Menu

Premium

Bijbelse beelden bij een natuurramp

Enkele minuten voor de aanvang van de ochtenddienst op 26 december in de Grote Kerk te Goes kreeg ik het voorbedenboek onder ogen. Dat gebeurt zo bij elke dienst. Er wordt vaak iets in geschreven. Er stond een korte vermelding over de zware aardbeving in Azië. De dienstdoende diaken wist me nog te melden, dat er iets over in het nieuws was geweest. Voor het eerst heb ik toen, terwijl ik nog geen enkel idee had, voor de slachtoffers en nabestaanden gebeden. Bij thuiskomst werd er meer duidelijk. Het ging om een grote ramp. Er werd gesproken over een tsunami. Een gigantische vloedgolf. Het vreemde woord dat in korte tijd zo vertrouwd werd. Hoe meer de omvang van de ramp tot me doordrong, hoe meer het gevoel van verslagenheid ging overheersen. Dat gebeurde alom in mijn omgeving. ‘God heeft hier niets mee te maken’, werd al snel door iemand gezegd. Iemand anders zei: ‘Mijn vertrouwen is wel diep geschokt’ en ze haalde de belofte uit Genesis aan, uitgesproken bij het teken van de regenboog. Als ik op 31 december de oudejaarsdienst leid in Kloetinge, bepaalt deze ramp de toonzetting van de dienst. In de gebeden brengen we het gevoel van verslagenheid onder woorden. We roepen God aan vanwege de nood in de wereld. Wat die nood inhoudt, is nu overduidelijk. En we noemen de betrokkenen: de slachtoffers, de nabestaanden, de duizenden vermisten, de reddingswerkers. Op latere zondagen noemen we ook de mensen van de identificatieteams. Met deze voorbeden sluiten we ongetwijfeld aan bij de wereldwijd uitgesproken gebeden, in kerken, moskeeën en tempels.

Lees het hele artikel

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken