Menu

Premium

De bruiloft van God en zijn volk

Bij Jesaja 62,1-5 en Johannes 1,35-2,11

Alles draait in de beide bijbelteksten om de liefde van God voor zijn volk. De metafoor van de bruiloft wordt bij zowel Jesaja als Johannes gebruikt en laat in beide gevallen iets zien van liefde, verbondenheid en een gezamenlijke toekomst.

De heilswoorden uit Jesaja 62 laten een toekomst zien van Jeruzalem als centrum van de wereld, als schitterende heilige stad. Alle omringende volken richten hun ogen op de stad, die een eenheid vormt met JHWH. De stad als bruid, JHWH als bruidegom. Deze bekende tekst is zo beeldend geschreven dat hij nog steeds inspireert. Toch kan de grote hoeveelheid metaforen er ook voor zorgen dat je de draad kwijtraakt en blijft hangen aan de oppervlakte van de tekst (‘het komt allemaal goed’).

Verlangen van de bruidegom

Wat het meest opvalt aan alle metaforen is het diepe verlangen dat eruit spreekt. Het verlangen van een bruidegom naar zijn bruid. Jeruzalem is de bruid, die eens verworpen was, maar die nu weer in haar bruidstooi mag schitteren. De ik-persoon, waarschijnlijk de profeet zelf, heeft een visioen van de glorierijke toekomst van Jeruzalem en zal niet zwijgen totdat het visioen werkelijkheid begint te worden (Jes. 62,1). Waar de omringende volken tot nu toe met medelijden of hoon naar Jeruzalem keken, zullen ze nu nieuwe namen gebruiken. Ze zullen erkennen dat Jeruzalem een nieuwe status heeft gekregen: de stad van God. Het laatste deel van vers 2 is niet eenvoudig te vertalen: het woord naqabh heeft als oorspronkelijke betekenis ‘doorprikken’, ergens zo veel druk op zetten dat het kapot gaat. Het kan ook de betekenis ‘vervloeken’ of ‘benadrukken’ krijgen. Die nadruk moet in de vertaling van Jesaja 62,2 doorklinken: God zélf heeft Jeruzalems naam bepaald. Overigens is het woord neqeebhah (= vrouw, vrouwelijk) ook afgeleid van dit werkwoord naqabh, ‘doorprikken’. Hoe we dat letterlijk kunnen vertalen laat ik aan uw verbeelding over. Het Hebreeuws kan zo mooi plastisch zijn.

Jeruzalem, de bruid

De stad, en met haar alle inwoners, krijgt een nieuwe waardigheid als bruid van JHWH (Jes. 62,3). Ze is niet meer verlaten of geruïneerd, maar een plaats die vreugde en verlangen opwekt. JHWH verlangt naar Jeruzalem, naar het land en zijn bewoners. In 62,5 wordt de metafoor van het huwelijk wat vreemd (‘jouw zonen zullen jou ten huwelijk nemen’), daarom wordt het Hebreeuwse banajikh, ‘jouw zonen’, ook wel vervangen door bonajikh, ‘jouw bouwer’; zo vertaalt bijvoorbeeld de Willibrordvertaling deze zin. Toch is dit niet nodig, want metaforisch is het goed te begrijpen: de Israëlieten (de zonen van het land) zullen het land niet alleen weer bewonen, maar er een relatie mee hebben; land en bewoners horen bij elkaar. Het Hebreeuwse werkwoord ba‘al betekent behalve ‘huwen’ ook vooral ‘bezitten’. In de periode kort na de ballingschap is dit een belangrijk gegeven: de verwoeste hoofdstad wordt weer opgebouwd en land, bewoners en God zullen weer bij elkaar horen.

