Menu

Basis

De Bijbel en RefGPT

Persoon zoekt via AI iets op, op zijn laptop
(Beeld: Adobe Stock)

Inleiding

Kunstmatige intelligentie is in korte tijd uitgegroeid tot een onmisbaar onderdeel van het dagelijks leven. Van zoekmachines en navigatie-apps tot medische diagnostiek en klantenservice: AI-systemen ondersteunen, versnellen en structureren steeds meer processen. Voor veel mensen voelt het gebruik van AI inmiddels net zo vanzelfsprekend als het gebruik van een smartphone.

Tegelijkertijd ontstaat er een opvallende tegenbeweging. Waar AI in eerste instantie werd gepresenteerd als een universeel hulpmiddel dat iedereen toegang geeft tot dezelfde informatie, zien we nu een groeiende fragmentatie. Steeds vaker verschijnen er AI-tools die zich richten op specifieke levensbeschouwelijke, religieuze of ideologische doelgroepen. Denk aan reformatorische generatieve AI-systemen die antwoorden filteren door een orthodox-protestantse bril, katholieke varianten die hun eigen traditie centraal stellen, of seculiere platforms die juist elke religieuze invalshoek vermijden. Daarnaast zijn er afgeschermde AI-omgevingen die gebruikers bewust binnen een bepaalde overtuigingswereld houden, vergelijkbaar met het digitale equivalent van de verzuiling.

Eén zo’n voorbeeld is het recente RefGPT, dat is ontstaan vanuit zorgen over de invloed van algemene generatieve AI‑systemen op jongeren, onderwijs en morele vorming. Volgens de initiatiefnemers zijn dergelijke systemen niet neutraal: zij zijn gebaseerd op seculiere bronnen en kunnen daardoor bijdragen aan normvervaging en een verschuiving in mens- en wereldbeeld.1 RefGPT positioneert zich daarom als een alternatief dat expliciet is ingebed in Schrift, belijdenis en klassieke gereformeerde theologie.2 Het project werkt aan een omvangrijke, gecontroleerde kennisbasis met reformatorische en vroegchristelijke bronnen, bedoeld om zowel betrouwbare antwoorden te genereren als bij te dragen aan herbronning. In het onderwijs moet RefGPT een bruikbaar instrument worden dat leerlingen toegang geeft tot AI zonder verlies van identiteit of pedagogische kwaliteit. Transparantie vormt een belangrijk uitgangspunt: uitspraken moeten herleidbaar zijn tot controleerbare bronnen, in tegenstelling tot de vaak niet‑verifieerbare output van algemene AI‑modellen.

In dit korte artikeltje richt ik mij op een kleinschalige, verkennende analyse van hoe RefGPT omgaat met Bijbelgebruik, vertalingen, vragen over tekstkritiek en interpretatie. Daarbij test ik het systeem op een beperkt aantal Bijbelteksten om te onderzoeken hoe consistent het model hermeneutische principes toepast. Deze beperkte casestudy moet inzicht geven in de mogelijkheden en beperkingen van een identiteitsgebonden AI‑omgeving voor verantwoord Bijbelgebruik, zonder te pretenderen een volledige evaluatie van het systeem te bieden.

Bijbelvertalingen

Wanneer je naar gezaghebbende vertalingen vraagt die het systeem gebruikt, komt RefGPT met een viertal antwoorden:

“in het systeem zijn de Statenvertaling, de Griekse grondtekst van het Nieuwe Testament, de Hebreeuwse grondtekst van het Oude Testament, en de King James Version beschikbaar. Andere vertalingen (zoals de Latijnse) worden historisch genoemd, maar niet als authentieke tekst beschouwd.”

Natuurlijk is de Statenvertaling een gezaghebbende vertaling binnen reformatorische kring, evenals de King James Version. Maar de Griekse en Hebreeuwse grondtekst zijn uiteraard geen vertalingen. Maar welke Griekse grondtekst wordt er eigenlijk gebruikt? Want in de Bijbelwetenschappen weten we dat er niet één grondtekst bestaat, en dat degene waarmee nieuwtestamentische werken een reconstructie van de Griekse tekst is, waarbij gezegd moet worden dat geen één manuscript precies deze tekst heeft (denk aan de UBS Greek Text en de Nestle-Aland series, en het Tyndale Greek Testament).

Wanneer doorgevraagd wordt naar welke grondtekst, is het antwoord “de klassieke Griekse grondtekst zoals die in de gereformeerde traditie bekend stond” – met verwijzing naar Nederlands theoloog Wilhelmus à Brakel (1635-1711). Het doorvragen met “Is dat de Griekse tekst dat aan de basis van de Statenvertaling stond?” levert geen resultaten op (na 10 minuten ‘denken’ heb ik het proces gestopt). In de links die RefGPT geeft bij de vraag, komt de Verklaring van het Oude en Nieuwe Testament van Matthew Henry (1714) naar boven – een zeer gedateerd commentaar, maar op moment van schrijven het enige commentaar dat beschikbaar is. Voor een bijbelwetenschapper of een serieuze student van de Bijbel is dat wel teleurstellend, want, de tijd heeft niet stilgestaan. Sindsdien zijn er talloze ontwikkelingen geweest op het gebied van bijvoorbeeld de Griekse handschriften van het Nieuwe Testament en ook veel meer historische inzichten omtrent gebeurtenissen of andere inzichten die een veel completer en minder gedateerd beeld geven dan de Bijbelverklaring van Matthew Henry (die studenten theologie, hbo of wo absoluut niet meer mogen raadplegen voor werkstukken).

Bijbelvertalingen

Bij uitvraag naar alle mogelijke Bijbelvertalingen die het systeem gebruikt, blijkt dat er geen volledige Bijbelvertalingen beschikbaar zijn. Mocht de gebruiker willen vergelijken, kan de gebruiker dat “het beste doen met een gedrukt of digitaal Bijbelboek, of bespreek het met je ouders, een predikant of een leraar in de Schrift.”

Verschillen Statenvertaling en NBV21

Waar de vertalingen niet raadpleegbaar zijn binnen RefGPT, kan de vrager wel terecht met waarom er verschillen zijn tussen de Statenvertaling en bijvoorbeeld de NBV21. Als antwoord:

“De NBV21 is een moderne vertaling die gebruikmaakt van andere grondteksten dan die waarop de Statenvertaling gebaseerd is. De Statenvertaling volgt de Textus Receptus (de traditionele Griekse tekst van het Nieuwe Testament). De NBV21 volgt recentere wetenschappelijke edities, die gebaseerd zijn op oudere handschriften, waarin sommige verzen ontbreken of anders luiden. Daarom zijn er verschillen in tekst en soms verzen die in de Statenvertaling wél staan en in de NBV21 niet.”

Hier wordt de Textus Receptus als een vaststaand gegeven beschouwd: als “de traditionele Griekse tekst van het Nieuwe Testament”, terwijl dat zeer problematisch is. De Textus Receptus is een tekstvorm en óók een reconstructie van een manuscripttraditie. 

Comma Johanneum

Vanuit het gegeven van de Textus Receptus was ik benieuwd hoe RefGPT met het befaamde en beruchte Comma Johanneum om zou gaan. In de Textus Receptus vinden we in de brief 1 Johannes 5:7-8: “Want drie zijn er, die getuigen in den hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één” met het cursieve als de zogenaamde Comma Johanneum. Wat zou de ‘reformatorische’ uitleg zijn? Interessant genoeg laat RefGPT bij deze vraag de mogelijkheid open dat de tekst niet origineel zou zijn, maar wordt er wel verwezen naar Cyprianus die de tekst authentiek zou achten (via Matthew Henry, dus indirect). Matthew Henry wordt begrijpelijkerwijs als enige uitlegger genoemd (aangezien dat het enige bijbelcommentaar in de AI-tool is), hoewel ook hij benoemt dat de echtheid door sommigen wordt betwist.

Echt interessant wordt het doordat RefGPT de gereformeerde theoloog Herman Bavinck aanhaalt omdat die suggereert (in zijn Gereformeerde Dogmatiek) dat de frase niet origineel is aan 1 Johannes en pas in de 16de eeuw werd opgenomen, mede doordat de passage “nooit [is] aangehaald door de Griekse kerkvaders, ook niet in den ariaanschen strijd” en niet in Griekse handschriften van vóór de 16e eeuw voorkomen.3 RefGPT besluit:

“Deze woorden ontbreken in bijna alle oude Griekse handschriften. Daarom wordt hun echtheid betwist; veel moderne vertalingen (zoals de NBV21) laten ze weg. Toch zagen oudere uitleggers zoals Henry er een duidelijke belijdenis van de Drie‑eenheid in.”

Het opvallende “toch” aan het begin van de laatste zin laat wel een voorzichtige voorkeur voor de tekst zien.

Eindobservatie

Degenen die meer van de Bijbel willen weten, kunnen binnen RefGPT alleen terecht bij de bijbelverklaring van Matthew Henry uit 1714. Dat roept de vraag op of een reformatorische zuil hier wel blij mee moet zijn: het is verschrikkelijk gedateerd. Ironisch genoeg houdt deze moderne AI-tool juist bijbelwetenschappelijke ontwikkelingen én hedendaagse reformatorische theologische inzichten van de gebruiker weg. Het ‘dubbele’ van RefGPT wordt zo zichtbaar: betrouwbare informatie wordt gelijkgesteld aan ‘oude’ informatie, terwijl de doelstelling juist was om herbronning en kwaliteit te bieden. Voor studenten theologie die zich in de reformatorische hoek begeven, maakt dit de tool vooralsnog onbruikbaar, aangezien commentaren als dat van Henry niet meer worden geaccepteerd bij exegese of bijbeluitleg. De belofte dat RefGPT leert ‘vragen stellen die het denken activeren’ is dan ook de vraag. Vooralsnog geeft het beperkte antwoorden die doorvragen niet stimuleren. RefGPT beoogt een identiteitsgebonden alternatief te zijn, maar lijkt daarmee juist een spanning te creëren tussen identiteitsbehoud en wetenschappelijke verantwoordelijkheid – een spanning die ook binnen de reformatorische traditie zelf levendig aanwezig is.

Ruben van Wingerden  is docent Nieuwe Testament aan Tilburg University.


  1. https://refgpt.nl/over-refgpt/manifest, geraadpleegd op 16 jan. 26; https://www.rd.nl/artikel/1134896-reformatorische-refgpt-kan-alle-chatbots-vervangen-en-een-account-kost-niets, geraadpleegd op 16 jan. 26. ↩︎
  2. Hoewel uit een ingezonden brief bij het Nederlands Dagblad blijkt dat het helemaal niet zo anders is dan de ‘wereldse’ AI-modellen: https://www.nd.nl/opinie/opinie/1302633/creeer-over-de-reformatorische-ai-tool-refgpt-geen-onrealisti. ↩︎
  3. Gereformeerde Dogmatiek → Deel 2 → Hoofdstuk IV Over God → § 27 De Personeele Namen Gods. ↩︎

Bijbel en computer
Schrift 2026, nr. 2

Wellicht ook interessant

Gods slaafgemaakten
Gods slaafgemaakten
None

Thema: Gods slaafgemaakten

In deze aflevering gaat Elsbeth Gruteke in gesprek met Martijn Stoutjesdijk. De aanleiding is het boek Gods slaafgemaakten. Theoloog en historicus Martijn Stoutjesdijk is een diepgravend onderzoek naar de rol van het christendom in het slavernijverleden, in het bijzonder dat van Nederland. Het slavernijverleden van Nederland is immers een zwarte bladzijde. Martijn Stoutjesdijk laat zien hoe in de Bijbel, de vroege kerk en de vroegmoderne tijd werd gepleit voor slavernij maar ook hoe vrije en slaafgemaakte christenen door de eeuwen heen tegenwicht boden. Stoutjesdijk toont dat het er soms om spande en hoe de geschiedenis onfortuinlijk toch de kant van de slavernij koos.

None

“Ik zoek geen Bunnikside-light in het geloof.”

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze artikelserie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer lezen we hoe Kees van Ekris als voormalig Theoloog der Nederlanden de Bunnikside van FC Utrecht bezocht.

Man met zijn handen voor zijn mond
Man met zijn handen voor zijn mond
Basis

De subtiele wreedheid van categorieën

Mensen zijn geobsedeerd door patronen. We vinden ze in de sterren, in de grond, en wie goed op let ziet ze ook in andere mensen. Het herkennen van patronen kan noodzakelijk zijn, omdat het ons helpt een complexe wereld te categoriseren en te navigeren. Toch kleeft er ook een schaduwzijde aan: wanneer patronen gebruikt worden om een andere groep te controleren, te definiëren of zelfs te schaden. Op het moment dat categorieën worden verheven van voorlopige beschrijvingen naar onbetwistbare waarheden, volgt schadelijk gedrag in onze meest intieme omgevingen en in onze belangrijkste instellingen. In gezinnen spreken we bijvoorbeeld over de “verantwoordelijke eerstgeborene kinderen” en zien we hoe die labels geleidelijk verharden tot verwachting. In samenlevingen worden mensen ingedeeld in “verdienstelijk” of “onwaardig,” en vervolgens wordt daar beleid op gemaakt. Wat begint als een handige mentale snelweg verandert langzaam in een script dat bepaalt wie mag floreren en wie klein moet blijven.

Nieuwe boeken