< Terug

Zijn wij onze data?

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Maaike Harmsen, die zich bezint op de betekenis van algoritmes en data.

Portret Maaike Harmsen (beeld Maarten Boersema)

Maaike Harmsen (beeld Maarten Boersema)

We zien technologische vooruitgang vaak als onvermijdelijk, maar we blijven verantwoordelijk voor ons gedrag.

Sociale media, algoritmes en wij

Sociale media en digitalisering in het algemeen zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Wij leven in afhankelijkheid van digitale technologie. Hoe kijken we aan tegen digitalisering, en het gebruik van algoritmes in het bepalen van ons leven?

Een dichtbije dystopie

Als ik al mijn persoonlijke doelen haal in mijn gezondheidsapps, dan heb ik mijn leven perfect onder controle’. Bij het lezen van de nieuwe science-fiction roman The Every van Eggers,[1] bleef deze zin bij mij hangen. De uitspraak komt van een vrouw die werkt bij het bedrijf The Every, dat een mix voorstelt van Amazon, Google en Facebook samen. De vrouw in de roman is constant bezig om de juiste hoeveelheid stappen te zetten per dag, de juiste hoeveelheid minuten te lachen per dag, en de juiste hoeveelheid nieuwe woorden te leren per dag, om zichzelf te verbeteren. De stress die dat allemaal geeft, moet weer gecompenseerd worden met een bepaalde hoeveelheid slaap en yoga die haar apps voor haar hadden uitgerekend. Haar leven wordt in dit boek bepaald door haar Every-apps. Een techbedrijf dat weet wat jij wilt kopen op basis van al je data bij hen.

Eggers schetst een wereld waarin wij ons volledig laten leiden door bedrijfsmatige algoritmes, met het idee dat algoritmes het nooit verkeerd hebben

Deze dystopische roman komt dicht bij onze eigen huidige werkelijkheid. Amazon wil graag de producten voor je bestellen waarvan zij denken dat jij ze nodig hebt op basis van je eerdere koopgedrag. Google weet op basis van de gigantische data die zij genereren, wat de reis-, zoek- en koopbewegingen ongeveer zullen zijn die wij gaan maken. Facebook en Twitter weten hoe lang wij zoeken, hoe lang wij geëngageerd zijn bij bepaalde woorden, plaatjes en uitspraken.

Eggers schetst in deze roman een wereld waarin wij als mensheid ons volledig laten leiden door die bedrijfsmatige algoritmes, omdat het idee leeft dat een algoritme het nooit verkeerd kan hebben – het is immers harde statistiek, berekend, op basis van data.

Techbedrijven en hun goud

Hans Schnitzler heeft in zijn nieuwe boek Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering[2] gekeken naar de karakters en achtergrond van de oprichters van bedrijven als Amazon en Facebook. Deze oprichters zijn allemaal mannen uit Silicon Valley, en ze hebben vaak moeite met sociale interactie; zowel Bezos (Amazon) als Zuckerberg (Facebook) hebben bedrijven opgericht om intermenselijke interactie in de echte wereld te verminderen. Amazon zorgt ervoor dat wij niet in een fysieke winkel te maken hebben met personeel, Facebook en WhatsApp laten ons online met andere discussiëren, teksten naar elkaar versturen en video calls maken. De hoeveelheid tijd die we offline met elkaar spenderen vermindert, en door de coronapandemie is dit alleen maar toegenomen.[3]

De techbedrijven verzamelen ondertussen die enorme hoeveelheid data en kunnen daarmee gepersonaliseerde advertenties verkopen – hun verdienmodel. Onze persoonlijke zoekgeschiedenis, is hun goud. Het verkopen van klantgegevens voor adverteerders is niet nieuw. Accountmanagers van kranten proberen advertentieruimte te verkopen op basis van wie hun lezers zijn. Dit bepaalt welke adverteerder waar wil adverteren, welke politieke partij waar hun advertenties wil zetten. En spindoctors die ‘de mening van het volk’ kennen, zijn er al sinds de oudheid.

Het goud van techbedrijven – jouw data – lijkt nieuw, maar is van alle tijden; de techniek is nieuw

Reductionisme en technicisme als religie

Wat nieuw is, is het geloof in de kracht van de algoritmes, en de reductie van menselijke gegevens in data. ‘Alles in de realiteit kan gesimuleerd worden door nullen en eenen’ schreef Elon Musk, nog een techgigant. Reductionisme zelf, het geloof dat de werkelijkheid niet meer is dan materie, of data, of nullen en eenen, dat is niet nieuw. We zien het al terug bij Democritus (5e eeuw voor Christus): alles is atomen.

