Menu

Basis

Breken met de onverschilligheid

Zoeken naar onze oorsprong in een tijd van crisis

Wie zijn wij eigenlijk? In onzekere situaties die moeilijk te doorgronden zijn en waarin onze eigen reacties ook moeilijk te doorgronden zijn, komt deze vraag met kracht naar boven. Het antwoord kan sterk verschillen. Sommigen zeggen dat wij Nederlanders of Europeanen zijn. Witte westerlingen die de meest succesvolle cultuur van de wereld hebben en daarom iedereen mogen vragen zich aan deze cultuur te onderwerpen. Voor onze, maar uiteindelijk ook voor hun eigen bestwil, want wij hebben de sleutel gevonden tot de vooruitgang. Maar een tegenovergesteld antwoord wordt ook gegeven: wij westerlingen, wij mannen, wij religieuze mensen zijn de oorzaak van veel ellende in de wereld. Wij moeten schuld belijden en anderen aan het woord laten. Wij moeten bescheidenheid leren.

Religieuze tradities proberen een spaatje dieper te steken. Het Joodse volk vroeg zich in tijden van crisis af wat de plaats is van mensen op aarde (Gen. 2, 3) en zelfs de kosmos (Gen. 1), hoe je de conflicten tussen mensen moet begrijpen (Gen. 4) en Gods terughoudendheid om de zaken die mislopen met harde hand weer in goede banen te leiden (Gen. 6-9, de geschiedenis van Noach). Het eindigt met een verhaal dat vertelt hoe conflicten ontstaan uit een schijnbaar gemeenschappelijk project om de hemel op aarde te vestigen en de verschillen in macht en visie die daarin naar boven komen (Gen. 11, toren van Babel). Als de Bijbel de verhalen heeft gepresenteerd over deze kwesties, wordt ineens een totaal andersoortig begin geïntroduceerd: ‘De Ene zei tegen Abram: Trek weg uit je land, je stam en je ouderlijk huis, naar het land dat ik je zal aanwijzen’ (Gen. 12,1).

Responsieve wezens

Mensen zijn antwoordende, of iets deftiger, responsieve wezens. Ze worden geroepen en als ze op hun best zijn, horen zij die roep en beantwoorden eraan: ‘Toen ging Abram weg, zoals de Ene hem had opgedragen’ (Gen. 12,4). Hij werd, zoals de Psalmen het verwoorden, ‘een vreemdeling op aarde’ (Psalm 119,19), maar vond juist zo op een nieuwe manier zijn plaats. In deze zin lijkt het bekende adagium dat christenen wel in, maar niet van de wereld moeten zijn enigszins misleidend. Een vreemdeling is in een heel bepaalde zin bij uitstek wel van de wereld. Wat zij of hij nodig heeft, moet de wereld geven en om te weten wat je gegeven wordt, moet je scherp opletten op wat je gegeven wordt, gezegd wordt, te kennen gegeven wordt. Je bent niet van je land, je stam en je ouderlijk huis, niet van de wereld die daardoor vertegenwoordigd wordt. In plaats daarvan ben je van het land dat je gegeven zal worden, de gemeenschap die je verzamelt en die jou verwelkomt, de mensen die jou een thuis willen bieden. Jezus zegt het volgens het evangelie zo: ‘Mijn moeder en mijn broers zijn zij die het woord van God horen en doen’ (Lucas 8,21), resp. ‘die de wil [doen] van God’ (Marcus 3,35), ‘van mijn Vader in de hemel (Matteüs 12.50). Wij ontdekken naar Bijbelse overtuiging wie wij zijn te midden van diegenen met wie en datgene waarmee wij zijn. Mensen zijn van oorsprong responsieve en sociale wezens.

Spiritueel probleem

Er is misschien een moeilijk te doorgronden crisis nodig om dit te herontdekken. Dat we collectief – als samenleving, cultuur, wereldbevolking – een crisis meemaken die ons opnieuw de vraag stelt wie wij zijn, zullen weinigen ontkennen. Zoals dat gaat met echte crises, die immers ook de categorieën waarin gedacht wordt en ervaringen worden geïnterpreteerd op losse schroeven zetten, kunnen we het niet goed eens worden over wat de crisis precies behelst. Is het een ecologische crisis? Een economische crisis? Een vluchtelingencrisis? Een cultuurcrisis? Van alles wat, zeker, maar hoe wordt de samenhang zichtbaar? Als het woord niet zo versleten was en niet zo vaak verkeerd geassocieerd werd, zou ik het een ‘spirituele’ crisis noemen.

Wij zijn van oorsprong responsieve en sociale wezens

Wij weten niet goed meer waar wij zijn en hoe wij daar zicht op kunnen krijgen. En dus weten we ook niet goed meer hoe wij zicht moeten krijgen op wie wij onder de gegeven omstandigheden zouden moeten en kunnen zijn. En zelfs dat kunnen wij niet goed binnen laten komen. De jonge Britse, zwarte activiste Reni Eddo-Lodge schreef vorig jaar een blog en vervolgens een boek onder de titel Why I’m No Longer Talking to White People About Race (‘Waarom ik met witte mensen niet meer over ras praat’). Zij willen doorgaans niet nadenken over het probleem, is Eddo-Lodges’ ervaring. Zij ontkennen dat er een probleem zou zijn en dan heeft het weinig zin te proberen tot een gesprek te komen. Je put jezelf uit met het overtuigen van de ander dat er wel een probleem is, terwijl die meent dat het niet kan bestaan, omdat het probleem niet in zijn of haar wereldbeeld past. Racisme is een spiritueel probleem omdat het niet in staat is in mensen de waardigheid te zien die zij van God uit hebben. Maar als wit mens niet willen horen over racisme is een nog dieper spiritueel probleem. Blijkbaar beleef je de denkstructuren waarmee jij leeft als absoluut. Niet omdat ze niet kunnen veranderen, maar juist omdat ze wel kunnen veranderen. Je bent bang niet meer te weten waar je bent en wat je moet, en daarom niet meer wie je bent. Terwijl je juist wordt teruggeroepen naar je oorsprong. Je bent in wezen een antwoordend wezen en hoort de roep: ‘Trek weg uit je land, je stam en je ouderlijk huis, naar het land dat ik je zal aanwijzen.’ Maar dat durf je niet en dus moet het appel worden overstemd.

De volheid van goedheid

Het woord ‘oorsprong’ is lastig. Voor hedendaagse mensen heeft het een temporele bijklank. De oorsprong is waar iets ontstaat. Dit heeft het goed lezen van de Bijbelse getuigenis over onze oorsprong nogal in de weg gezeten. Wij zijn van oorsprong schepsel, zegt de Bijbel. Maar dit antwoord suggereert dat God aan het begin van de tijd de aarde en haar bewoners heeft gemaakt. De dichter en theoloog Willem Barnard heeft daartegen al lang geleden voorgesteld de zin waarmee het boek Genesis opent, ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’, te lezen als: In beginsel schiep God de hemel en de aarde’. Geschapen zijn is principieel voor de hemel en de aarde en alles daarin en daartussenin. Zij zijn wezenlijk schepsel. Schepsel zijn betekent volgens Thomas van Aquino: geen zelfstandig bestaan hebben, het eigen bestaan niet zelf kunnen funderen en in stand kunnen houden. Eindig zijn, zou je kunnen zeggen, maar het woord ‘eindig’ heeft in het alledaagse spraakgebruik ook een temporele connotatie: eindig is dat waarvan het bestaan een einde heeft, iets dat op een zeker moment ophoudt te bestaan.

