Menu

Premium

Als een lam…

Gedachten over het lijdensevangelie volgens Matteüs

white and gray sheep lamb

Daarop zei Pilatus tegen Hem: ‘Hoort U niet wat deze getuigen allemaal tegen U inbrengen?’ Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de gouverneur zeer verwonderde. (Mat. 27:13-14)

Het oecumenisch leesrooster geeft voor Goede Vrijdag het lijdensverhaal volgens Johannes aan. De synoptische evangeliën krijgen een plaats op de Palmzondag, ieder in “hun eigen jaar”.

In veel kerken blijft de lezing van het passie-evangelie beperkt tot Goede Vrijdag, met als gevolg dat altijd Johannes gelezen wordt en de andere evangeliën nooit aan bod komen. Om die eenzijdigheid te doorbreken pleit ik ervoor de komende jaren steeds het evangelie van dat jaar te lezen. Dit jaar: Matteüs.

Als regel wordt bij deze lezingen dus niet gepreekt. Terecht, de tekst kan voor zichzelf spreken. Toch heb ik nadenkend over Matteüs’ passieverhaal enkele woorden gemarkeerd. Woorden die steeds terugkeren; herhalingen waarvan je je afvraagt of die nu toevallig zijn of dat de evangelist er meer mee bedoeld heeft. Onderstaande gedachten zouden ter voorbereiding op de gebruikelijke lezingen kunnen wijzen op enkele rode draden in het verhaal. En voor wie toch eens wil preken over deze teksten kunnen ze tot handreiking dienen.

Zij leidden hem weg…

Tot driemaal toe vertelt Matteüs: ‘zij leidden hem weg…’ Allereerst bij de tempelpolitie, bij de hogepriester, en tot slot Pilatus. Allemaal weten ze niets anders te doen met Jezus dan Hem buiten de deur te zetten: weg met Hem!

Om te beginnen zijn er de soldaten van de Tempelpolitie die Jezus gegrepen hebben. Met zwaarden en stokken als tegen een rover zijn ze erop uitgetrokken. Zij hebben hun opdracht gekregen en die voeren ze uit. Bevel is bevel. Dat is hun programma en wie er het slachtoffer van wordt, heeft pech gehad, het is niet anders. Een soldaat wordt geacht geen vragen te stellen en domweg te doen wat hem wordt opgedragen. Punt uit.

Het kan haast niet anders of ze hebben wel iets van deze Jezus geweten, dat hij zieken genas en vastgelopen mensen weer verder hielp. Maar als de hoge heren menen dat hij een gevaar is, dan moeten ze hem arresteren. Hij past niet in hun programma. Dus zij leiden hem weg (Mat. 26:57).

Waarheen? Naar de hogepriester en het Sanhedrin. Religieuze leiders, hoogwaardigheidsbekleders met gezag. Zij zijn het die de wetten van de God van Israël nauwgezet in acht nemen en aan het volk leren. En als de Messias komt zal hij hun een ereplaats geven. Maar nu staat Jezus voor hen en als ze hem vragen: ‘bent u de Messias? reageert hij: ‘U zegt het’.

Maar als hij echt de Messias was, dan zou hij hen eren, maar dat doet hij niet. Jezus past dus niet in hun programma. En het resultaat? Zij leiden hem weg (Mat. 27:2).

En zo komt hij bij Pilatus, de Romeinse stadhouder met genoeg gezond verstand en ervaring om zich direct te realiseren dat die aanklacht tegen Jezus nergens op slaat. Die zogenaamde koning der Joden kan geen bedreiging voor hem zijn. Daarom doet hij enkele pogingen om Jezus vrij te laten, maar vergeefs, want de menigte voor zijn paleis dreigt in opstand te komen. En tenslotte besluit hij de schare haar zin te geven. Jezus moet gekruisigd worden.

