perspectieven gevoerd had kunnen worden. Zo waren noch remonstranten noch rooms-katholieke sprekers op het symposium aanwezig. Mogelijk levert dit nummer stof op voor een dergelijke gedachtewisseling in de toekomst.

Generaties en kerkverlating

De eerste twee artikelen geven inzicht in de feiten. Merijn Wijma overziet vanuit haar promotiestudie grote delen van de demografische ontwikkelingen in het gereformeerde veelstromenland vanaf ongeveer 1900. Zij schetst deze ontwikkelingen en laat zien dat de sinds 2000 ingezette krimp niet alleen te maken heeft met kerkverlating. Hayo Wijma beschrijft het onderzoek naar ‘Stille kerkverlating’ dat in een aantal lokale kerken gedaan is. Inzicht gevend hierbij is de toepassing van het generatie-onderzoek van Aart Bontekoning, waardoor dynamieken binnen kerken voor een deel begrepen en verklaard kunnen worden. Met deze twee bijdragen wordt de werkelijkheid van kerk verlating benoemd, waarop in de volgende bijdragen gereflecteerd wordt.

Jongeren, thuisgevoel en lidmaatschap

Ronelle Sonnenberg (PThU) verkent kerkverlating vanuit het perspectief van het jongerenwerk. Hoewel uit de cijfers blijkt dat kerkverlating zeker niet uitsluitend onder jongeren plaatsvindt, levert de adolescentiefase wel op dat velen afstand nemen van hun kerkelijke socialisatie. Sonnenberg laat de stand van zaken rond het onderzoek hiernaar zien en buigt het perspectief om naar de ‘kerkblijvers’. Wat bezielt hen om te blijven?

Bram de Muynck (TUA/Driestar) wijst op het belang van ‘je thuis voelen’, en betrekt een nieuw perspectief op kerkverlating: vanuit de motivatiepsychologie valt er verhelderend licht op het belang van dat thuisgevoel. Vooral vanuit onderzoek naar voorwaarden waaraan voldaan moet worden om basisbehoeften te vervullen, zijn lessen te trekken voor kerk-zijn.

Marijn Vlasblom (Baptisten Seminarium) bespreekt vanuit zijn eigen onderzoek een element dat samenhangt met kerkverlating: op welke manier blijken betrokken evangelicale baptisten hun geloofsontwikkeling te verbinden met (kerk)lidmaatschap? Ruimte voor de echte – en dus complexe – ervaring van geloven lijkt een belangrijke voorwaarde voor gezond kerk-zijn.

Missionaire uitdaging

Een derde blok wordt gevormd door bijdragen van Stefan Paas (VU/TUK) en Annemiek de Jonge (VU/Viaa). Paas tekent de globale achtergrond van kerkverlating als ‘secularisatie’ en vraagt zich af of deze situatie niet in belangrijke mate als een missiologisch gegeven moet worden verdisconteerd in gesprekken over kerkverlating. Staat niet altijd en overal, en zelfs principieel, de keuzevraag uit Johannes 6:67 in onze tijd centraal: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Misschien komt deze vraag nu anders binnen dan in ons kortetermijngeheugen als kerk gebruikelijk was. Dat kan aanleiding zijn ons kerk-zijn op het belangrijke aspect van missiologische bewustwording aan te scherpen.

De Jonge geeft vanuit haar onderzoek naar missionaire gemeenschapsvorming aan hoe idealistische en abstracte ideeën over kerkzijn de praktijk ervan frustreren. Het lijkt erop dat een ‘hyper-protestantse’ opvatting over geloof en heil realistische en zinvolle gemeenschapsvorming in de weg kan staan. Ook hier blijkt het begrip ‘ruimte’ van groot belang: neem de tijd om te luisteren naar het echte leven van zoekende gelovigen.

Handelingsperspectieven

In een afsluitende bijdrage zet ik deze bijdragen in het licht van de vraag welke zinvolle handelingsmogelijkheden er praktischtheologisch zouden kunnen zijn voor kerken rondom kerkverlating. De intensiteit en complexiteit van het verschijnsel geven aanleiding om hierin alle snelle en maakbare oplossingen te vermijden, en de spanningen en vragen te laten bestaan. Dat vraagt dan echter wel om ruimte en tijd om deze spanning uit te houden, en daarvoor wijs ik allereerst naar de liturgie. Niet omdat een viering of kerkdienst het enige is dat geloofsontwikkeling, spirituele betrokkenheid of gemeenschapsvorming levend houdt – de praktijk bewijst regelmatig het tegendeel. Voor veel gelovigen blijken de ‘pelgrimages’ naar christelijke festivals en conferenties, het wereldwijde web (internet), kleine groepen, en betekenisvolle relaties buiten en los van de kerk van groot belang. Toch geeft het onderzoek van Ruth Perrin dat ik in deze afsluiting naar voren breng, nadrukkelijk een bevestiging van de constatering door het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2018: waar de kerk als vierende gemeenschap uit het zicht verdwijnt, zullen private religieuze praktijken na verloop van tijd onder druk komen te staan.

Noten

[1] De website www.weetwatjegelooft.nl is een kennisplatform over de Bijbel, geloven en kerk-zijn vanuit de Theologische Universiteit Kampen met diverse partners, waaronder Hogeschool Viaa te Zwolle en de Theologische Universiteit Apeldoorn.

