Menu

Basis

Korte Metten: Een tweede Rode Lijn op de stoep van de PKN

Vrijdag 20 maart: de Jannekes en de Hanna’s aan de niet zo pro-Israël kant van de PKN trekken hun rode jassen weer aan en doen hun rooie sjaals opnieuw om zodat zij hun zorgen over hun eigen kerkgenootschap nogmaals kunnen laten horen. Na een eerste christelijk Rode Lijn protest enkele maanden geleden volgt nu dus een tweede. Ze zijn boos. Heel boos. In hun ogen maakt de leiding van hun PKN zich, waar het over Israël, Gaza en Palestina gaat, schuldig aan het gebruik van “ontwijkende taal van ‘pijn aan beide kanten’ en misleidende taal over ‘conflict’ en ‘ingewikkeld’. En ook neemt de kerkleiding nog steeds het woord ‘genocide’ niet in de mond.” Zo schrijven de initiatiefnemers van dit tweede Rode Lijn protest in hun oproep in Nieuw Wij op 2 maart.

Na het eerste protest in juli vorig jaar liet ik mij over het protest op de kerkelijke stoep in Utrecht in het Nederlands Dagblad van 24 juli van al negatief uit. Kerkgangers met hun eeuwenoude geschiedenis kunnen zich tegenover de Jood in Nederland en ook tegenover het land in het Midden-Oosten waar van de tien miljoen inwoners er acht miljoen Joods zijn helemaal niet zo een houding veroorloven. Historie laat zich niet verloochenen, schreef ik meteen na het eerste protest. De kerk heeft als instituut tegenover het Joodse Volk al eeuwenoud bloed aan haar handen.

Het pek en de veren die voor mij bestemd waren toen dat artikel gepubliceerd werd, liet ik over me heen komen. Ik werd meteen in het kamp geduwd van medeplichtigen aan genocide. Het “masker van deze rabbijn was afgevallen” en vanaf dat moment was ik “de verrader van de Palestijnse Zaak”. Scheldkanonnades en schimpscheuten werden mijn deel. Overigens niet alleen van christelijke zijde. Ook waren er wat van mijn eigen mede-Joden die hun duit in het zakje deden.

Dit soort kritiek raakt mij niet. De Eeuwige heeft mij ooit twee handen gegeven om te handelen, twee ogen om te kijken, twee oren om te horen en ook twee schouders om op te halen. Daar waar dit nodig is om mijn visie kenbaar te maken, laat dit soort afkeuringen mij koud en onverschillig.

Waarom die onverschilligheid? Moet ik toch niet heel boos worden op deze protesterende christenen die mij als Jood betreft ook na tweeduizend jaar nog steeds verkeerde keuzes maken? En op 20 maart opnieuw?

Ik kan onverschillig zijn. Omdat deze roodgekleurden niet het enige gezicht van de kerk vormen. In een parafrase op de woorden van Shevach Weisz, ooit Israëls eerste ambassadeur in het naoorlogse Polen: “Ik ken ook een andere kerk”.

Hetzelfde zei hij ook met betrekking tot de Polen. In een interview voor de Poolse Televisie werd Shevach Weisz ooit geconfronteerd met heftige misstappen door Poolse burgers tegen Joden. “Meneer de ambassadeur, bent u bij het zien van deze beelden niet heel erg boos op Polen?” De Ambassadeur pauzeerde even. Toen kwam het antwoord.” Nee, ik ken ook een ander Polen”. Hij vertelde hoe zijn eigen familie bij een arme boerenfamilie op het Poolse platteland jaren ondergedoken had gezeten en zo de Holocaust had overleefd. Hij herhaalde nog een keer: “Nee, ik ken ook een ander Polen”.

Het plein in Utrecht kleurt weer rood. Opnieuw worden kerkgangers waaronder predikanten en leken en menig brave Nederlandse christenen op het verkeerde been gezet door diegenen die menen dat dit soort protesten het juiste antwoord is op de houding van hun eigen kerkleiding, van de Staat Israël en van haar regering. Zonder enig begrip te tonen voor het spanningsveld waar de PKN zelf inzit vanwege enigszins de begrijpelijke “onlosmakelijke verbondenheid met Israël” en anderzijds de verbondenheid met christenen in en rond Israël en de Palestijnse gebieden. Zonder enig besef te tonen voor het feit dat protesten als deze echt kwaadwilligen in onze samenleving stimuleren tot een houding van anti-Joods en ook stappen ondernemen om die gevoelens om te zetten in anti-Joodse daden. Daden zoals wij die de afgelopen dagen bij synagogen in Amsterdam en bij de Joodse Cheider school in Rotterdam hebben gezien.

Wat zouden de protesterende kerkgangers dan moeten doen? Wat mij betreft gaan ze bidden. En als dat voor sommigen van hen misschien verleden tijd is dan toch nog eens goed nadenken of het narratief van de organisatoren over de oorlogen die daar gevoerd worden wel het juiste is.

Zoals gezegd, laat de kritiek die mij nu weer boven het hoofd hangt koud. “Ik ken ook andere kerkgangers in Nederland”. Kerkgangers die het uit hun hoofd laten om opnieuw de straat op te gaan. Zeker gezien de recente aanslagen in Amsterdam en Rotterdam. Deze andere kerkgangers, die zich niet in een rode waas hullen, beseffen heel goed dat er bij de sjoel in Rotterdam en bij de Cheider school in Amsterdam echt niet alleen sprake is van “slechts materiele schade” (de NOS van 14 maart).  De aanslag op een sjoel is bestemd voor haar bezoekers. De aanslag op de Cheiderschool is niet slechts bedoeld om een muur zwart te blakeren. De gebruikte brandbom die explodeerde is in werkelijkheid gericht op de paar honderd Joodse kinderen in Amsterdam die dagelijks achter deze muren in de klas zitten.

Ook zonder een uitputtende kennis van het christelijke gedachtegoed durf ik het aan om te beweren dat de Heiland waar de kerk zo prat op gaat dat Hij Joods is, niet in het rood op dat plein zou verschijnen. Hij zou vanuit zijn eigen Jodendom wel een juiste keuze hebben gemaakt, namelijk om ver van het protest vandaan te blijven om zo meer geweld tegen de Joodse gemeenschap te voorkomen.

Lody Benno van de Kamp (Enschede, 29 september 1948) is orthodox-joods rabbijn, schrijver, maatschappelijk denker en ondernemer. Hij zet zich in voor interreligieuze dialoog en publiceert regelmatig over jodendom, Israël en hedendaagse vormen van antisemitisme.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken