Zomaar het relaas over een periode van acht jaar van een echtgenote van een hulpprediker die dertig jaar dienst deed in Noord-Celebes, Indonesië. Een dagboek dat Lien Langevoort begon nadat zij, na elf dienstjaren, haar oudste twee kinderen naar Nederland bracht, nog een jaar bij hen bleef en ze daarna achterliet. Het dagboek wordt ingeleid met een historische beschrijving van de familie Langvoort-Besselaar door samenstellers Ruijs en Tom van de End. Het dagboek is eenvoudig geschreven. Soms in de vorm van schrijven aan haar twee kinderen, dan noemt ze haar man Pa. Soms gewoon, als aantekeningen voor haarzelf. Over hoe ze in de loop der jaren steeds meer van haar man is gaan houden. Ze schrijft zonder aanhef, en in 1902 regelmatiger dan in het laatste jaar.