C. S. Lewis maakt aan het einde van hoofdstuk 4 van zijn boek Miracles (1947) een korte opmerking over het begin van het bijbelboek Genesis, het scheppingsverhaal, en verwijst daarbij naar een uitspraak die hij toeschrijft aan de kerkvader Hiëronymus: want zoals Hiëronymus lang geleden al zei, het verhaal in Genesis wordt op de manier van een ‘volksdichter’ verteld; wij zouden zeggen: in de vorm van een volksverhaal. C. S. Lewis, Wonderen, Franeker 1994, 44 (vertaling van Miracles: A Preliminary Study, 19602). Hiëronymus van Stridon (ca. 347-420) was een van de grootste geleerden onder de kerkvaders. Hij woonde en werkte
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden