Broeder
Geloofstaal & cultuurtaal De aanduiding ‘broeder’/’zuster’ heeft niet alleen een archaïsche, maar ook een weeïge, zoetsappige klank. Grote groepen mensen zijn er bepaald niet op gesteld om aldus aangesproken te […]
Geloofstaal & cultuurtaal De aanduiding ‘broeder’/’zuster’ heeft niet alleen een archaïsche, maar ook een weeïge, zoetsappige klank. Grote groepen mensen zijn er bepaald niet op gesteld om aldus aangesproken te […]
Geloofstaal & cultuurtaal Taal over de bruid komt in de eerste plaats uit de mond van de bruidegom. Hij is blij met haar en trots op haar. Hij wil haar […]
Geloofstaal & cultuurtaal De drie begrippen ‘chaos, zee en woestheid’ verbinden wij niet zo gauw met elkaar; ze hebben tegenwoordig elk een verschillende gevoelswaarde. Wij gebruiken het woord ‘chaos’ meestal […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het woord ‘christen’ is oorspronkelijk geen zelfaanduiding van de volgelingen van Jezus geweest. Deze benaming is in de dagelijkse geloofstaal vooral door buitenstaanders gebruikt. Christenen zelf hebben […]
Geloofstaal & cultuurtaal Kerkgangers zullen de uitdrukking ‘de dag des Heren’ vooral verbinden met de zondag. De beter geïnformeerde bijbellezer, die weet dat het in het Oude Testament gaat om […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het bedanken van iemand lijkt in onze cultuur in vele gevallen alleen iets te maken te hebben met goede omgangsvormen: iemand wordt bedankt (bijv. voor bewezen diensten) […]
Geloofstaal & cultuurtaal Een ambt is een openbare taak in dienst van de gemeenschap; denk bijvoorbeeld aan een ambtenaar of een ambt als minister. In de protestantse kerken kent men […]
Geloofstaal & cultuurtaal Voor de geloofstaal is de dood niet een definitief einde van het leven, maar een ontslapen om te ontwaken bij God. De christen gelooft dat de dood […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het woord ‘doop’ als aanduiding voor een kerkelijk sacrament maakt deel uit van een hoofdzakelijk binnenkerkelijk taalveld. Daarin markeert ze een centraal moment in het leven van […]