De titel boven deze bijdrage zal bij menig lezer de verwachting oproepen dat een betoog volgt waarin de geloofsdoop als de ‘bijbelse doop’ wordt verdedigd tegenover de kinderdoop. Dat heeft veel te maken met het verleden. Tijdens de 16e eeuwse kerkreformatie is de geloofsdoop geherintroduceerd in een breuk met de kinderdooppraktijk. Doopsgezinden, en een eeuw later de baptisten, werden als sektariërs gebrandmerkt en moesten hun bestaansrecht ontlenen aan een bijbelse rechtvaardiging van de doop op belijdenis van geloof. Deze tijden zijn aan het voorbijgaan. In oecumenische gesprekken over de doop is de nieuwtestamentische legitimatie van de geloofsdoop niet meer het