Menu

Basis

De subtiele wreedheid van categorieën

Mensen zijn geobsedeerd door patronen. We vinden ze in de sterren, in de grond, en wie goed oplet ziet ze ook in andere mensen. Het herkennen van patronen kan noodzakelijk zijn, omdat het ons helpt een complexe wereld te categoriseren en navigeren. Toch kleeft er ook een schaduwzijde aan: wanneer patronen gebruikt worden om een andere groep te controleren, te definiëren of zelfs te schaden. De schaduwkanten onderzoekt Thandi Soko-de Jong in haar nieuwste artikel, geschreven naar aanleiding van de conferentie over ‘kerk en slavernij’.

Op het moment dat categorieën worden verheven van voorlopige beschrijvingen naar onbetwistbare waarheden, volgt schadelijk gedrag in onze meest intieme omgevingen en in onze belangrijkste instellingen. In gezinnen spreken we bijvoorbeeld over de “verantwoordelijke eerstgeborene kinderen” en zien we hoe die labels geleidelijk verharden tot verwachting. In samenlevingen worden mensen ingedeeld in “verdienstelijk” of “onwaardig,” en vervolgens wordt daar beleid op gemaakt. Wat begint als een handige mentale snelweg verandert langzaam in een script dat bepaalt wie mag floreren en wie klein moet blijven.

Onlangs nam ik deel aan een conferentie over ‘kerk en slavernij’ (voor meer over dit onderwerp, lees ook de serie ‘Christianity & Slavery’). Het viel me op hoe sommige historische figuren het tot hun levensmissie hadden gemaakt om strikte sociale categorieën te bedenken en in stand te houden. Ze bedachten uitgebreide theologische rechtvaardigingen en pseudowetenschappelijke hiërarchieën met als doel mensen te categoriseren en zo hun eigen veiligheid en status te beschermen. Ze werkten met een vreemde soort ‘magie’: de overtuiging dat als ze deze categorieën lang genoeg zouden handhaven, ze uiteindelijk als onbetwiste feiten van het leven zouden worden geaccepteerd. In hun handen werden taal, doctrines en wetenschap verwrongen van een instrument om te begrijpen tot een bezwerende spreuk van uitsluiting.

De ‘overtreding’ van de Zwarte missionaris

Een aangrijpend voorbeeld is het verhaal van een jonge Zwarte man die door een westerse zendingsorganisatie werd gestuurd naar een West-Afrikaanse samenleving, Jacobus Capitein. Tijdens zijn ambtstermijn werd hij streng berispt door zijn buitenlandse missiebureau vanwege één revolutionaire keuze in vertaling. In zijn versie van het gebed “Onze Vader” vertaalde hij de openingswoorden als “Vader van ons allen”. Zijn theologische keuze was bedoeld om lokale spiritualiteiten te eren die een mooi, ruim concept van God hadden. Als God een ouder is, dan omvat Gods ouderschap de hele schepping, dan omvatte Gods ouderschap de hele schepping. Dat wil zeggen, God zou de ideeën van goed ouderschap die we in menselijke samenlevingen hebben vervullen en een goede ouder zijn die in staat is om van al Haar/Zijn kinderen te houden en te zorgen.

De vertaling van de jonge missionaris was in wezen een daad van theologische zelfreflectie. Hij koos ervoor het concept van Gods overvloedige liefde en zorg te behouden in plaats van deze te vervangen door smallere categorieën van wie “toebehoort” aan God. Hij liet het gevoel van goddelijke nabijheid en verwantschap van de lokale gemeenschap zijn begrip van het gebed verrijken. Hij verwaterde zijn geloof niet, maar verdiepte het.

De commissie die hem uitgezonden had, zag dit echter niet als een kans om van dit lokale perspectief te leren. In plaats daarvan hielden ze vast aan hun doctrines die erop stonden dat mensen eerst “gecategoriseerd” moesten worden volgens het geloofssysteem dat de commissie hanteerde. Iemand moest eerst via de poort van de doop gaan voordat diegene in aanmerking zou komen voor een relatie met God. In hun kader was goddelijk ouderschap geen uitgangspunt in de basis maar een beloning die werd gegeven nadat aan bepaalde voorwaarden was voldaan.

De reactie van die commissie laat zien hoe nauw categorieën en macht met elkaar verweven zijn. Als God “Vader van ons allen” is, dan kan geen enkele groep een monopolie op goddelijke gunst claimen. Geen enkele instelling kan aan de deur staan als poortwachter, beslissend wie de Ene mag benaderen die hen liefheeft. Om “Vader van ons allen” te accepteren, zou de zendingsorganisatie zijn controle moeten versoepelen. Dan hadden ze moeten toegeven dat Gods omarming breder is dan hun ledenlijsten. Hun ongemak had misschien niet primair te maken met vertaling maar eerder met autoriteit.

Subtiele wreedheid

Door hem te berispen, bekritiseerde de commissie de kijk op God van de lokale bevolking. Daardoor behandelden zij het begrip van God door het volk als een probleem dat moest worden opgelost in plaats van als een geschenk dat ontvangen mocht worden. Het gevoel van weidse goddelijke aanwezigheid dat hen had gedragen, was nu verdacht, simpelweg omdat het niet netjes overeenkwam met de categorieën van de zendingsorganisatie.

