Menu

Premium

Bij Marcus 9:30-37

‘Haha! Ik ben de knikkerkoning van de school! Iedereen moet voor mij buigen!’ roept Mees, terwijl hij met uitpuilende knikkerzakken het schoolplein oprent. Hij loopt er scheef van en de zakken van zijn jas scheuren bijna door het gewicht van de knikkers. ‘Ah, Daan! Zullen we gaan knikkeren? O nee, je kan helemaal niet meer knikkeren, want ik heb alles gewonnen! Hé, ik wil je wel knikkers lenen, je kan me terugbetalen als je wint!’ roept hij tegen Daan. Daan kijkt boos. Dat was nou ook weer niet de bedoeling. Mees mag dan wel van zijn computerspelletje af zijn, maar nu is hij helemaal in de ban van de knikkers. Niemand heeft nog knikkers en het is helemaal niet leuk om tegen Mees te spelen. Hij is ook zo goed… En dat is niet erg als hij maar niet zo zou opscheppen, denkt hij. ‘Nee, dank je, Mees,’ zegt hij. ‘Als je zo verwaand doet, dan hoef ik niet met je te knikkeren. Dat je nu opeens heel goed bent in knikkeren is erg leuk, maar dan hoef je nog niet te doen alsof je over iedereen kan beslissen. Vergeet niet dat ik je geleerd heb hoe je moet knikkeren!’ Mees denkt na. Op die manier had hij het nog niet bekeken. Daan heeft hem inderdaad leren knikkeren. Het is niet leuk dat hij zo naar doet tegen hem en tegen de andere kinderen. Daar maak je natuurlijk geen vrienden mee. ‘Sorry Daan,’ zegt hij, ‘ik ben denk ik een beetje doorgeslagen. Ik zal mijn knikkers verdelen over iedereen, zodat we weer opnieuw kunnen beginnen!’

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken