< Terug

Radicale theologie en deconstructie

In dit Theologisch drieluik introduceert Jos de Keijzer je met radicale theologie.

Deel 1: wat is het?
Deel 3: goed nieuws

Op 8 juli verschijnt de reactie op dit drieluik, geschreven door Bram Kalkman.






Jos de Keijzer

“Een definitie van ‘god’ is (per definitie) niet mogelijk en daarmee valt de claim dat Jezus god is, in het water.”

Theologisch drieluik: radicale theologie (deel 2)

Alle goden moeten dus het veld ruimen. Ja, ook de god van het christendom. Waarom eigenlijk? In het Oude Testament worden de afgodsbeelden neergehaald omdat alle eer en glorie toekomt aan Jahweh. De Heere is een jaloerse god, zo horen we keer op keer. Radicale theologie vindt dat ook Jahweh, als product van de menselijke verbeeldingskracht, eraan moet geloven. Maar waarom? Is er dan geen jaloerse opperheer die straalt aan het firmament?

In mijn vorige blog stelde ik dat alle goden en ideologieën een poging zijn om de dood te ontvluchten en om de scheur in de werkelijkheid te ontkennen. Jammer genoeg geldt dit ook zeker voor de god die het christendom van Jezus gemaakt heeft. ‘Met Jezus in je hart ga je naar de hemel,’ luidt de kern van het evangelie zoals veel christelijke kerken het preken. Maar waarom de hemel als Jezus ons de wereld instuurt?

Een definitie van ‘god’ is (per definitie) niet mogelijk en daarmee valt de claim dat Jezus god is, in het water

Om iets verder te prikken gaan we even op de deconstructieve toer. De invloed van de franse filosoof Derrida op radicale theologie is groot geweest (Mark Taylor, John Caputo). Met Derrida’s methode kun je de innerlijke tegenstrijdigheden aantonen in theorieën, systemen en ook theologieën. Hoe ziet dat eruit?

Jezus als god en het woord

Volgens het christendom is Jezus God. Maar om die claim te kunnen staven, moeten beide onderdelen van de claim gedefinieerd of geverifieerd kunnen worden. Met Jezus lukt dat aardig (eerste eeuw, Nazareth, kruisdood etc.). Maar het woord ‘god’ is problematisch omdat het volgens de gemiddelde christelijke stellingnemer verwijst naar iets wat onzichtbaar is en buiten de wereld zelf staat. Een definitie van ‘god’ is dus (per definitie) niet mogelijk en daarmee valt de claim dat Jezus god is, in het water. De claim kan op geen enkele manier geverifieerd worden en is als claim betekenisloos. Het heeft misschien symbolische waarde maar verder niet.

Nog een probleem: Jezus is het Woord van God dat vlees werd. Hoe weten we dat? Uit een boek dat we het Woord van God noemen. Probleem is dat er dus twee woorden van God zijn. Het woord blijft in boekvorm bestaan, terwijl het al vlees is geworden. De mogelijkheden die voor ons open staan zijn:

  1. Jezus is inderdaad het Woord van God en de Bijbel is dat dus niet (maar zo ben je je autoriteit kwijt);
  2. de Bijbel is het Woord van God en Jezus dus niet (maar zo liegt je tekst); of
  3. Jezus is op een andere manier het Woord van God dan de Bijbel het is (maar zo verval je in theologische dubbelzinnigheid).

Juist in het hart van het christelijk geloof bestaan contradicties. Het is precies op deze punten dat je een zekere leugenachtigheid tegenkomt. Liegen tegen jezelf is nodig om het systeem in stand te houden ook al weten we dat er iets niet klopt. Je hebt de Bijbel als woord van God nodig om Jezus onder controle te kunnen houden. Je hebt Jezus als god nodig om in zijn naam de wereld te onderwerpen. De contradicties zijn geen vergissingen maar onbewuste aanpassingen aan het eigen beleid.

Waar wij denken dat wedergeboorte redding betekent, was het bij Jezus het tegenovergestelde

Wedergeboorte en redding

Ook in de interpretatie van Jezus’ onderwijs gaan er dingen vreemd. Bij ons is wedergeboorte een duidelijk omlijnd proces met duidelijke inhoud, terwijl Jezus de term juist gebruikt om de ongrijpbaarheid van de Geest aan te duiden.

Waar wij denken dat wedergeboorte redding betekent, was het bij Jezus het tegenovergestelde. Wie geleid wordt door de Geest is bereid verloren te gaan, dat wil zeggen: zijn leven te verliezen. Gered worden is niet het doel, maar je leven kwijtraken. Dát is het doel!

