< Terug

Voltooid leven in bijbels-theologisch perspectief

Vooraf

Deze korte studie was bestemd voor een boek over ‘voltooid leven’ in christelijk perspectief. Met de redactie kon ik het echter, ondanks diverse aanpassingen, niet eens worden over een zinsnede over de hermeneutiek; dat wil zeggen: over de vraag welke plaats de Bijbel in ons geloof inneemt. Vandaar dat ik het stuk heb teruggetrokken en dat ik het na verloop van enige tijd aan de redactie van Theologie.nl heb aangeboden.

Heeft de Bijbel ons iets te zeggen?

In onze tijd houdt het veel oudere Nederlanders bezig, wanneer hun leven is voltooid. Dit geldt ook voor belijdende christenen. Op de achtergrond daarbij staat de euthanasiepraktijk die de laatste decennia in Nederland vorm heeft gekregen. Wie lijdt onder het verval van lichamelijke en geestelijke krachten of onder pijn en ziekte, kan tot de slotsom komen dat het leven zo geen zin meer heeft. Dan zou het voltooid zijn, en kunnen we die voltooiing met hulp van artsen dichterbij halen door om euthanasie te vragen, of die vraag alvast te bespreken en schriftelijk vast te leggen.

Hedendaagse christenen vinden de individuele ontplooiing en individueel, persoonlijk geloof vaak vanzelfsprekend, maar in culturen als die van het oude Midden-Oosten, staat veeleer de gemeenschap voorop.

Gaan we met dit onderwerp in gedachten de Bijbel bestuderen, dan moeten we ons realiseren dat de mensen die daarin aan het woord komen of beschreven worden, leefden in heel andere tijden en culturen dan de onze. Zoals we zullen zien, zijn er wel menselijke constanten – bijvoorbeeld het verval van krachten in de ouderdom – maar de contexten waarin men tweeduizend of drieduizend jaar geleden leefde, verschilden toch aanmerkelijk van onze tijd.

Zo is er in onze tijd veel ruimte voor individuele vrijheid en ontplooiing. Ook christenen worden daardoor beïnvloed; zij vinden die aandacht voor individuele ontplooiing en individueel, persoonlijk geloof vaak vanzelfsprekend. Maar in andere culturen, zoals in het oude Midden-Oosten, staat veeleer de gemeenschap en niet het individu voorop. In gemeenschappen hebben vaders vaak veel gezag en macht. De posities die hun zonen in het gezin innemen, zijn niet zo gelijk mogelijk verdeeld, zoals het in onze cultuur doorgaans wordt nagestreefd. In zo’n patriarchale samenleving hebben dochters weinig of niets in te brengen. Met wie ze gaan trouwen, kan voor hen worden beslist. Een slavin kan zomaar tot draagmoeder worden genomen.

Iets dat lijkt op de hedendaagse euthanasiepraktijk is er niet te vinden, en toch is het alleszins de moeite waard om getuigenissen van mensen van toen tot ons te laten doordringen.

Ondanks deze kloof tussen de culturen van de Bijbel en onze huidige tijd, is de Bijbel een zeer leerzame bundel van boeken. De Bijbelschrijvers gaan immers regelmatig ook tegen de toenmalige culturen in. Patriarchen en koningen worden niet per se bejubeld maar ook kritisch beschreven, onrecht wordt aan de kaak gesteld, vrouwen krijgen een onverwachte hoofdrol. Regelmatig zijn verhalen en voorschriften dus roldoorbrekend. Iets dat lijkt op de hedendaagse euthanasiepraktijk is er niet te vinden, en toch is het alleszins de moeite waard om die oude getuigenissen van mensen van toen tot ons te laten doordringen. Met reden erkent de kerk immers dat de Schrift door de heilige Geest is geïnspireerd.

Na deze inleiding gaan we diverse teksten bespreken die raken aan het thema ‘voltooid leven’.