Dat is geen recht, dat is politiek van een slechte soort. Als Pilatus moet kiezen: hij of ik, dan komt zijn programma tevoorschijn: denk allereerst aan je eigen belangen. En het resultaat? Zij leiden hem weg (Mat. 27:31).

Allemaal weten ze niets anders te doen met Jezus dan Hem buiten de deur te zetten: weg met Hem!

Zo beschrijft de evangelist drie ontmoetingen met Jezus. Hoe verschillend ook, ze hebben allemaal hetzelfde gevolg: Zij leiden hem weg. Jezus past niet in hun programma. Niet in het programma van de godsdienst, niet in het programma van de staat. En mensen die niet in je programma passen, die voer je af.

Hij bleef zwijgen

De tweede rode draad in het lijdensverhaal van Matteüs: Jezus blijft zwijgen.

Eerst in de spoedvergadering van het Sanhedrin. Het verhoor verloopt niet zoals Kajafas gewild had. Er moeten minstens twee getuigen zijn die eenzelfde verklaring afleggen, maar alle getuigen spreken elkaar tegen. Maar als er dan eindelijk twee gelijke getuigenissen zijn, geeft de verdachte geen antwoord op de aanklacht. Hoewel hij het recht heeft om zich te verdedigen, doet hij er het zwijgen toe. Kajafas wordt kwaad: ‘Waarom reageert u niet?’ Maar Jezus blijft zwijgen (Mat. 26:62-63)

Ook voor Pilatus doet Jezus er het zwijgen toe. ‘Hoor je niet,’ zegt de stadhouder, ‘hoeveel ze tegen je getuigen. Verdedig je, dan heb ik een argument om je vrij te laten.’ Maar Jezus antwoord hem op geen enkele vraag, zodat Pilatus zich zeer verwondert. (Mat. 27:13-14)

Vele malen heeft Matteüs in de voorafgaande hoofdstukken verteld dat Jezus antwoordt als hem wat gevraagd wordt, maar waarom zwijgt hij hier? Mensen kunnen zwijgen uit angst, maar na zijn worsteling in Gethsemane lijkt Jezus’ angst verdwenen. Is het voorzichtigheid? Of wil Jezus duidelijk laten blijken dat hij het niet de moeite waard vindt om op te reageren? Er zijn zo weinig steekhoudende beschuldigingen geuit, daar hoef ik niet op in te gaan. Dat zou zeker kunnen. Maar toch denk ik dat we dan nog niet de kern van de zaak hebben. Die kern vinden we pas als we beide refreinen naast elkaar leggen.

Kruis

De weg van Israël

Matteüs schrijft voor een joods publiek en daarom vertelt hij in het verhaal van Jezus zo dat duidelijk wordt dat hij de weg van Israël gaat, de weg van alle gerechtigheid (Mat. 3:15). Daarom ook accentueert hij, als geen van zijn collega’s, voortdurend dat in Jezus de Schriften in vervulling gaan. Tot 12(!) maal toe horen wij: ‘Dit alles is geschied opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet.’ Daarnaast zijn er in zijn evangelie allerlei subtiele verwijzingen naar Tenach.

Zou de evangelist dat ook gedaan kunnen hebben met Jesaja 53? Daar wordt van de lijdende knecht van de Heer gezegd dat hij als lam naar de slachtbank geleid wordt en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders zijn mond niet open doet. Het lijkt erop dat Matteüs in zijn lijdensverhaal door die herhalingen zijn lezers wil verwijzen naar Jesaja 53: hij liet zich leiden, als een lam…, hij bleef zwijgen, als een lam…

Om wat meer zekerheid te krijgen, onderzoek ik eerst of en in hoeverre Matteüs de andere liederen over de knecht in Jesaja heeft verwerkt.

Matteüs en de knechtsliederen

Zijn er teksten waarin de evangelist refereert aan de andere liederen over de lijdende knecht van de Heer?