De persoonlijke kosten waren net zo hoog. Deze jonge man, ondanks zijn opleiding en kwalificatie, werd als ‘fout’ bestempeld, simpelweg omdat zijn ideeën de gevestigde normen van zijn zendingsorganisatie hadden uitgedaagd. Hij werd geplaatst in de categorie van iemand die voor de missie kon ‘werken’ maar die niet kon leiden of serieuze beslissingen kon nemen. Zijn creativiteit werd alleen getolereerd zolang het de grenzen die anderen hadden getrokken niet ter discussie stelde. Men zag hem nooit als gezaghebbend, laat staan dat hij het voordeel van de twijfel kreeg of de kans om zijn visie te verdedigen.

Dit is de subtiele wreedheid van categorieën die mensen klein maken: ze komen niet altijd met openlijke beledigingen of dramatische uitsluitingen. Vaker verschijnen ze als stille plafonds doordrenkt van stereotypen, vooroordelen en hiërarchisch denken dat boven het hoofd van mensen wordt gelegd. ‘Je mag beheren maar niet beslissen’. ‘Je mag spreken, maar niet definiëren’ en ‘Je mag aanwezig zijn maar niet op dezelfde manier meedoen.’ In de loop van de tijd worden die plafonds onderdeel van de architectuur van de instelling en maar weinig mensen herinneren zich wie deze plafonds heeft gebouwd.

In dit verhaal vermomde controle zich als doctrinaire trouw. Toch was de vrucht van die controle geen diepere liefde, rechtvaardigheid of nederigheid, maar eerder het krimpen van zowel God als van mensen. Wanneer een gemeenschap erop staat dat goddelijke liefde de contouren van haar categorieën moet volgen, vereert zij uiteindelijk meer haar eigen grenzen dan de grenzeloze God die zij verkondigt.

Het doorbreken van het binaire

De meeste categorieën die aan mensen worden opgelegd, zijn gebaseerd op binair denken, dat wil zeggen, denken in twee tegengestelde polen: ‘wij’ versus ‘zij’, bijvoorbeeld. Het denken in binaire opposities doorbreek je wanneer je diep geloof bezit zonder de overtuiging te hebben het gehele plaatje te overzien, wanneer je de uniciteit van een geloofstraditie bevestigd terwijl je erkend dat God ook buiten de grenzen aanwezig is. Deze nederige houding verzwakt overtuigingen niet, maar versterkt ze door ze te verankeren in empathie in plaats van angst.

Diepgeworteld binair denken is moeilijk aan te pakken omdat het vaak ongevoelig is voor de realiteit. bell hooks (ze wil haar naam bewust in kleine letters geschreven hebben) legt in haar boek Rock My Soul (2003) uit dat mensen met een superioriteitscomplex iemand kunnen ontmoeten die hun vooroordelen uitdaagt, maar in plaats van stereotypen los te laten, creëren ze een speciale categorie voor die persoon en zeggen, om te parafraseren: ‘Nou! Jij bent niet zoals de anderen.’ Liever een aparte categorie maken, dus, dan hun eigen stereotypen onder ogen komen. Wat hooks betreft is dat de tragedie van vooroordelen. Zodra feiten de stereotypen uitdagen, zullen sommigen hun opvattingen vasthouden in plaats van hun begrip te verruimen.  Sommigen “bedenken nieuwe manieren om die manier van denken te beschermen en te verdedigen.”

De les hier is eenvoudig maar het kan een verandering teweegbrengen. De drang moet worden weerstaan om mensen te categoriseren, om hun ‘klein’ te maken. Wanneer de categorieën beperkt worden tot wie ‘binnen’ of ‘buiten’ de groep behoort, wordt het groeipotentieel van mensen beperkt. De inzichten, verhalen en gaven die God mogelijk aanbiedt via degenen die bestempeld worden als ‘buiten’ worden over het hoofd gezien en zelfs afgewezen.  

De zendingsorganisatie had ervoor kunnen kiezen de overvloed in God te zien, wiens zorg en liefde geen schaarse hulpbron is die een angstige poortwachter behoeft. Door de mensen te beperken tot het label ‘heiden’ liepen ze ook de kans mis om te leren van de godsbeelden van de mensen die ze hadden buitengesloten. De uitnodiging is niet alleen om anders te denken, maar om anders te leven. Om niet alleen te bidden voor “Onze Vader” maar ook om de realiteit van “Vader van ons allen” te belichamen op zo’n manier dat anderen volledig worden gezien en erkend.

Thandi Soko-de Jong is co-moderator van de gender justice reference group van de Wereldraad van Kerken.

Wellicht ook interessant

None

Voetballen voor God en vaderland

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze serie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer is sportjournalist Frank Van de Winkel aan het woord over geloof in het Belgische en Nederlandse nationaal voetbalelftal.

Basis

Ziek kinderachtige volwassenen!

Ze zijn altijd online, vragen AI om advies over hun mentale gezondheid en lopen regelmatig protesterend door de straten: Generatie Z of Gen Z. Het gaat om jongeren die tussen 1996 en 2012 zijn geboren, in een wereld getekend door crises. Hoe gaan ze hiermee om? Met welke ideeën en vragen lopen ze rond? Yanniek van der Schans, docent levensbeschouwing, houdt een vinger aan de pols en schrijft om de maand een column over de discussies in haar klas. Dit keer over de vraag of er oorlog komt.

Nieuwe boeken