Eenheid

De notie van het bij elkaar horen komt terug in de lezing uit het Evangelie van Johannes. De roeping van de leerlingen (1,35-51) gebeurt op een bijna vanzelfsprekende manier: de leerlingen weten direct dat ze bij Jezus horen en gaan met Hem mee. Alleen Natanaël is kritisch, maar dat is voorbij zodra hij Jezus persoonlijk heeft ontmoet. Een bruiloft is het toneel van het eerste teken, de eerste wonderdaad van Jezus (2,1-11). Juist omdat bruid en bruidegom onbekend blijven, wordt duidelijk dat het hier niet om een irrelevante omstandigheid gaat. De liefde, het bij elkaar horen, de gezamenlijke toekomst worden gevierd. Jezus vergroot de feestvreugde omdat Hij water in wijn verandert. De enorme hoeveelheid en de uitzonderlijke kwaliteit van de wijn maken het wonder nog groter. Het gaat hier niet alleen om een wonder, om iets dat alle natuurwetten overstijgt, maar vooral om wat dit wonder duidelijk maakt, namelijk dat Jezus de Messias is. Elk wonder dat Jezus doet, verwijst naar het echte wonder: de eenheid tussen God en Jezus Messias.

De moeder van Jezus

De rol van Jezus’ moeder en de verhouding tussen Jezus en zijn moeder roepen vragen op. Waarschijnlijk is zij in dit verhaal vooral de ‘aangever’, de enige die in staat is om het voorzetje aan Jezus te geven: ‘Ze hebben geen wijn meer’ (2,3). Jezus spreekt haar vervolgens afstandelijk, maar correct aan met ‘vrouw’. Omdat hiervoor eigenlijk geen goed equivalent is in het Nederlands, hebben de vertalers van de NBV ervoor gekozen om het hele woord weg te laten en Jezus kortaf ‘Wat wilt u van me?’ (Gr.: ti emoi kai soi, gunai😉 te laten antwoorden (2,4). ‘Mevrouw’ had ook gepast. ‘Wat wilt u van mij?’ De letterlijke vertaling in het Hebreeuws is een Semitische uitdrukking, die in het Oude Testament een aantal keren voorkomt (bijv. 1 Kon. 17,18; 2 Kon. 3,13), waarbij de een de ander op afstand zet (‘Waar bemoei je je mee?’ of: ‘Laat me toch met rust’), maar ook elders in het Nieuwe Testament komt de uitdrukking nog twee keer voor, als uitspraak van een man die bezeten is door vele geesten (Marc. 5,7; Luc. 8,28).

Het wonder

Ook al is Jezus’ tijd nog niet gekomen, toch voltrekt het wonder zich. Zes watervaten worden gevuld met water, maar als het water eruit geschept (van Gr.: antleoo, ‘putten’) wordt, blijkt het heerlijke wijn te zijn geworden. Het bruiloftsfeest, het feest van de gezamenlijke toekomst, kan voluit gevierd worden. God brengt vreugde, liefde, verbondenheid bij de mensen, door Jezus Messias.

Bij Jesaja 62:1-5 en Johannes 1:35-2,11

Wellicht ook interessant

Nathan en Rozamaryn
Nathan en Rozamaryn
Basis

De scheuren van het mens-zijn

Gen Z lijkt meer interesse te hebben in religie, klopt aan bij kerken en staat open voor zingevingsvragen. Hun mentale gezondheid gaat achteruit door prestatiedruk, sociale media, oorlogsdreiging, klimaatcrisis en woningnood. Stevige uitspraken. Maar wat is het perspectief van de jongeren zelf? Hoe ervaren zij de aan hen toegeschreven ‘zoektocht naar zin’? Nathan en Rozamaryn, de Jonge Theologen der Nederlanden, schrijven elke maand een column over wat hun eigen generatie beweegt. Deze maand de column van Rozamaryn over ‘in relatie leven’.

De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
De geïnterviewde, Saskia van den Kieboom, zit op een bankje onder een boom, dichtbij een kerkgebouw en kijkt lachend de camera in.
Basis

“Je bent een parel in Gods hand”

Wat in Nederland nog toekomstmuziek lijkt, is in Vlaanderen al enkele jaren realiteit: elk bisdom heeft er een eigen aanspreekpunt ‘Homoseksualiteit en Geloof’. Het initiatief kwam in 2022 van de Vlaamse bisschoppen, als onderdeel van hun streven naar een gastvrije kerk waarin niemand wordt uitgesloten. Maar hoeveel ruimte is er werkelijk voor LHBTQI+ gelovigen binnen de katholieke kerk? Met welke vragen en worstelingen kloppen zij aan? Hoe verhoudt de pastorale praktijk zich tot de officiële kerkleer, en wat gebeurt er wanneer die twee botsen? Kelly Keasberry sprak met Saskia van den Kieboom.

Nieuwe boeken