Heel expliciet doet Matteüs dat als hij in verband met genezingen van Jezus meer dan de helft van het eerste lied citeert (Mat. 12:18-21 → Jes. 42:1-4). Wat minder impliciet doet hij dat bij de doop van Jezus en de verheerlijking op de berg (Mat. 3:17; 17:5 → Jes. 42:1).

Als Jezus zegt dat hij er allereerst is voor de verloren schapen van het volk Israël (Mat. 10:6), doet dat sterk denken aan het tweede lied waar we horen dat de knecht geroepen wordt om Jakob terug te brengen en Israël te verzamelen (Jes. 49:5). De manier waarop hij de mishandeling van Jezus beschrijft (Mat. 26:62: spuwden, sloegen, stompten), heeft treffende overeenkomsten met wat de knecht in het derde lied moet ondergaan (Jes. 50:6: beschimpten, bespuwden).

En de woorden van Jezus in het ‘zendingsbevel’ om alle volken te leren wat hij bevolen heeft (20:19-20) refereren aan het tweede lied: ‘Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt’ (Jes. 49:6, NBV21).

Vanwege zijn joodse publiek accentueert Matteüs, als geen van zijn collega’s, voortdurend dat in Jezus de Schriften in vervulling gaan.

Conclusie: Er is alle reden om te veronderstellen dat Matteüs ook in de manier waarop hij het lijdensverhaal vertelt verwijzingen naar het vierde lied over de knecht, Jesaja 53, heeft verwerkt.

Jesaja

‘Over wie zegt de profeet dit, over zichzelf of over iemand anders?’ (Hand. 8:35, HSV) Deze vraag van de eunuch in Handelingen heeft de eeuwen door exegeten beziggehouden. De teksten over de knecht van de Heer zijn niet eenduidig en hebben daarom tot uiteenlopende verklaringen geleid.

Aanvankelijk kan het niet anders of Israël is die knecht. Midden tussen de andere volken worden de Joodse ballingen in Babel apart gezet: ‘Jij, Israël, mijn dienaar’ (Jes. 41:8). ‘Vrees niet mijn dienaar Jakob’ (Jes. 44:21). ‘Mijn dienaar Israël’ (Jes. 49:3). Maar vervolgens krijgt de knecht steeds meer het karakter van een individu, die Israël moet terugbrengen naar de Heer.

In de joodse traditie zijn de teksten over de knecht dan ook heel verschillend gelezen. Er zijn rabbijnen die denken aan de Messias, maar vaker wordt hij gezien als een personificatie van Israël. Grote middeleeuwse geleerden als Rashi en Ibn Ezra interpreteren de knecht als het Joodse volk dat als een “lam ter slachting” werd geleid.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef Henri Friedlaender, in volstrekte afzondering ondergedoken in Wassenaar: Der Knecht Gottes. Schicksal. Aufgabe. Trost. ‘Het is aangrijpend hoe hij daarin het lijden van de knecht uit Jesaja en van Israël naast en in elkaar legt (Visser).’

Hoe begrijpelijk ook vanuit de historische ervaring van Joodse vervolging, toch past deze verklaring niet goed bij de tekst zelf. Immers in Jesaja 53 horen wij over dwalende schapen, een beeld dat altijd gebruikt wordt voor Israël. Bovendien wordt de Knecht geslagen om de overtreding van zijn volk, wat in Jesaja altijd Israël is.

Blijft de vraag: wie is dan die knecht? Er zijn exegeten die bij de knecht aan een koninklijke figuur denken, bijvoorbeeld Joas (2 Kon. 11:20). Anderen wijzen op profetische trekken. Zo herinnert de manier waarop de knecht getypeerd wordt, sterk aan de profeet Jeremia.