Schepsel zijn betekent het bestaan danken aan God als schepper. Niet alleen aan het begin, maar gedurig. Een schepsel bestaat omdat God wil dat het bestaat en het bestaan geeft. Daarom is wat Thomas betreft dat wat is goed. God is immers wezenlijk goed en kan alleen maar goede dingen willen. Dit betekent niet dat er geen kwaad zou zijn, maar dat dit kwaad begrepen moet worden als gebrek aan zijn. Kwaad is volgens Thomas het ontbreken van het goede (privatio boni). Wie teruggaat naar zijn oorsprong, gaat terug naar haar of zijn bedoeling: op een eigen manier goed zijn, als beeld van God die de volheid is van goedheid. Dit betekent automatisch onderdeel zijn van een gemeenschap van schepselen die allemaal op hun manier Gods goedheid weerspiegelen. Want Gods oneindige goedheid kan niet adequaat worden uitgedrukt in een eindig schepsel. Daarom, schrijft Thomas, bracht God

(…) vele en uiteenlopende schepselen voort, opdat wat de een tekortkomt in het vertegenwoordigen van de goddelijke goedheid, door de ander wordt aangevuld, want de goedheid die in God een en dezelfde is, is in de schepselen veelvoudig en uiteenlopend. Zo neemt het gehele universum op meer volmaakte wijze deel aan de goddelijke goedheid dan enig enkel schepsel.

Mensen zijn daarom, als schepselen met bewustzijn en kennis, uitgenodigd in elkaar Gods goedheid te erkennen en zo te weten dat zij door deze goedheid omringd en gedragen worden. De goedheid van de schepselen blijkt onder meer uit het feit dat zij elkaar in het bestaan houden. Zo houdt God ons in het bestaan: via zijn schepselen.

In de Catechismus van de Katholieke Kerk wordt het als volgt gezegd: De zon en de maan, de ceder en het bloempje, de adelaar en de mus: het schouwspel van hun oneindige verscheidenheid en ongelijkheid betekentdat geen enkel schepsel aan zichzelf genoeg heeft. Zij bestaan slechts in onderlinge afhankelijkheid om elkaar wederzijds aan te vullen, ten dienste van elkaar.

Wie teruggaat naar zijn oorsprong, ontdekt dus dat hij altijd al was opgenomen in een netwerk van schepselen die elkaar uit goedheid het bestaan gunnen. Zijn betekent voor schepselen geen zelfstandigheid en zelfgenoegzaamheid, maar afhankelijkheid en verantwoordelijkheid voor elkaar. Ook dit geldt voor elk schepsel uiteraard op een verschillende manier. Een boom is stabiel, een hond vertoont trouw gedrag, maar een mens kan trouw willen zijn en zich daarnaar gedragen, trouw beloven en deze belofte nakomen. Maar op zijn niveau belichaamt het hout van de boom wel degelijk de belofte morgen ook nog beschutting te bieden.

Oproep

Sinds in maart 2013 zijn pontificaat begon, heeft paus Franciscus deze oorsprong in onderlinge afhankelijkheid en verantwoordelijkheid in het licht gesteld. Hij vernoemde zijn encycliek die ingaat op de milieucrisis naar de beginregel van het Zonnelied van Franciscus van Assisi: Laudato si’, ‘Wees geprezen’. De wereld is in beginsel geen zware last, stelt dit schrijven, maar een bron van vreugde en leven. De tekst begint daarom als volgt:

‘Wees geprezen, mijn Heer’, zong de heilige Franciscus van Assisi. In dit mooie lied herinnerde hij ons eraan dat ons gemeenschappelijke huis ook als het ware een zuster is met wie wij het bestaan delen, en als een mooie moeder die ons in haar armen neemt: ‘U zij de lof, mijn Heer, om onze zuster aarde, die ons voedt en leidt en verscheidene vruchten voortbrengt met kleurrijke bloemen en gras’.

Vervolgens constateert de paus dat wij dit huis van moederlijke zorg en zusterlijke verbondenheid kwaad hebben aangedaan en dat zij protesteert tegen ‘het onverantwoorde gebruik en het misbruik van de goederen die God in haar heeft gelegd’. Wie de gemeenschap van schepselen van binnenuit aantast, wordt niet langer door deze gemeenschap gedragen. Niet om hem of haar terug te pakken, maar omdat zij of hij zichzelf buiten de gemeenschap heeft geplaatst. Het is daarom volgens Laudato si’ zaak om de klimaatsverandering te interpreteren als oproep tot bekering.

