Het is bijna lente. Hoewel de temperatuur op het moment van schrijven niet ver boven nul uitkomt, schijnt de zon al uitbundig en is er overal uit de grond een schitterende kleurenpracht van bloemen opgekomen. De dagen worden langer, de natuur loopt uit – nu nog voorzichtig, straks in uitbundig groen. In deze column bespreek ik twee middeleeuwse gezangen die de hernieuwde natuur op aanstekelijke wijze in verband brengen met de opstanding van Christus of met spirituele groei. Beide zijn geschreven in de twaalfde eeuw, het ene door Adam van St. Victor (circa 1112-circa 1192); het andere door Hildegard van Bingen (1098-1179).