De nieuwe Mozes

Koole denkt aan Mozes ‘in wie het koninklijke en het priesterlijke verenigd zijn.’ ‘Van de 21 maal, dat in het Oude Testament iemand de ‘Knecht des Heren’ wordt genoemd, geldt het niet minder dan 17 keer Mozes.’ Hij was het die het volk de Tora, het wetsonderricht, gebracht heeft. En van de knecht in Jesaja wordt gezegd dat op zijn Tora, wetsonderricht, de kustlanden wachten (42:4). Zijn conclusie: de knecht kan Mozes zelf niet zijn, maar hij verschijnt in Jesaja 53 als een tweede Mozes (Koole,18).

Deze interpretatie van de lijdende knecht spoort helemaal met het beeld dat Matteüs van Jezus schetst: Hij wordt getypeerd als de nieuwe Mozes, die uit Egypte komt (Mat. 2:13-15), die door het water van de Jordaan is gegaan (Mat. 3:13), die een periode van 40 (dagen ipv jaren) in de woestijn was (Mat. 4:1-2), en die vanaf een berg Gods wet aan het volk bekend maakt (Mat. 5:1). ‘Als een tweede Mozes zal ook Hij vanaf een berg de heilige leer ontvouwen (Ter Linden, 198).’

Conclusie: het beeld van de lijdende knecht in Jesaja 53 sluit daar naadloos op aan. In Jezus’ lijden gaat het om vervulling van de Schriften. En dat kan Matteüs niet beter aangeven dan door woorden uit de profetie te gebruiken: Jezus laat zich leiden, als een lam…, hij blijft zwijgen, als een lam…

De Matthäus-Passion

Aan het begin van de Matthäus-Passion wordt Jezus ‘Lam van God’ genoemd.

“Het openingskoor is een vraag en antwoordspel. Er zijn de ‘gelovigen’ en de ’toeschouwers’ (dochters van Jeruzalem). Als een treurmars opent het orkest de passie, en de ‘gelovigen’ beginnen hun klaaglied te zingen en proberen de ‘toeschouwers’ daar bij te betrekken: Ziet Hem – Wie? – de Bruidegom, Ziet Hem – Hoe? – zoals een Lam…. (Faas).

Vervolgens komt er nog een derde koor bij, meestal jongenssopranen. Zij zingen het koraal ‘O Lamm Gottes unschuldig’. Klik hier voor de volledige tekst.

Of Bach en zijn tekstschrijver Henrici aan Jesaja 53 hebben gedacht is niet met zekerheid vast te stellen. De Keyzer (180) noemt diverse teksten over een lam, waaronder Jesaja 53:7. In geen van de overige geraadpleegde studies over de Matthäus-Passion wordt die verbinding gelegd, maar het is niet uitgesloten. Bach was niet alleen een briljant musicus, hij blijkt ook, met name in zijn Passionen, een knap exegeet! (Maar daarover een andere keer meer.)

Bert Aalbers is emeritus PKN-predikant en lid van de redactie Prediking.

Geraadpleegd

Jesaja 53
Koole, J.L. (1969). Jesaja 53 (Verkenning en Bezinning, 2/4) Kok
Visser, M. https://www.pthu.nl/bijbelblog/2022/03/wie-is-de-knecht-des-heren-die-lijdt-voor-ons-jesaja-53/

Bergrede
Ter Linden, N. (1998). Het verhaal gaat II. Araeopagus.
Van Loopik, M. (2015). Balk en splinter: Joodse achtergronden van de Bergrede. Pardes

Matteüs’evangelie
Aalbers, B https://www.theologie.nl/preekschets-Matteüs-3-15-gerechtigheid/
Aalbers, Bhttps://www.theologie.nl/leven-van-de-woorden-die-opgeschreven-staan/

Matthäus Passion
Faas, W. ‘De Matthäus Passion uitgelegd in 600 woorden.’
Keyzer, A. de (2015) Bachs grote Passie, een spiritueel-liturgische benadering van de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Adveniat/Halewijn.
Leeuw, G. van der (2000) Matthaeus- en Johannespassion: Met de complete teksten en hun vertaling, Sun.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken