< Terug

Preekschets bij Hosea 2:16 – voor een zondag in de zomer

Daarom zal ik haar meelokken naar de woestijn en dan tot haar hart spreken.

Hosea 2:16

  • Schriftlezing: Hosea 2: 4-18

  • Thema: De woestijn: plaats voor een nieuw begin

  • Zie ook: De eerste schets in deze serie ‘Preekschets bij Hosea 2:3
    Kennis van deze schets wordt hierbij verondersteld. Aansluitend bij het thema van de eerste schets (God maakt een nieuw begin) staat nu centraal de plek waar God dat nieuwe begin maakt: de woestijn.

Uitleg

Hosea 2: 4-7
Het lijkt alsof de profetie weer teruggaat achter de prachtige beloften van vers 3. In zekere zin klopt dat. De beloften hebben betrekking op de toekomst (periode in en na de ballingschap). Tegelijk is er op dit moment nog niets veranderd. Er ligt nog steeds een stevige aanklacht tegen Gods volk. Opmerkelijk is dat hier het beeld wat verschuift: van het huwelijk naar het gezin, de kinderen worden nu aangesproken. Het volk als geheel is ‘de moeder’, die in overspel leeft. Maar er zijn nog ‘kinderen’(Israëlieten) die de zonde van moeder erg vinden en er afstand van nemen (vergelijk hiermee de gemeente van Sardes, Openbaring 3:4). Die kinderen moeten de zaken maar niet op hun beloop laten: klaag haar aan. Alsof Gods echtgenote door haar eigen kinderen voor de rechtbank gesleept wordt. Tegelijk klinkt er nog een oproep tot bekering. Nog steeds geeft God een kans: verwijder de brutale ontucht uit je leven. Vers 5 zegt: het moet nu wel gebeuren. Anders komt de HEER met zijn oordelen. En die zijn niet mals. God kan Israël alles afnemen en wel zo dat het land een woestijn wordt en het volk een groepje hulpeloze mensen. Als de kinderen in het spoor van hun ouders gaan, delen zij in het oordeel (cf hier het tweede gebod over het derde en vierde geslacht).

In vers 7 wordt nog een keer de overspelige houding van ‘moeder’ Israël beschreven en daarmee aan de kaak gesteld. Ze kiest steeds weer voor haar minnaars, de afgoden van het land, waarbij het vooral gaat om de Baäl, de god die voor goede oogsten moest zorgen. Israël zegt dat zij het goed heeft bij haar minnaars; in zekere zin klopt dit ook. De tijd van Jerobeam II was een tijd van grote welvaart. Alleen, als Gods volk het niet meer van zijn God verwacht, komt Hij op een gegeven moment persoonlijk in actie.

Hosea 2: 8-15
In vers 8-9 wordt dit ingrijpen van de HEER beschreven. Hij gaat hen hun welvaart afnemen. Dat is in de praktijk ook gebeurd. Na Jerobeam II gaat het in rap tempo bergafwaarts met het noordelijke rijk. Reeds enkele tientallen jaren later gaat dit deel van Israël in ballingschap richting Assyrië. In dit gedeelte maakt de profeet duidelijk dat de HEER hier de hand in heeft. Hij laat Hem daartoe ook in de Ik-vorm spreken. God richt wegversperringen op, Hij blokkeert de weg van de ontucht. Dat is zijn harde hand, maar daarachter steekt ook steeds zijn liefde. Hij blijft uit op redding. In vers 9 wordt dat duidelijk, wanneer het volk haar minnaars niet meer kan bereiken. En dat is ook de bedoeling. Want dan zal het gaan zeggen: ik ga terug naar mijn eerste man want toen had ik het beter dan nu. Misschien is hier nog geen sprake van echte bekering, het is nog maar een begin. Het lijkt op de verloren zoon in Lukas 15 die ook op een gegeven moment tot bezinning komt en er aan denkt dat de dagloners bij zijn vader het beter hebben dan hij. Gods volk leert het stapje voor stapje het weer bij Hem te zoeken.

In vers 10 en volgende wordt uitgebreid beschreven hoe het in de komende tijd zal gaan tussen God en zijn volk. Hiermee wil God Israël besef van de werkelijkheid bijbrengen. Bij al dat dienen van de afgoden is dat zicht op de werkelijkheid verdwenen. De wekelijkheid is dat de levende God alleen zorgt voor alles, voor koren, wijn en olie, de eerste levensbehoeften. Maar ook schonk Hij een overdaad aan extra’s: zilver en goud. In deze woorden van God klinkt ook verdriet door: waarom hebben jullie dit niet beseft? En hebben jullie zelfs mijn gaven aan de Baäl besteed? Wat is dat wrang richting de gulle Gever.

Om Israël weer tot dat inzicht te brengen neemt Hij haar alles af wat het dacht te hebben. Vers 11 pakt de draad van vers 5 weer op. In het vervolg lopen werkelijkheid en symboliek door elkaar ( dat zie je als je vers 12 en 13 naast elkaar legt). De HEER maakt zijn volk tot een schande. Er blijft niets van haar rijkdom en voorspoed over. De diepe oorzaak daarvan lezen we in het slot van vers 15: Maar Mij vergat ze, spreekt de HEER. Dat is ook een herinnering aan het begin van de weg van God met zijn volk (in de woestijn!). Deuteronomium 6:12: (Als u daar in overvloed leeft) zorg er dan voor dat u de HEER niet vergeet, die u uit de slavernij in Eypte heeft bevrijd. Nu is de conclusie: jullie hebben Mij vergeten; we zijn terug bij ‘af’.

