Mensen zijn geobsedeerd door patronen. We vinden ze in de sterren, in de grond, en wie goed op let ziet ze ook in andere mensen. Het herkennen van patronen kan noodzakelijk zijn, omdat het ons helpt een complexe wereld te categoriseren en te navigeren. Toch kleeft er ook een schaduwzijde aan: wanneer patronen gebruikt worden om een andere groep te controleren, te definiëren of zelfs te schaden. Op het moment dat categorieën worden verheven van voorlopige beschrijvingen naar onbetwistbare waarheden, volgt schadelijk gedrag in onze meest intieme omgevingen en in onze belangrijkste instellingen. In gezinnen spreken we bijvoorbeeld over de “verantwoordelijke eerstgeborene kinderen” en zien we hoe die labels geleidelijk verharden tot verwachting. In samenlevingen worden mensen ingedeeld in “verdienstelijk” of “onwaardig,” en vervolgens wordt daar beleid op gemaakt. Wat begint als een handige mentale snelweg verandert langzaam in een script dat bepaalt wie mag floreren en wie klein moet blijven.