[2] Het Praktijkcentrum is gericht op dienstverlening, advies en onderzoek aan kerken, in de praktijk vooral de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), Nederlands Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken. www.praktijkcentrum.org

Hans (dr. J.H.F.) Schaeffer is hoogleraar Praktische Theologie aan de Theologische Universiteit Kampen en vice-director van het Center for Church and Mission in the West (www.churchandmission.nl). 

 

Tips bij dit thema

• Het onderzoeksverslag naar kerkverlating binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKv) vormde de aanleiding voor de studiedag ‘Mij niet meer gezien’ in 2019. Het verslag is te vinden op: https://docplayer.nl/135123017-Mijn-kerk-onderzoeknaar-stille-kerkverlating-in-degereformeerde-kerkenvrijgemaakt-anno-2018.html

• Vanuit diezelfde kerken is voor de eigen achterban materiaal ontwikkeld voor gesprek binnen de lokale geloofsgemeenschap. Dit gaat over een specifieke vorm van kerkverlating, namelijk wanneer kerk- of gezinsleden zich niet alleen onttrekken aan de kerk, maar ook het geloof achter zich laten. ‘We zien dat in het verleden er in de gemeente en in families letterlijk banden verbroken werden wanneer er sprake was van geloofsverlating … Hoe is dat aan het veranderen? En hoe gaan we pastoraal daarin met elkaar om in de gemeente? En wat betekent dit voor familieverbanden en gezinssituaties?’

• Deze site biedt materiaal voor jongeren, ouders, kringen en ambtsdragers: https://www.praktijkcentrum.org/thema/geloofsverlating/

• In dit boek uit 2015, Waar blijft de kerk? Gedachten over opbouw in tijden van afbraak (Baarn: Adveniat), schetst Erik Borgman (hoogleraar Publieke theologie en directeur van het Tilburg Cobbenhagen Center van de Universiteit van Tilburg) eveneens een hoopgevend perspectief op kerk-zijn. Misschien te idealistisch volgens de een, misschien te rooms-katholiek volgens een ander – maar in elk geval overtuigd en gedreven met oog voor de weerbarstigheid van kerkzijn.

• Het initiatief Kerk2030 (www.kerk2030.nl) biedt vanuit drie kleine protestantse kerken een manier om de weg van geloven te gaan – en dat nadrukkelijk als kerk. Waar veel boeken of brochures vooral het waarom en het dat van kerkvernieuwing benadrukken of praktische handvatten geven voor het hoe van kerkvernieuwing, benadrukt dit initiatief nadrukkelijk de gezamenlijke zoektocht naar en contextualisatie van kerk-zijn. Mede vanuit de Theologische Universiteit Kampen is Hans Schaeffer als onderzoeker aan dit initiatief verbonden: ‘Ik zie Kerk2030 als ‘een’ (heilzame en lokale) manier om als kerk antwoord te geven op kerkverlating.’

• Corstian van Westen publiceerde in 2019 een boek met vele tientallen, vaak persoonlijke verhalen van kerkverlaters. Sommige van hen zijn later opnieuw bij een kerkelijke gemeenschap betrokken geraakt, anderen niet. Belangrijk materiaal voor pastores en kerkelijk werkers! Adieu Kerk! Adieu God? Kerkverlaters en hun zoektocht naar God (Westervoort: Great Life Publishing).

• In dit Handelingen-nummer over kerkverlating komt in de artikelen van Sonnenberg en Schaeffer het boek van Ruth Perrin, Changing Shape. The Faith Lives of Millennial (London: SCM Press, 2020) ter sprake. Dit boek geeft een uitvoerig overzicht van onderzoeken in het angelsaksische taalgebied, en beschrijft hoe millennials (geboren tussen ruwweg 1980 en 2000) achteraf hun (geloofs)leven bezien. Wat waren en zijn belangrijke knooppunten voor hen om al dan niet betrokken te blijven bij hun kerkgemeenschap? Een zeer leesbaar en inzichtrijk onderzoeksverslag.

• Begin dit jaar verscheen een boek waarin prominente vertegenwoordigers van zowel de rooms-katholieke als de protestantse geloofsgemeenschappen beschrijven waarom de kerk volgens hen van belang is. Daarmee geven ze stem aan hun ‘hoopvolle perspectief’ op kerkverlating: Gerard de Korte e.a., Daarom blijf ik bij de kerk (Baarn: Adveniat, 2020).

• Godsdienstsocioloog Gerard Dekker heeft in zijn boeken De stille revolutie. De ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken in Nederland tussen 1950 en 1990 (Kampen: Kok, 1992) en De doorgaande revolutie. De ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken in perspectief (Barneveld: Vuurbaak, 2013) zowel materiaal over de kerkelijke ontwikkelingen van gereformeerde kerken als duiding hiervan beschreven.

• Het perspectief van de Gereformeerde Bond binnen de Hervormde Kerk (en Protestantse Kerk in Nederland) is beschreven door Teus van de Lagemaat in: De stille evolutie. Individualisering in de Gereformeerde Bond (2018) – in te zien via: https://research.vu.nl/en/publications/de-stilleevolutie-individualisering-in-de-gereformeerde-bond

• Het boek Still. Notes on a Mid-Faith Crisis (New York: HarperOne, 2012) is geschreven door Lauren F. Winner. Opgevoed in de Joodse religie is ze nu als docent aan een seminarie vanuit christelijke levensovertuiging werkzaam. Eerlijk en krachtig beschrijft ze hoe de kerk, liturgie en gemeenschap haar geloof door tijden van kleurloosheid en falen heen dragen. Een verrijkend, verruimend
en persoonlijk perspectief van hoop voor wie geloven niet gemakkelijk vindt.

< Terug