Personen in het Oude Testament

Opvallend genoeg kent de Bijbel een uitdrukking die sterk doet denken aan wat nu ‘voltooid leven’ wordt genoemd. Van Abraham, Isaak en Job wordt verteld dat zij op hoge leeftijd stierven, ‘oud en van het leven verzadigd’ (Genesis 25:8; 35:29; Job 42:17, NBG51). De weergave van Job 42:17 in de Statenvertaling van 1637 luidde treffend: ‘oud en der dagen zat’. Hetzelfde wordt later verteld van koning David en van de hogepriester Jojada (1 Kronieken 23:1; 2 Kronieken 24:15). Met de uitdrukking, ‘van het leven verzadigd’ wordt bedoeld dat zij oud en helemaal ‘op’ waren. Het was hun genoeg, volgens de Bijbelschrijvers.

Abraham

Het wordt echter in heel verschillende bewoordingen verteld, hoe het de aartsvaders verging voordat zij ‘oud en van het leven verzadigd’ stierven. Van Abraham lezen wij dat hij, kennelijk na de dood van zijn vrouw Sara, ‘nog een vrouw nam’, Ketura, met wie hij zes zonen kreeg (Genesis 23:1-2; 25:1). Het wordt zo voorgesteld dat Abraham tot op hoge leeftijd actief aan het leven deelnam, zelfs al is het boek Genesis over die jaren uiterst summier (Genesis 25:1-7).

Isaak was volgens het boek Genesis meer dan twintig jaar oud en blind.

Isaak

Van zijn zoon Isaak was het levenseinde heel anders. Toen hij zo oud en blind was dat hij aan zijn tweelingzonen Esau en Jakob de zegen wilde geven, verwachtte hij blijkbaar dat hij spoedig zou sterven (Genesis 27). Nadat Jakob zich met list en bedrog meester had gemaakt van de zegen die zijn vader voor zijn broer Esau had bestemd, vluchtte hij uit Kanaän weg naar zijn oom Laban, ver in het oosten. Hij trouwt met diens dochters Rachel en Lea, en krijgt bij hen en bij twee bijvrouwen elf zonen en een dochter. Na twintig jaar (Genesis 31:38) keert hij terug naar Kanaän, zijn land van herkomst. Pas na allerlei gebeurtenissen gaat hij daar naar zijn oude vader Isaak (Genesis 35:27).

Dat betekent dat Isaak volgens het boek Genesis meer dan twintig jaar oud en blind was. De suggestie wordt gewekt dat zijn leven in die tijd nog niet voltooid was en dat hij had gewacht op de terugkeer van Jakob en de verzoening tussen zijn twee zonen (Gen. 33). Pas dan sterft hij, ‘van het leven verzadigd’ (Genesis 35:29) – dus op een heel andere manier dan zijn vader Abraham.

Job

Van Job wordt verteld dat hij in diverse rampen zijn tien kinderen, zijn bezit en zijn gezondheid kwijtraakte. Alleen zijn vrouw leefde nog. Zij ried hem aan God te vervloeken (zo terecht de NBV21; de NBG51 vertaalde hier ‘zeg God vaarwel’) en te sterven. Volgens haar had Jobs leven geen zin meer en was het in negatieve zin ‘voltooid’. Maar Job stond daar heel anders in. Hij antwoordde haar: “Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?” (Job 2:10; ook 1:21).

Er wordt in het boek Job in ieder geval niet ingestemd met de raad van Jobs vrouw om de brui eraan te geven.

Job treurt wel diep en vervloekt zijn geboorte (Job 3), maar hij heeft nog voldoende energie om de al te vrome redeneringen van zijn vrienden van repliek te dienen. Ook met God gaat hij het gevecht aan. De uitkomst is bekend: ten slotte buigt hij wel voor God, maar krijgt hij met zijn protesten toch gelijk. Daarna wordt hij nog rijker dan vroeger en krijgt hij weer tien kinderen. Ook hun nageslacht ziet hij opgroeien. Pas dan sterft hij, ‘van het leven verzadigd’ (Job 42).

Uiteraard houdt dit boek zijn lezers een spiegel voor. Het leert onder meer dat een mens ook in diepe nood aan God kan vasthouden, ondanks ernstige twijfels. Het kan dan toch nog ‘goed’ komen, al zal dat ‘goede’ voor ieder mens anders zijn. Hoe dan ook, er wordt niet ingestemd met de raad van Jobs vrouw om de brui eraan te geven en te sterven.

Elia

In andere omstandigheden verkeerden enkele oudtestamentische profeten. Elia hoorde na zijn conflict met vierhonderd priesters van Baäl, die hij allemaal ombracht, dat koningin Izebel hem wilde doden (1 Koningen 18:1-19:2). Hij vluchtte de woestijn in, verlangde naar de dood en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER’ (1 Koningen 19:3-4). Maar een engel stuurde hem toen naar de berg Horeb, waar God hem nieuwe opdrachten gaf (1 Koningen 19:5-18). Van Elia wordt niet verteld dat hij toen al oud en afgetakeld was, maar wel dat hij levensmoe was. Toch worden zijn leven en werk niet als ‘voltooid’ beschouwd. Pas nadat hij zijn leerling Elisa had opgeleid, wordt hij in een vurige wagen met paarden in de hemel opgenomen, volgens 2 Koningen 2.

Jeremia en Jona

Ook de profeet Jeremia had met felle tegenstand te maken. Net als van Job beschreven wordt, vervloekte hij daarom zijn geboortedag (Jeremia 20:15-18; ook al 15:10). Maar God laat hem niet sterven en wil hem als profeet in zijn dienst houden. Een heel ander verhaal is dat van Jona. Nadat Jona de stad Nineve de ondergang had aangekondigd en de inwoners daarom boete deden zodat God het dreigement niet uitvoerde, was de profeet diep teleurgesteld. Hij wilde toen wel sterven, maar God stond hem dat niet toe (Jona 4:3). Dit verhaal is vooral te beschouwen als een kritiek op Israëlieten die geen oog hadden voor Gods barmhartigheid jegens niet-joodse volken. Met ‘voltooid leven’ heeft het niet echt te maken, tenzij iemand zou menen dat het leven geen zin meer heeft om redenen die omstanders onder de maat vinden.

Kennelijk bedoelt de psalmist dat een mensenleven in de ouderdom van zeventig à tachtig jaar voltooid is.

Oud en jong in het Oude Testament

Andere teksten raken op een andere manier aan het thema ‘voltooid leven’. We lezen van de zeer hoge leeftijden waarop – althans volgens Genesis 25:7 en 35:28 – de patriarchen stierven. Van Abraham geldt de leeftijd van 175, van Isaak die van 180. Van Job staat er dat hij op zeker moment nog 140 jaar leefde (Job 42:16), en volgens Deuteronomium 34:7 werd Mozes 120 jaar oud. Bij Mozes moeten we echter opmerken dat zijn leeftijd als uitzonderlijk hoog wordt voorgesteld, aangezien alle weerbare mannen die uit Egypte waren getrokken in de veertigjarige omzwerving in de woestijn wel al eerder waren gestorven (behalve Kaleb en Jefunne, Numeri 26:65; Jozua 5:4-6).  

Van lagere, meer herkenbare leeftijden getuigt Psalm 90:10, ‘Zeventig jaar duren onze dagen, of tachtig als wij sterk zijn.’ Kennelijk bedoelt de psalmist dat een mensenleven in de ouderdom van zeventig à tachtig jaar voltooid is. Zijn visie op het leven lijkt niet vrolijk, want hij voegt eraan toe: “Het beste daarvan is moeite en leed, het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.” En even daarna: “Leer ons zo onze dagen tellen dat wijsheid ons hart vervult.” (Psalm 90:12) Het gaat hem dus om wijsheid, niet per se om een krachtig lijf waarin je tot het laatst toe van het leven kunt genieten. Zoals wel vaker in het Oude Testament, wordt het uitzicht op een leven na de dood – een leven bij God – hier nog niet genoemd.

Kinderen die jong stierven werden al uit het leven weggerukt voordat het menselijkerwijs gesproken voltooid was.

Een langer leven wordt echter wel in het vooruitzicht gesteld in het boek Jesaja. Daar kondigt de profeet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde aan die God zal scheppen (Jesaja 65:17). Over Jeruzalem zegt hij onder meer, als Gods belofte: “Geen zuigeling zal daar meer zijn die slechts enkele dagen leeft, geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit; want een kind zal pas sterven als honderdjarige, en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.” (Jesaja 65:20) Uiteraard stond die passage tegen de achtergrond van de ervaring dat kinderen juist wel jong stierven en dat ouderen lang geen honderd jaar werden. Zij werden al uit het leven weggerukt voordat het menselijkerwijs gesproken voltooid was. Maar met honderd jaar of iets meer zou het dan toch voltooid zijn, zo blijkt uit deze woorden.

Kindersterfte wordt ook vermeld in de verhalen over Elia en Elisa. Beide profeten leren een vrouw kennen wier zoon sterft. Van beiden wordt betuigd dat zij hem na gebed tot God weer uit de dood opwekken (1 Koningen 17:17-24; 2 Koningen 4:18-37). Deze jonge levens waren dus nog niet voltooid, maar het is duidelijk dat deze verhalen in de Bijbel uitzonderlijk zijn. Op de achtergrond hiervan staat dat het in die tijd als een schande werd beleefd geen kinderen te hebben (vergelijk 1 Samuël 1:1-18).

Om te voorkomen dat oude mensen de laatste jaren alleen maar als vreugdeloos beleven, is het van belang dat zij God hebben leren eren in hun jeugd.

Prediker 12:1-8

Al met al komen in het Oude Testament verschillende stemmen over het levenseinde aan het woord. In Psalm 92:15 wordt van rechtvaardigen die geworteld zijn in Gods huis gezegd dat zij in de ouderdom nog vrucht dragen en krachtig en fris blijven. Een ander, aangrijpend getuigenis van de aftakeling die evenzeer kan plaatsvinden staat aan het einde van het boek Prediker. De bloemrijke taal is niet overal direct duidelijk. Daarom citeer ik de passage (Prediker 12:1-8, NBV21, met enkele kleine wijzigingen) met daarin enkele verklaringen tussen haken:

Gedenk daarom je Schepper in de dagen van je jeugd – voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer.

Voordat de zon (levenskracht) verduistert,
de sterren en de maan niet langer stralen,
de lucht ook na de regen grauw van wolken wordt.
De dag waarop de wachters (armen) trillend voor het huis staan,
de soldaten (benen) kromgebogen voortgaan,
de maalsters (tanden) langzaamaan verdwijnen,
de vrouwen (ogen) uit het venster staren en een schaduw lijken.
Wanneer de deuren (oren) naar de straat worden gesloten,
de molen geen geluid meer maakt,
het fluiten van de vogels ijl van toon wordt,
wanneer hun lied versterft.
Je durft geen heuvel te beklimmen,
de weg is vol gevaar.
De amandelboom (wit haar) behoudt zijn wintertooi,
de sprinkhaan (bejaarde) sleept zich voort,
de kapperbes (eetlust en energie) droogt uit.
Een mens gaat naar zijn eeuwig huis,
een klaagzang vult de straat.
Voordat het zilverkoord (levensloop) wordt weggenomen,
de gouden lamp (levenslicht) gebroken,
de kruik bij de bron in stukken valt,
het scheprad bij de put (levensbron) wordt stukgebroken.
Wanneer het stof (lichaam) terugkeert naar de aarde,  
weer wordt zoals het was,
wanneer de adem van het leven weer naar God gaat,
die het leven heeft gegeven.

Met dat laatste is het leven op aarde voltooid. Maar om te voorkomen dat oude mensen de laatste jaren alleen maar als vreugdeloos beleven, is het van belang dat zij God hebben leren eren in hun jeugd. Wie jong op God leert te vertrouwen, zal ook in de ouderdom vrucht kunnen dragen in wijsheid en gebed, en zich in die laatste, vaak moeizame jaren en in de dood aan hem kunnen toevertrouwen.

Het Nieuwe Testament

Jezus en Petrus

Het Nieuwe Testament heeft over ‘voltooid leven’ in alledaags perspectief minder te zeggen dan het Oude Testament. Zoals Jezus erop rekende dat zijn aardse leven zou eindigen aan een kruis, zo roept hij zijn volgelingen ertoe op, zichzelf te verloochenen en hun kruis te dragen. Dat betekent dat zij in principe bereid moeten zijn hun leven voor de boodschap van hun Meester in de waagschaal te stellen (Marcus 8:34-38; vergelijk Matteüs 10:38-39).

