Menu

Premium

De bruiloft te Kana

Bijbelwetenschappen

2e zondag na Epifanie (Jesaja 62:1-5 en Johannes (1:29-)2:1-11)

Als je vraagt waarover het verhaal van de bruiloft te Kana gaat, zal het antwoord wellicht zijn: dat Jezus water verandert in wijn. De auteur van het Johannesevangelie vat de gebeurtenissen echter anders samen. Er gebeuren drie zaken: Jezus maakt een begin aan zijn tekenen, openbaart zijn glorie, en zijn leerlingen geloven in Hem (Johannes 2:11). Belangrijk is dan niet dát of hoe water in wijn verandert, maar wat dit zegt over Jezus en wat dat betekent voor de gemeenschap.

Vanaf het begin van het Johannesevangelie is de onderliggende vraag voortdurend: Wie is deze Jezus? De auteur geeft hierop eerst een poëtische evocatie van het Woord. Vervolgens zijn er diverse getuigenissen: voor Johannes is Jezus het lam Gods (1:29.36), Andreas noemt hem de Messias (1:42), Natanaël de Zoon van God en koning van Israël (1:50). Grote woorden, waarvan nog zal moeten blijken in hoeverre zij hier daadwerkelijk in geloven.

Jezus’ glorie

In Kana maakt Jezus een begin aan zijn tekenen, wat tevens zijn glorie laat zien. De leerlingen erkennen dit als eersten door in Jezus te geloven, al is er nog een lange weg te gaan. Tekenen en wonderen begeleiden de doorbraak van Gods handelen in de geschiedenis, als signalen voor wie gelooft dat God hier aan het werk is. Het woord ‘glorie, heerlijkheid’ kun je ook opvatten als ‘eer, lofprijzing’. In het Oude Testament komt Gods ‘glorie’ als uitdrukking van zijn majesteit tot uiting in zijn machtige daden. Voor de evangelist Johannes licht Gods glorie op in Jezus’ leven en verrijzenis. Hij verklaart dat de christenen Jezus’ heerlijkheid hebben gezien, die van de Vader afkomstig is (1:14). Met de gebeurtenissen te Kana begint de uitstraling van Jezus’ glorie, die verbonden is met de verrijzenis (12:23; 17:1). Niet toevallig speelt het gebeuren zich af op de ‘derde dag’, de dag van de verrijzenis. Niet voor niets is Jezus’ ‘uur nog niet gekomen’ en is de bruiloft te Kana nog maar het ‘begin’ van de tekenen en van de openbaring van Jezus’ heerlijkheid.

Bruiloft als messiaans gebeuren

Niet toevallig vindt dit eerste teken plaats tijdens een bruiloftsfeest. Hiermee grijpt de schrijver terug naar de profetische beeldspraak over God en het volk, met name naar beelden die de vreugde van het volk oproepen als God ingrijpt in de geschiedenis. Het beeld van de bruiloft staat in Jesajateksten symbool voor toekomstig eerherstel, voor de luister van Jeruzalem en het volk, en de relatie tussen God en zijn volk. De feestelijke opsmuk van bruid en bruidegom staat voor de gerechtigheid en bevrijding waarmee God hen zal omhullen (Jesaja 61:10). Jesaja 62:1-5 schetst een omkering van de huidige situatie. Het beeld van verlatenheid (zie ook 54:5-8) en woestenij zal niet langer van toepassing zijn op Jeruzalem. Eerder past de vergelijking met een bruiloft: zoals een bruidegom behagen schept in zijn bruid, heeft God welbehagen in Jeruzalem. Deze hoop zet de profeet ertoe aan om niet te zwijgen tot haar gerechtigheid en bevrijding aanbreekt, als een lichtgloed en brandende fakkel zichtbaar voor alle volkeren en hun heersers. Hij stelt zelfs wachters aan die zichzelf én God geen rust mogen gunnen tot het zover is (62:6-7). Deze poëtische evocatie hoe men verlangt naar omkeer is zowel binnen het evangelie als voor de lezers bijzonder actueel.

Binnen het verhaal leeft het volk onder de bezetting van Rome en verlangt het naar de Messias die het lot ten goede kan keren. Het opraken van de wijn dreigt de vreugde van het bruiloftsfeest te verstoren. Zoals de profeet niet wil zwijgen tot de hoop verwerkelijkt is en wachters aanstelt, handelt ook Maria. Ze brengt de nood van de feestvierders bij Jezus, geeft de bedienden opdracht om te doen wat Jezus zegt. Wat zij doen, maakt mee mogelijk dat Jezus een begin maakt aan de bevrijding. Ook voor de lezers is het gebeuren actueel. Het Romeinse Rijk heerst met harde hand, slaat elke opstand neer, vermoordt al wie als Messias van God bevrijding toezegt. Tijdens de eerste christengemeenschappen heeft Rome Jeruzalem vernietigd en daarmee het religieuze en economische centrum van het Beloofde Land. Hoe blijf je hierin als kinderen van God staande? Met het beeld van de bruiloft brengt de auteur een dieper verlangen tot uiting: dat de vreugde bij zo’n gelegenheid zelfs dan van toepassing zou zijn op de situatie van Jeruzalem en het volk, dat de relatie tussen God en mensen terug gekleurd zou zijn vanuit oprechte vreugde en welbehagen. Het verhaal van de bruiloft te Kana geeft aan dat Jezus een cruciale rol speelt in deze messiaanse toekomst.

Van water naar wijn

Dat water wijn wordt, spreekt tot de verbeelding. Toch wordt binnen het verhaal geen nadruk gelegd op dit wonder. De wijn raakt op, Jezus’ moeder heeft dit opgemerkt en aan Jezus overgebracht. Er wordt water gebracht naar de opziener, en die verklaart de laatste wijn van betere kwaliteit dan de eerste. Heel terloops is onderweg blijkbaar het wonder geschied. Niemand schenkt hier aandacht aan. Centraal in de reactie is dat de betere wijn het laatste werd geschonken. Dat lijkt dwaas, maar wordt anders als je het verhaal tegen de achtergrond van profetische teksten leest. Als God zijn volk in hun vroegere staat herstelt, stromen de bergen van most (Amos 9:13). In de vreugdevolle tijd dat God zich naar zijn volk keert, is er overvloed aan koren, wijn en olie (Jeremia 31:12). Als God Israël zijn liefde schenkt, zullen zij beroemd zijn als de wijn van de Libanon (Hosea 14:7). In het kader van zulke passages krijgen de gebeurtenissen te Kana een cruciale betekenis. Want de wijn raakt op, maar Jezus brengt nieuwe wijn, in overvloed en van betere kwaliteit: de messiaanse tijden zijn aangebroken.

Deze exegese is opgesteld door Ine Van Den Eynde.

Wellicht ook interessant

De Leviet in Gibea
De Leviet in Gibea
Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot. Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld. Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

Nieuwe boeken