Deconstructie

Door onze theologische tradities kunnen wij dit niet meer horen. Wij hebben de radicaliteit van Jezus die tegen ons getuigt onder de mat geschoven. Alles wordt gefilterd door de afgod die wij zelf van Jezus hebben gemaakt. Dus als mensen tegenwerpen ‘maar Jezus dan?’, dan zeg ik: “Welke? Ik zie namelijk een Jezus die aan deconstructie avant la lettre deed.”

De kerk heeft van Jezus iemand gemaakt die de briesende wraakzuchtige toorn van een oppergod tot bedaren wist te brengen

De Jezus van de evangeliën predikt geen enkele leer. Je moet hem in de context van het Tweede Tempel Jodendom plaatsen, maar hij is er tegelijk de antithese van. Bij hem komt het niet aan op de juiste dingen geloven, maar op het doen van wat rechtvaardig is. Bij hem komt het niet aan op het verdedigen van geloofswaarheden maar op nederige naastenliefde. Bij hem zijn het niet ongelovigen die naar de hel gaan, maar juist de gelovigen!

Minderheidsopinie

Als je terug wilt naar de kern van Jezus’ onderwijs dan zul je het christendom grotendeels overboord moeten gooien. Toch is er in de joodse en christelijke traditie altijd een minderheidsopinie geweest met een krachtig tegengeluid.

Dan denk ik naast Jezus, aan de profeten die opstonden tegen de koningen; aan de prediker die de zinloosheid van het leven (en religie) aan de kaak stelt; aan Paulus wanneer hij spreekt over de kracht Gods die in zwakheid (het kruis) wordt geopenbaard; aan Luther die de Reformatie begon met een zichzelf openbarende god in Jezus die antithetisch was aan de menselijke verwachting: een god die kwetsbaar is, in een luier poept, arm is, ziek is; een god die doodgaat.

Schuilplaats van de irrelevantie

Wie een beetje deconstructief denken loslaat op het geloofsgoed, ziet al gauw dat de kerk iemand van Jezus gemaakt heeft die de briesende wraakzuchtige toorn van een oppergod tot bedaren wist te brengen. Die god troont in den hoge, is ongenaakbaar en stuurt straks Jezus om met veel bloedvergieten de boel op orde stellen. Hij is een schadelijke god die, omgeven met mythische voorstellingen en gestoeld op gedateerde filosofische ideeën, al zijn plausibiliteit verloren heeft. Jezus en Jahweh (of de Heere) zijn al te menselijke goden.

‘Onze–Lieve–Heer’ biedt ons de schuilplaats van de irrelevantie

Ze zijn schadelijk juist omdat de christelijke kerk zich in hun schaduw wil nestelen, veilig voor enige verantwoordelijkheid in een wereld die de christelijke god allang voorbij is gesneld. Veilig ook voor de taak om in deze wereld alles in de waagschaal te stellen om de problematische goden van deze tijd—ideologieën dus—met hand en tand te bestrijden. Kortom, ‘Onze–Lieve–Heer’ biedt ons de schuilplaats van de irrelevantie.

Paradoxaal

De grote paradox is dat waar het Westers christendom deels ontstaan is als een centralisatie van macht in een poging om dwaalleren te bestrijden, het christendom in al zijn vele uitingen zelf de grote dwaalleer is.

Een dubbele paradox eigenlijk, omdat het tegelijk een noodzakelijke dwaling is. Als Jezus inderdaad de waarheid is die hij zichzelf toedicht en de mensheid inderdaad zo zondig is als Paulus beweert, dan kan het eigenlijk niet anders dat dat elke menselijke reactie bestaat uit verraad.

En zoals we inmiddels weten komt het ergste verraad met vleierij en een kus. In zijn falen vormt het christendom dan ook weer een argument voor Jezus zelf. En dat is dan de derde paradox.

‘Ja goed, maar die Jezus dan?’ zullen sommigen zeggen. Daar gaat mijn derde en laatste blog over.

Jos de Keijzer is theoloog en freelance copywriter. Hij voltooide in 2017 zijn studie systematische theologie in de Verenigde Staten waar hij zijn dissertatie schreef over de invloed van Luther op de vroege theologie van Dietrich Bonhoeffer. Na zijn terugkeer naar Nederland is hij als zelfstandig tekstschrijver begonnen voor het bedrijfsleven en de dienstverlenende sector. Zijn dissertatie is in Duitsland gepubliceerd onder de titel Bonhoeffer’s Theology of the Cross.

< Terug