Menu

Premium

Breken en delen: overvloed voor velen

Hebreeuwse tekst die wordt uitvergroot met een loep

Bij Marcus 8,1-9

Drie dagen lang geeft Jezus onderwijs aan een menigte mensen, van wie er velen van verre gekomen zijn. Na drie dagen krijgt Hij medelijden met de menigte, ofwel, zoals de Naardense Bijbel vertaalt: ‘mijn hart trekt samen om deze schare’ (Marcus 8,2). Jezus wordt geraakt en met ontferming bewogen. Interessant is het dat dit op de derde dag gebeurt, de dag van de opstanding. Op deze dag komt Jezus in actie en zet Hij zijn onderwijs om in handelen.

Al eerder heeft Jezus een menigte mensen te eten gegeven (Marcus 6,35-45). Toen waren het vijf broden en twee vissen, waarmee Hij vijfduizend mensen voedde. Twaalf korven bleven er over. Deze getallen staan symbool voor Israël: vijf boeken van de Tora en twaalf stammen. Hoewel Jezus al eerder een menigte heeft gevoed, komen de leerlingen niet op het idee dat Jezus dit ook hier kan doen: ‘Maar hoe zou iemand hen hier, in deze verlatenheid, van genoeg brood kunnen voorzien?’ (Marcus 8,4 – Nieuwe Bijbelvertaling). Het is alsof de leerlingen het eerdere wonder vergeten zijn, alsof ze het hier opnieuw beleven. Blijkbaar heeft de eerste broodvermenigvuldiging hun de ogen nog niet zodanig geopend dat ze werkelijk anders naar Jezus zijn gaan kijken.

Brood

Het is de vraag waarom er alleen gesproken wordt over eten en niet over drinken. Je zou verwachten dat na drie dagen het verlangen naar water nog groter zou zijn dan naar brood. Toch ligt de nadruk hier op het brood. Het doet denken aan het manna in de woestijn (Exodus 16,31) dat, toen de mensen zich zorgen maakten over wat ze zouden eten, rijkelijk geschonken werd. Het doet ook denken aan de profeet Elia, die voor de weduwe van Sarefat zorgde voor een oneindige hoeveelheid meel in de pot en olie in de kruik (1 Koningen 17,7-16). Genoeg om tot in lengte van dagen brood te kunnen bakken.

Nemen, danken, breken, geven en delen

De leerlingen hebben zeven broden bij zich. Veel te weinig voor de menigte, maar wel het bijbelse getal van de volheid. Jezus neemt ze aan en gebruikt ze. Hij nodigt zijn leerlingen uit voor de dag te komen met wat ze in huis hebben, en zonder zich te beklagen doet hij het met wat er is. Datgene wat een druppel op de gloeiende plaat lijkt wordt tot werkmateriaal. ‘Hij nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen (…)’ (Marcus 8,6). Jezus neemt de broden niet alleen aan, Hij is er ook dankbaar voor. Hij spreekt er een dankgebed over uit, wat doet denken aan de eucharistie (dankzegging). Hier verwijst het gebeuren voor het eerst naar het vieren van de communie of het avondmaal of, zoals het in sommige kerken genoemd wordt, het ‘breken en delen’. Jezus breekt het brood en deelt het uit. Waar je in je leven iets deelt met anderen, daar wordt iets in jezelf gebroken. Delen doet vaak in eerste instantie pijn, voordat je de liefde voelt die vrijkomt bij het geven. Uiteindelijk zal blijken dat Jezus niet alleen degene is die breekt, maar ook degene die zichzelf láát breken. Door die gebrokenheid heen deelt Jezus zijn liefde met alle mensen.

Nemen, danken, breken en delen zijn de vier centrale handelingen waarmee Jezus het wonder voltrekt. Tegelijkertijd is dit een uitnodiging aan ieder mens om deze handelingen een plek te geven in zijn of haar eigen levenswerk. Je werkt met wat voorhanden is, bent er dankbaar voor, breekt en deelt het met de mensen om je heen, die het vervolgens weer aan anderen doorgeven. Voedsel wordt zo gebroken voor velen. Uiteindelijk heeft Jezus zeven broden gebroken, zijn er zeven korven over en heeft Hij vierduizend mensen gevoed. Met het getal van de volheid heeft Hij mensen uit alle vier de windstreken gevoed: vanuit Israël is de beweging naar de wereld gemaakt.

Jezus: de bron van overvloed

Voordat Jezus het brood breekt en deelt, vraagt Hij de mensen om te gaan zitten. Voor het breken en delen is rust nodig en ruimte om te ontvangen. Bij de eerste broodvermenigvuldiging geeft Jezus de mensen de opdracht om in groepen in het groene gras te gaan zitten (Marcus 6,39). Het groene gras in een dorre woestijn verwijst naar een rijk leven in overvloed. Het doet ook denken aan het beeld van God als herder, die je laat rusten in groene weiden en die je aan tafel nodigt en ervoor zorgt dat het je aan niets zal ontbreken (Psalmen 23). Door het breken en delen van het brood in overvloed wordt meer en meer duidelijk dat Jezus zelf is als deze herder. Hij is een oneindige bron van voeding, zowel voor Israël alsook voor de rest van de wereld. Als Hij zeven broden en enkele visjes deelt, blijven er zelfs nog zeven manden over, genoeg voor de volgende dag. Zo reikt het wonder van het delen van het brood tot in de toekomst.

Jezus dankt, breekt, geeft en deelt: het is genoeg voor velen. Vlak voor dit wonder heeft Jezus een dove de oren geopend (Marcus 7,31-37). Met het delen van het overvloedige brood wil Jezus de mensen ook de ogen openen. Hij wil de mensen laten zien dat er bij God brood te vinden is dat werkelijk voedt en dat oneindig blijft stromen. Het is brood dat meer wordt wanneer het gedeeld wordt. Hij nodigt ook ons hiermee uit om aan de slag te gaan met het brood dat in ons leven voorhanden is en dit vrijmoedig te breken en te delen met de mensen om ons heen. Het kleine beetje dat wij in handen hebben, zal dan genoeg blijken te zijn voor velen.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken