Amos’ kritiek op religieuze misstanden vinden we hout snijden en zijn visie op de scheefgegroeide economische verhoudingen kan op onze sympathie rekenen. Deze veeboer en vijgenkweker (Amos 7:14) spreekt ons aan in dagen van stikstofcrisis en een vastgelopen landbouwbeleid. Maar niet iedereen is van hem gediend. Amasja, een priester aan het heiligdom van Betel, vindt Amos een ophitser en dringt er bij koning Jerobeam op aan deze boze boer terug te sturen naar zijn land van herkomst, uit te zetten als een ongewenste vreemdeling in het Noordelijke Rijk Israël (Amos kwam immers uit Tekoa in het zuidelijke Juda).