Bomen in Hooglied
Wat hebben Hooglied en de mystieke poëzie van Hadewijch gemeen? De lente. Hadewijch verlangt in haar liederen naar de vereniging met het goddelijke, naar de mystieke liefde tussen God en mens. Zij begint haar poëzie met een Natureingang, het oproepen van de lente, ‘die niet alleen de vogeltjes doet zingen en de bloesems doet ontluiken, maar ook bij de dichter erotische verwachtingen wekt’. Tegen deze achtergrond van de lente kan de mystieke liefde tussen God en mens tot bloei komen. Hadewijch heeft de lente nodig om die liefde op te roepen.