Wie teruggaat naar zijn oorsprong, gaat terug naar zijn bedoeling

Sinds halverwege de vorige eeuw is in de theologie en onder gelovigen sterk de nadruk gelegd op de mens als beeld van God en op Jezus als verzoener van mensen die hen wijst op hun verantwoordelijkheid voor elkaar. Laudato si’ toont Jezus nadrukkelijk ook als degene die zijn leerlingen leerde in de natuur een goddelijke boodschap te zien. Jezus herinnert zijn leerlingen er volgens de encycliek ‘met een ontroerende tederheid’ aan hoe elk schepsel in Gods ogen belangrijk is: ‘Kan men niet vijf mussen kopen voor twee stuivers?

Toch vergeet God niet een van hen’ (Lucas 12, 6). Het is volgens de encycliek de roeping van Jezus’ volgelingen om deze zorgzame blik van God tot hun blik te maken en te breken met de onverschilligheid die alles alleen beschouwd als functioneel voor een comfortabel leven van mensen. Van bepaalde mensen, bovendien: het bijzondere van de boodschap van paus Franciscus is dat hij de verbinding laat zien tussen onverschilligheid jegens de schepping en onverschilligheid tegenover mensen in afhankelijke en marginale posities.

Terugkeer

In de zogenoemde apostolische exhortatie Evangelii Gaudium, ‘De vreugde van het evangelie’, wordt duidelijk dat armen en mensen aan de periferie van de samenleving niet alleen hulp nodig hebben van degenen die beter af zijn. Dat hebben zij soms ook, maar het omgekeerde geldt eveneens. Degenen die als marginaal beschouwd worden, weten dat mensen leven van barmhartigheid en onderlinge betrokkenheid. Precies dankzij dit inzicht hebben zij een boodschap voor de rest van de mensheid. De rijken, de machtigen, degenen in het centrum moeten zich laten evangeliseren door de armen, mensen zonder aanzien, levend in de periferie, zegt Evangelii Gaudium. Zo kunnen zij leren de wereld te zien vanuit wat het document ‘een contemplatief standpunt’ noemt:

(…) een standpunt van het geloof dat de God ontdekt die in haar huizen, in haar straten, op haar pleinen woont. De tegenwoordigheid van God begeleidt het oprechte zoeken van mensen en groeperingen om steun en zin voor hun leven te vinden. Hij leeft onder de burgers en bevordert de solidariteit, de broederlijkheid, het verlangen naar het goede, naar waarheid, naar gerechtigheid.

Solidariteit tussen mensen en met de aarde en andere schepselen, is dus geen ethische plicht. Het is een terugkeer naar de oorsprong, een serieus nemen wat wij mensen zijn. Zij biedt de mogelijkheid Gods zorgzame aanwezigheid onder ons opnieuw te ontdekken en hiermee ‘de vreugde van het evangelie’, die de vreugde is van het volle leven zoals het God altijd voor ogen staat en altijd voor ogen heeft gestaan.

Steeds opnieuw valt het te horen: ‘Trek weg uit je land, je stam en je ouderlijk huis, naar het land dat ik je zal aanwijzen.’ Of met de urgentie die deze boodschap volgens de evangelist Marcus dankzij Jezus heeft gekregen: ‘De tijd is rijp en het koninkrijk van God is op handen; bekeer je en geloof in de goede boodschap’ (Marcus 1,15).

Aangehaalde literatuur:

Erik Borgman, Leven van wat komt: Een katholiek uitzicht op de samenleving, Utrecht: Meinema 2018

Reni Eddo-Lodge, Why I’m No Longer Talking to White People About Race, London etc.: Bloomsbury 2017 Catechismus van de Katholieke Kerk (15 augustus 1997); www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=1

Paus Franciscus, encycliek Laudato si’: Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis (24 mei 2015); www.rkdocu-menten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&-doc=5000

Paus Franciscus, postsynodale apostolische exhortatie Evangelii Gaudium: Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag (24 november 2013); www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=4984

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken