Menu

Premium

Bureaucratie en theocratie

Bij Jesaja 8,23-9,7, Lucas 2,1-20 en Titus 2,11-14

In Lucas 2 is sprake van twee regeringen: de bureaucratie van de keizer en de theocratie van Israëls God. Het dogma van de eerste voert in een wereld van controle; het dogma van de tweede in een wereld van blijdschap.

‘En het geschiedde in die dagen’, zo sluit Lucas 2 aan bij hoofdstuk 1. Het zijn dagen vol toekomstmuziek. Maria en Zacharias zingen hun veelbelovende liederen. Johannes is geboren en bereidt zich voor op zijn verschijning aan Israël. De erop volgende woorden ‘en het geschiedde’ wekken de verwachting, dat er weer wat van God uit gaat gebeuren. Maar helaas, er geschiedt … een keizerlijk dogma (want zo heet het in het Grieks), dat de gehele bewoonde wereld beschreven moet worden. Alles natuurlijk voor uw veiligheid. En uw gegevens zullen met de meeste zorgvuldigheid worden behandeld. – Ach ja, het is niet nieuw, de alwetende overheid die Voorzienigheid speelt, maar steeds weer hetzelfde oude liedje.

En natuurlijk, ‘allen gingen heen’. Iedereen doet mee, zogezegd vrijwillig. Sommigen mopperen over de idiote bemoeizucht van Rome, Brussel, Den Haag, maar iedereen doet mee. Wat moet je anders? Ons leven wordt van achter bureaus geregeld en je hebt maar te gehoorzamen. Anders sta je straks niet in het systeem en heb je nergens recht op: geen studie, uitkering, paspoort.

‘Ook Jozef ging’

Sympathiek zijn mij mensen die het keizersdogma kritisch bevragen. Eigenzinnige mensen, die zich tegen de totalitaire aanspraken van de verzorging- en veiligheidsstaat verzetten, ook als ze zichzelf daardoor in de vingers snijden. Mensen die zich, anders dan de gemiddelde gemak- en hebzuchtige burger, niet laten intimideren door een staat die als alternatieven heeft: vertroeteling of verplettering.

Groot is dan ook onze teleurstelling als we lezen: ‘Ook Jozef ging’. Hij blijkt niet de verzetsheld te zijn waarop we hoopten. Ook zijn leven wordt van achter het bureau geregeerd: bureaucratie. In het kielzog van het dogma zien we Jozef meespartelen. Hád hij trouwens zoveel mogelijkheden om zich te verzetten? Ik denk van niet. Wij hebben die mogelijkheden al nauwelijks, laat staan Jozef.

Maar ook klinkt hier twee keer de naam David, die we ook in 1,27.32.69 hoorden. En dat geeft weer moed. Terwijl het dogma van de keizer geschiedt – gelijk in Rome, zo ook in Judea – worden we herinnerd aan dat ándere koningsschap van die sjofele koning (zie 2 Sam. 6,22). Zeker, je hébt er niets aan. Je verandert er de wereld niet mee. Je kunt er geen politiek mee bedrijven. Maar toch, die naam duikt weer op, terwijl wij allang dachten dat hij kopje-onder was gegaan.

‘En het geschiedde’ – nu werkelijk

Voor de tweede keer horen we ‘En het geschiedde’ en nu met recht. God doet weer iets, Hij stelt iets tegenover het dogma van de keizer. Net als in Exodus 2 en 1 Samuël 1 is dat de geboorte van een zoon. Bij wijze van verrassing dient Jezus zich aan, precies na de volkstelling. Dit kindje staat niet in het systeem. Het heeft dan ook geen recht op een plaats in de herberg. Jezus wordt geboren als kind van de rekening.

Er is iets geschied: een geboorte. God heeft een daad gesteld, jawel. Verborgen in de bureaucratie is sprake van theocratie: Godsregering. Je kunt het over het hoofd zien, sterker nog: niets ligt meer voor de hand dan dat. Wat wij ons ook bij God voorstellen, niet dat Hij zó mens wordt; dat Hij zózeer het kind van de rekening is. Het is heus waar: wij kunnen niet anders, dan Hem over het hoofd zien.

Historisch dubieuze tekst

Daarom moet er een engel (boodschapper) aan te pas komen om ons de ogen te openen. (Hoe zou een mens ooit kunnen geloven als er geen engelen waren?) Adres van de tijding: herders in den velde, Davidsmensen. Ze waken in de nacht. Het zal historisch allemaal wel heel twijfelachtig zijn. De bijbel is trouwens, zeggen keizersbeambten, notoir onbetrouwbaar als het gaat om hanteerbare feiten. Herders die een engel ontmoeten: leuk geprobeerd, maar niet reëel.

Nu, vooruit. Onze tekst staat in het verdomhoekje van historisch dubieuze teksten. Wel zo gepast bij een verdrongen God in een voederbak! Die is niet te plaatsen in onze moderne leefwereld en in onze historische weergave daarvan. Het bericht over Hem doet de ronde in het officieuze circuit van wonderlijke verhalen. Een weldenkend, officieel mens kan hier alleen maar met gêne of spot op reageren.

De Redder als kind van de rekening

Hoe dan ook: in de nacht van het keizerrijk / de verzorgingsstaat waren er mensen die wakker bleven, omdat ze hun schaapkens wilden beschermen. Ze lieten zich niet in slaap wiegen. Zij zongen de psalmen Davids, waaronder Psalm 130: ‘Mijn hart is in de donkerheid / een wachter die het licht verbeidt’. En toen geschiedde het, God-weet-hoe, dat de glorie van de Heer zich openbaarde. Een licht van heel andere orde dan de toch ook indrukwekkende lichtshows van de keizer. En toen vreesden ze: ze wisten dat ze hier te maken hadden met iets ongehoords. Ze voelden zich onwaardige wezens in dat Licht. Maar vanuit het Licht klonk de geruststelling: ‘Vreest niet!’ En dan komt het vreugdedogma: ‘Dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Here, in de stad Davids.’ ‘Een kind is ons geboren!’ (Jes. 9,5). De Redder, de Heer, als kind van de rekening. Oftewel: de Almogende als slaaf. Waarlijk God en waarlijk mens. Het Christusdogma is hier nog in doeken gewikkeld, maar zal later ontwikkeld worden.

In de bureaucratie regeert het keizerlijk dogma met al zijn dwang. In de theocratie regeert het Christusdogma met al zijn bevrijding en blijdschap. Ons leven speelt zich af in de maalstroom van keizerlijke dogmata. Wat heb ik vaak het gevoel dat er niets te kiezen valt. Het bureau, de instanties, de economie, enzovoort bepalen alles. We worden geleefd door de bureaucratische machinerie. Maar wacht, als je dát zegt, reken je buiten de theocratie, oftewel buiten Jezus.

Wellicht ook interessant

None

Symposium ‘Inferno. De ontdekking van de hel’

We hebben het er liever niet over: de hel. Maar Arnold Huijgen, de Theoloog der Nederlanden, schreef er een boek over: Inferno. Daarin biedt Huijgen ons een nieuwe manier van spreken over de hel, want ‘belangrijke theologische tradities schieten daarin tekort.’ Tijdens dit symposium zoekt hij het gesprek met wetenschappers, theologen en kunstenaars over hun ‘heltaal’. Met onder anderen historicus Beatrice de Graaf, theoloog Kees van der Kooi, beeldend kunstenaar Egbert Modderman en schrijver Niña Weijers.

Rechterhamer die op een Bijbel ligt met op de achtergrond een kruis.
Rechterhamer die op een Bijbel ligt met op de achtergrond een kruis.
None

Bijbel en politiek

Al jaren speelt de Bijbel een rol in de politiek – soms als inspiratie, soms als wapen. Regelmatig zien we dat in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland grijpen politici regelmatig naar bijbelteksten om hun standpunten kracht bij te zetten. Maar hoe ver ga je daarin? De Bijbel is politiek, of in ieder geval: bepaalde verhalen eruit hebben een duidelijke politieke lading. Als redactie riep dat een aantal vragen op, want hoe moeten we hier mee om gaan? Kan je zomaar de bijbel gebruiken om een politiek punt te maken vandaag de dag? In deze serie hebben we een aantal theologen gevraagd om op deze vragen te reflecteren.

Nieuwe boeken