In Johannes 21:18-19 voorzegt de verrezen Heer dat Petrus de martelaarsdood zou sterven. In 2 Petrus 1:14 lezen we dat Petrus van Christus heeft vernomen dat zijn tent (d.w.z. lichaam) spoedig zou worden afgebroken. In tegenstelling tot latere legenden vermeldt het Nieuwe Testament niet hoe zijn levenseinde was.

Het belangrijkste vindt Paulus dat hij de goede strijd heeft gestreden en het geloof heeft behouden.

Paulus

Van de apostel Paulus weten we meer. In zijn brieven getuigt hij regelmatig van de moeiten die hij ondervond, en kijkt hij uit naar het moment waarop hij zijn aardse lichaam kan verlaten om zijn intrek bij Christus te nemen (2 Korintiërs 5:1-10). Later, als hij gevangen zit, houdt hij er rekening mee dat hij de doodstraf zal krijgen. Hij aarzelt over wat het beste is: in de dood naar Christus gaan of blijven leven om de gelovigen bij te staan. Hij rekent op dat laatste, hetgeen inhoudt dat hij zijn leven nog niet voltooid acht (Filippenzen 1:20-26; 2:17).

Nog later weet hij dat zijn einde nabij is, en dat zijn bloed als een offer zal worden uitgegoten. Het belangrijkste vindt hij dat hij de goede strijd heeft gestreden en het geloof heeft behouden. Hij ziet uit naar de erekrans die Christus hem zal geven (2 Timoteüs 4:6-8). We kunnen concluderen dat zijn aardse leven dan is voltooid, al betekent dit allerminst dat hij de dood actief heeft gezocht.

Opwekkingen uit de dood

Evenals over Elia en Elisa wordt ook van Jezus verteld dat hij kinderen uit de dood heeft opgewekt: de dochter van Jaïrus en een jongen uit Naïn (Luc. 7:11-17; 8:40-56). Daarbij komen de opwekking van Lazarus (Johannes 11) en de getuigenissen dat Petrus en Paulus elk een dode tot leven hebben gewekt (Handelingen 9:36-42; 20:7-12). Werd het leven van deze gestorvenen onvoltooid geacht? Veeleer was het te doen om de manifestatie van Jezus’ macht over de dood, die in zijn eerste leerlingen doorwerkte (vgl. Matteüs 10:8).

Besluit

Ook al komt de huidige praktijk van het verzoek om euthanasie in de Schrift niet voor, toch raken allerlei Bijbelteksten – maar dan in een andere zin – aan het thema van ‘voltooid leven’. Een gelovige kan zich onmogelijk in al die teksten tegelijk herkennen, maar in enkele, die enigszins corresponderen met  zijn of haar eigen leven, hopelijk wel.

Het verlangen op korte termijn te sterven, dat we bij enkele bijbelse figuren aantreffen, wordt niet direct vervuld.

De bijbelse getuigenissen lopen nogal uiteen, maar er zijn ook teksten die we als centraal mogen beschouwen. Het leven is door God gegeven en aan het einde mag het aan God, dan wel Christus, weer worden toevertrouwd. Daarmee is het ten minste op aarde voltooid. Wat de psalmist bidt ten overstaan van zijn vijanden, ‘Mijn tijden zijn in uw hand’ (Psalm 31:16, NBG51), mag ook worden gezegd bij het naderen van de dood, de laatste vijand (1 Korintiërs 15:26). Wie zich door de Bijbel laat inspireren vindt daarin echter geen steun voor een zelf gezocht levenseinde. Het verlangen op korte termijn te sterven, dat we bij enkele bijbelse figuren aantreffen, wordt immers niet direct vervuld.

Riemer Roukema is in deeltijd onderzoekshoogleraar Vroeg Christendom aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en Groningen, en met een kleine aanstelling predikant van de Waalse gemeente in Zwolle.

< Terug