Hosea 2:16 (tekst voor de preek)
“Daarom” – dat woord lijkt niet te passen hier. In de verzen 8-15 klinkt het oordeel door. Eindigend met de klacht van God: ze hebben Mij vergeten. Bij het woord ‘daarom’ zou je verwachten dat er een nieuwe golf van oordeel losbreekt. Maar er staat: “Daarom zal ik haar meelokken naar de woestijn en dan tot haar hart spreken”. Hij doet het omgekeerde van wat je zou verwachten. Dat zat al wel een beetje in dat ‘niet beseffen’ en ‘vergeten’. Daarin proef je al iets van Gods verlangen om zijn volk terug te winnen (zie ook vers 9). Via Gods straffend ingrijpen kan toch het besef van Wie Hij is weer terugkomen. In God zit blijkbaar nog altijd die oude liefde die Hij koestert voor zijn volk, de liefde van het begin. Daarom: terug naar de woestijn. Terug naar het begin. God doet als het ware de geschiedenis over. Er komt een nieuwe exodus, een nieuwe uittocht. De woestijn is de (onvruchtbare) plek waar de afgoden niets te zoeken en niets te bieden hebben. Want afgoden zijn mooi-weer-goden. Ze laten je in de kou staan als het leven zwaar wordt. Daarom trekt God zijn volk mee de woestijn: de plek waar Hij helemaal alleen is met Israël en een nieuw kan maken. De woestijn: de plek van de wittebroodsweken van het huwelijksverbond tussen de HEER en Israël. Zie ook vers 17.

Op die plek gaat Hij opnieuw tot haar hart spreken. Hij zal haar zo zijn liefde verklaren dat haar hart smelt. Hij zal zeggen: Laten we nu voor altijd bij elkaar blijven. Laat er niemand meer tussen komen. Zo lokt God zijn volk; lokken, dat is verleiden, overhalen. Hij wil Israël zo graag helemaal voor zich alleen. Het is zo sterk dat Hij na de echtscheiding een tweede huwelijk met haar aangaat. Hier zie je de aankondiging van het nieuwe verbond, waarover o.a. Jeremia 31 spreekt. Een verbond dat eeuwig is, het zal niet meer stuk lopen op de zonde van het volk.

Aanwijzingen voor de prediking

Het woestijn-motief kan een rode draad zijn in deze preek. Je zou kunnen beginnen met wat voorbeelden van de situatie dat een mensenleven soms ook woestijn-periodes kent: tijden waarin alles je afgenomen wordt. Let er wel op dat je daar geen romantisch beeld van schetst: het leven is soms keihard.

Dit gedeelte leert ons veel over de omgang van God met zijn kinderen. Hij doet er veel moeite voor om zijn volk opnieuw voor zich te winnen. Hij leidt het volk expres (terug) naar de woestijn om daar alleen met haar te zijn. Hij kan het alles afnemen om zo ruimte scheppen voor zichzelf en zijn niet-aflatende liefde en zorg.

God heeft zijn nieuwe liefde het mooist laten zien in Jezus Christus. Door Hem mogen wij leven in het nieuwe verbond, dat van genade en verzoening. Het lijden en sterven van Jezus Christus is het fundament hiervan (Hebreeën 8 kun je hierbij betrekken). Zo trek je een lijn door van oud naar nieuw.

Tegelijkertijd is de God van Israël nog steeds Dezelfde. Daarom is diepste fundament onder je leven zijn liefde, ook als jouw leven woestijnperiodes kent.

Liturgisch kader

Als je het woestijn-motief gebruikt in de preek, kun je daar psalmen bij zoeken die daar ook over gaan, bijvoorbeeld Psalm 78 (9verschillende coupletten), Psalm105 (vers 1,17 en 18).
Met het oog op het leven hier op aarde, dat soms woestijn-trekken heeft, kun je NLB 807 gebruiken. Uit de Opwekkingsbundel is mooi lied 698: Ook al gaat mijn weg door een diepe duisternis heen.

Kindermoment

Voor de kinderen kun je iets vertellen over de woestijn, wellicht aan de hand van enkele foto’s. Kinderen hebben daar niet altijd een goed beeld van.

Geraadpleegd

  • Wat de commentaren betreft heb ik vooral geraadpleegd die van H.W.Wolff over Hosea in de BKAT en uit het Nederlandse taalgebied de commentaren van C. van Leeuwen (POT) en van C.van Gelderen – W.H. Gispen (COT).

  • Van oudere datum en wat meer praktisch uitgewerkt is het boek van H.Veldkamp: De zoon van Beëri. Over het boek Hosea.

  • Verder heb ik gebruikt gemaakt van: Dr. Jochem Douma, Hosea, Joël, Amos, Obadja (De kleine profeten I), in de reeks ‘Gaan in het spoor van het oude Testament’ (Kok Kampen 2007).

< Terug