< Terug

Sociale ongelijkheid

Bij 1 Kronieken 29,10-16, Psalmen 103 en Lucas 17,11-19

Zie voor een tweede exegese van deze evangelietekst p. 41 van dit nummer, onder de vierde zondag van de herfst. Tien genezen melaatsen: een minjan?

Dankdag

De Dankdag voor gewas en arbeid biedt bij uitstek gelegenheid om het thema sociale ongelijkheid aan de orde te stellen. De Dankdag vindt traditioneel plaats aan het einde van het seizoen waarin de oogst centraal staat. En als er geoogst wordt, dan wordt er ook altijd gekeken naar de verdeling van de oogst. Want de opbrengst van het land (en van onze arbeid en andere inspanningen) is een gemeenschappelijk bezit. De oogst, in bijbelse zin, is niet bedoeld om de ongelijkheid en de verdeeldheid te vergroten, maar is juist aanleiding om sociale verhoudingen te herstellen.

Uitsluiting

In het evangelieverhaal is sprake van een specifiek soort sociale uitsluiting. De mensen die aan huidvraat lijden (melaatsheid) worden op afstand gehouden. Ze verblijven in quarantaine. Vanuit de gebrekkige medische en hygiënische kennis van die tijd een te begrijpen en te billijken maatregel. Wij weten nu meer over de bestrijding van en omgang met besmettelijke ziekten. Maar gaan wij zo veel beter om met mensen die ziek zijn of op een of andere manier hulp behoeven? De vraag stellen is haar beantwoorden. Er is een wereld aan verhalen en ervaringen van sociale uitsluiting en stereotypering te vertellen door ervaringsdeskundigen. Als er gekozen wordt om vanuit deze invalshoek de thematiek te benaderen, is het verstandig hun verhalen op een of andere manier aan bod te laten komen.

De zieken in het evangelie wenden zich tot Jezus. Zij bleven op afstand staan, staat er met enige nadruk. Ze roepen naar Jezus om medelijden. Het kyriegebed wordt gehoord, al lijkt in eerste instantie de afstand daarmee niet opgeheven. Jezus stuurt hen door naar de priesters. De priesters moeten volgens de wet een genezing constateren en religieus sanctioneren. Het wonder is dat de melaatsen terwijl ze gaan worden genezen. Er is voor hen geen belemmering meer om in de sociale gemeenschap te worden opgenomen.

Geloof

Het verhaal gaat verder. Slechts één van de genezen patiënten keert naar Jezus terug om God zijn dank te betuigen. Alleen bij hem volgt op het kyrie een gloria. Niet toevallig blijkt deze man een Samaritaan te zijn. Het is een eigen thema in het Lucasevangelie, dat juist de buitenstaander – de sociaal en religieus uitgeslotene – een toonbeeld van solidariteit levert. Met nadruk wordt hij hier als vreemdeling getypeerd. Het is uitgerekend de vreemdeling die door terug te keren en zijn dankbaarheid te uiten de sociale cohesie bevordert, waar de andere negen anoniem opgaan in de gemeenschap. Het gaat minder om een onderdanige dankbaarheid, ook al lijkt zijn gebaar dat vooral uit te drukken. Met zijn terugkeer naar de bron van zijn genezing zet hij als het ware de daar ontstane beweging van genezing en verbinding voort. Dat is het geloof waarop Jezus doelt, als Hij verklaart dat het geloof van deze Samaritaan hem heeft gered. Geloof heeft hier de vorm van het herstellen en versterken van sociale verbanden, tegenover het verdampen daarvan in de anonimiteit van individuele handelingstrajecten.

Als voor deze lijn in de uitleg wordt gekozen, biedt Psalmen 103 daarvoor een nadere ondersteuning. Een loflied op Gods genade. Dezelfde genade waarop de melaatsen in het evangelie hun beroep doen. Het is een loflied op Gods goedheid die verbindt en mensen niet uitsluit, maar schaart onder de weidsheid van zijn hemelse trouw. In de klassieke liturgie van het avondmaal heeft deze psalm niet zonder reden een eigen plaats. Juist aan de tafel van de Heer ontdekken we hoe vanuit God gedacht elk mechanisme van uitsluiting wordt ontmanteld.

Toekomst

Het loflied van David bij de voorbereidingen van de tempelbouw in 1 Kronieken, hoe geconstrueerd ook, sluit hier naadloos bij aan. Het motief dat hier prominent klinkt, is dat alles wat wij menen te bezitten, geschenk en gave is. Dat wat we bezitten, hebben we om het God te kunnen toewijden. Alleen in het delen met de mensen met wie wij gaan en die op onze weg komen, heeft het bestaansrecht en toekomst.

Verder wordt hier het bekende bijbelse besef uitgedrukt dat wij op aarde voorbijgangers zijn, vreemdelingen en gasten. Geen mens kan de wereld, land of goederen als het zijne claimen. Wat ons verenigt, is dat we als het ware allemaal uitgeslotenen zijn, die door Gods genade ‘ingesloten’ worden, begiftigd met de gaven van het leven, de wereld en al haar schoonheden (vgl. Psalmen 103,15-18).

Uitleg

Voor de uitleg lijkt een inzet bij het evangelieverhaal het meest voor de hand te liggen. Het gaat daarin om een concrete situatie, die zich zonder veel moeite laat vertalen naar andere situaties van sociale ongelijkheid in onze huidige samenleving. We zijn het er misschien snel over eens dat sociale uitsluiting verkeerd is. Spannender is het dan om na te denken over de vraag wat die ene genezen Samaritaan, die terugkeert naar Jezus, anders maakt dan de resterende negen. Heeft het er misschien mee te maken dat kyrie en gloria in zijn leven in evenwicht zijn? Hij heeft niet alleen oog voor zijn eigen kortetermijnbelang, maar hij is en blijft gericht op het herstellen van sociale relaties en gemeenschap. Het is zijn geloof dat dit laatste in de nabijheid van Jezus is te vinden.

Ds. Bert Altena is predikant van de Protestantse Gemeente Vries en missionair predikant van de Protestantse Gemeente Assen.

Bovenstaande tekst komt uit het materiaal voor viering en gesprek dat in de samenwerking van Kerk in Actie en de Raad van Kerken gemaakt wordt. Het materiaal staat in het teken van het thema ‘sociale ongelijkheid’ en is fysiek te bestellen voor € 3,50 (inclusief portokosten) via rvk@raadvankerken.nl, dan wel digitaal te downloaden via https://www.raadvankerken.nl/nieuws/2015/12/sociale-ongelijkheid/

< Terug