Paulus, Filemon en Onesimus?
In het Nieuwe Testament staat de brief aan Filemon als laatste in de reeks van brieven die op naam van Paulus staan. Dat is niet verwonderlijk, aangezien de volgorde van […]
In het Nieuwe Testament staat de brief aan Filemon als laatste in de reeks van brieven die op naam van Paulus staan. Dat is niet verwonderlijk, aangezien de volgorde van […]
Ballingschap is een beeld dat door Joden zelf met de eigen identiteit wordt verbonden terwijl ook buitenstaanders het beeld van de ‘wandelende Jood’ op zoek naar een plaats in betere tijden herkennen. Maar dat is slechts een gedeelte van het verhaal. Gedurende grote delen van de Joodse geschiedenis is sprake van een diaspora-bestaan – een zelf gekozen bestaan als minderheid te midden van een niet-Joodse omgeving. Zo trekt men zich terug achter zelfgebouwde muren die de mensen binnen moeten beschermen tegen de schadelijke invloeden van buiten. Een zuivere enclave te midden van een onreine poel des verderfs. Het is dit fenomeen dat ten grondslag ligt aan de (ultra-)orthodoxe gemeenschap die afgebeeld wordt in de serie Unorthodox van Netflix.
De pest of welke plaag zo ook aangeduid wordt, is een vast gegeven in het leven in Bijbelse tijden. We bekijken de verhalen, gebeden en profetieën die iets laten zien van de rol die epidemieën spelen. In het tweede deel van deze bijdrage gaan we specifiek in op ‘huidvraat’, een verzamelterm voor allerhande huidziekten. De Schrift bevat gedetailleerde procedures voor de omgang daarmee. Daarin zijn quarantaine, isolement en zelfs langdurige of permanente uitsluiting uit de gemeenschap voorgeschreven. In de verhalen gaan we op zoek naar het leven van ‘melaatsen’.
In de Bijbel zijn er een heel aantal verkleedpartijen te lezen, de ene keer met meer gevolgen dan de andere, zoals al eerder in het nummer te lezen. Misschien wel één van de meest controversiële verkleedpartijen is te vinden in Genesis 27, waar Jakob de zegen van zijn vader Isaak ontfutselt door zich voor te doen als zijn oudere tweelingbroer Ezau.
De brieven aan Timoteüs en Titus in het Nieuwe Testament staan samen al lange tijd bekend als de Pastorale brieven, omdat ze kerkelijke instructies van de apostel Paulus bevatten voor de genoemde ontvangers, Timoteüs en Titus.
Gewoonlijk stellen we ons profeten voor als mensen die de toekomst voorspellen. Dit beeld is mede ontstaan door de benadering van het Oude Testament en het Nieuwe Testament als één geheel.
In de kerk is men ervoor beducht: liever niet al te veel politiek vanaf de kansel. En als voorgangers er zich aan wagen, dan zullen zij ervoor waken om hun hoorders niet al te veel tegen de haren in te strijken. Bijbelse profeten waren minder terughoudend. Zij bemoeiden zich voortdurend met de politiek, schrokken er niet voor terug om zelfs de koning daarmee lastig te vallen en tegen te spreken. We kunnen er van leren, op vele fronten.
Deze bijdrage richt zich eerst op de taal van de Psalmen, biedt daarna een overzicht van groene Psalmen, peinst vervolgens over de positie van de mens in Psalm 105 en stelt ten slotte de vraag hoe giftig Psalm 8 is. De titel van deze bijdrage is gekozen met het oog op de biodiversiteit.
Paulus begint de Galatenbrief op ongewone wijze. De gebruikelijke dankzegging slaat hij over en hij trekt direct fel van leer tegen de geadresseerden. Paulus doet er in de eerste twee hoofdstukken van de brief alles aan om zijn boodschap en vooral ook zijn persoon te verdedigen.