Vanaf de ontdekking van wetmatigheden in onze werkelijkheid komt het idee sterker terug; alles is materie en wordt gedetermineerd door eeuwige natuurkundige wetten. Sommigen gaan nog een stap verder in dergelijk denken. Wie werkt aan het vormen van materie en rekening houdt met de wetmatigheden in de natuur, die zal zich verder ontwikkelen en dat zal een betere mens opleveren. Want kan een algoritme het mis hebben? Zijn wiskundige modellen in de algoritmes en de wetmatigheden die wij vinden niet beiden perfect op elkaar afgestemd?

Nog meer dan onze eigen rationaliteit lijkt de ‘objectieve’ wiskundige werkelijkheid van onze data een nieuwe moraal te kunnen scheppen. Zo kunnen zij het goede leven aanwijzen, zoals in The Every de algoritmes uitgerekend hebben wat de perfecte hoeveelheid slaap is om gezond te blijven, of hoeveel minuten per dag je moet lachen of stappen zetten om mentaal en fysiek gezond te blijven.

Een onvermijdelijk gouden kalf

De techniek van het uitrekenen en de computer die dat doet, is het leidende principe. Maar ook dat is niet nieuw voor ons: dat wij ons achter de mogelijkheden van techniek verschuilen, en dat de vooruitgang in de techniek ons onvermijdbaar schijnt. Aaron riep al duizenden jaren geleden dat het gouden kalf uit zichzelf uit het vuur sprong (Exodus 32). Het kalf dat hij gesmeed had van gekregen gouden juwelen van het volk, toen zij iets te lang moesten wachten op de terugkeer van Mozes, hun leider.

In vers 24 zegt Aaron: “Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.” Aaron wist natuurlijk wel dat het kalf niet uit het vuur sprong, en het volk en Mozes ook. Hij suggereert alleen dat het onvermijdbaar is, deze spontane sprong. Als wij met deze materialen gaan werken, en het leren te smeden, dan kan het niet anders of daar komt een beeld vandaan en wij gaan ons heil daarvan verwachten. Het zit ingebakken zeg maar. En dat is hoe veel mensen technologische vooruitgang zien; als onvermijdelijk, de volgende stap in evolutie, wij zullen wel door algoritmes bepaald worden, we kunnen dit niet bijsturen.

“Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.” (Genesis 32:24)

Onze data, onze verantwoordelijkheid

Mozes trapt niet in de smoes van zijn broer. Hij blijft zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag, net als het volk. Wat wij in het vuur smeden, dat leggen wij er zelf in. Wij laten bedrijven ontstaan die leven op het data vuur van onze consumptie, onze zoekdrift naar nieuw vermaak. En er is voorzichtig genoeg een kentering aan het ontstaan in het bevragen van de techbedrijven naar hoe zij hun algoritmes inzetten. Maar wij kunnen ook zelf, als zelf denkende wezens, blijven nadenken hoe wij met vuur, met goud en onze techniek omgaan. Wij zijn geen slaven, maar vrije mensen, vernieuwd in ons denken.

Noten

[1] In het Nederlands vertaald als Het alles. Dave Eggers, The Every. Penguin Random House, 2021.

[2] Wij Nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering. Hans Schnitzler, De Bezige Bij, 2021.

[3] Een goed boek over de rol van social media en de blijvende eenzaamheid is. Verkeerd verbonden. Waarom Sociale media ons eenzaam maken en hoe dit kunt voorkomen. Cees Zweistra, KokBoekencentrum, Utrecht, 2021.

Het is 38 jaar geleden vandaag. Paus Johannes Paulus II wijdde op 25 maart van dat jaar de wereld toe aan het Onbevlekt Hart van Maria – zoals overigens vier voorgangers én zijn tweede opvolger ook hebben gedaan; pausen zijn immers gek op continuïteit. Op 15 april vond ook de eerste Wereldjongerendag plaats, dat zou uitgroeien tot de grootste tweejaarlijkse jongerenbijeenkomst ter wereld. Maar 1984 was vooral het jaar dat het wereldberoemde LEGO-reclamelied “Van LEGO kun je alles maken.”

Nooit heb ik niets met U

In Nooit heb ik niets met U voert Henk Veltkamp persoonlijke gesprekken met 25 verschillende mensen over wie God voor hen is. Die vraag levert heel diverse antwoorden op. De een krijgt een warm gevoel en raakt niet meer uitgepraat. De ander haalt de schouders op. Gesprekken met Stevo Akkerman, Nora Asrami, Tamarah Benima, Stef Bos, Tijs van den Brink, Heino Falcke, Jacobine Geel, e.a.

nooit heb ik niets met u

< Terug