De kracht van rituelen
Een gebeurtenis of een bepaalde periode wordt bijzonder door er een ritueel aan te verbinden. Een vaste handeling waarbij (meestal) niet gezegd wordt, maar die in zichzelf veelzeggend is. Hoe is dat in de Veertigdagentijd?
Hoe maak je van de Veertigdagentijd een periode van voorbereiding op Pasen? Ruim zes weken tot aan Pasen klinkt als een lange tijd, maar het vliegt voorbij. En voor je het weet is het alweer Pasen en voel je je weer te weinig voorbereid.
In het evangelie van Matteüs 6, dat gelezen wordt op de Aswoensdag, worden we opgeroepen om in de voorbereidingstijd voor Pasen drie dingen te doen: vasten, bidden en aalmoezen geven. Hoe geef je dit concreet vorm in het hier en nu?
De meeste mensen kennen wel de kalenders voor de Veertigdagentijd: in het verleden maakten gemeenteleden ze soms samen en deelden ze die uit aan het begin van de Veertigdagentijd. Tegenwoordig zijn er online vastenkalenders, kun je je aanmelden voor een dagelijkse mail of je opgeven voor een Whatsappgroep of speciale vastenapp. Maar al deze vormen vragen toch dat je er zelf iets mee doet. Hoe zorg je voor een goede inbedding, zodat deze dagelijkse ‘graankorrels van inspiratie’ in goede aarde vallen?
Het kan helpen om een klein dagelijks ritueel voor jezelf te ontwerpen, een vorm die je helpt om bewust tijd te nemen en te vertragen. Zo kan het gebed, de leestekst of wat je voor die dag ook ontvangt werkelijk binnenkomen.
Hoe kunnen de dagelijkse ‘graankorrels van inspiratie’ in goede aarde vallen?
1. Vertraag
Een ritueel hoeft niet altijd een plechtige handeling te zijn, die wordt uitgevoerd door een voorganger volgens een vast stramien met vaste teksten. Een ritueel begint met het vertragen van een gewone handeling. Door te vertragen, ontstaat er tijd en ruimte om de handeling te laden met een bijzondere intentie. Zo krijgt die handeling een extra betekenislaag die het tot een ritueel maakt. Die bijzondere intentie hoeft niet altijd uitgesproken te worden. Als je een bos bloemen overhandigt, roept de handeling al zoveel betekenis op, dat het niet nodig is om er iets bij te zeggen. Als je vast, is het een goed idee om te vertragen bij de maaltijden: ga eerst maar eens zitten en kijk, ruik, luister. Laat de geur van het eten je zintuigen strelen. Verwonder je over dat wat je te eten krijgt. Wees dankbaar dat je te eten hebt.
2. Heilig de tijd en de plaats
Als op school een paasontbijt wordt georganiseerd, wordt de kinderen geleerd te wachten met eten totdat het beginliedje is gezongen. Zo wordt ‘eten’ tot ‘maaltijd’: tot een heilig moment van aandacht voor elkaar en voor het eten.
Een ritueel heeft steun aan een afgezonderde tijd en ruimte. Als je in de Veertigdagentijd een dagelijks moment van aandacht wilt houden, kies dan een vast moment op de dag. Dat kan zijn meteen na het opstaan, voor het naar bed gaan, of aan tafel als je (samen) gaat eten. Houd een vaste plaats vrij, die je markeert met een symbool. De gewone handeling wordt een rituele handeling door hem te heiligen: door een kaars aan te steken. Of door een kruisteken te maken over je lichaam, waarmee je markeert dat je dit moment vrij maakt voor de gekruisigde, die jou opgeroepen heeft om te bidden.
3. Begin met handelen
Een ritueel balanceert tussen ‘gewoon’ en ‘bijzonder’ handelen. De krachtigste rituelen zijn die waarvan mensen zich helemaal niet bewust zijn dat ze met een ritueel bezig zijn. Het lijkt op gewoon handelen. Neem bij een feest het ritueel van ‘de taart aansnijden’: samen taart eten verbindt de gasten met het feestvarken. Bij een bruiloft maken we er een speciaal moment van: de bruid en de bruidegom (of twee bruiden / twee bruidegommen) houden samen het mes vast. Iemand roept dat nu de taart aangesneden gaat worden. De gesprekken vallen even stil, omdat de gasten dit moment niet willen missen. Het bruidspaar poseert voor de fotograaf en daarna snijden ze samen het eerste stuk uit de grote bruidstaart in verdiepingen. Het is een informeel ritueel: er wordt gelachen en gepraat tussendoor, er worden foto’s gemaakt, iemand prutst nog gauw even in het haar van de bruid om de bloemen beter te schikken voor de foto, iemand anders loopt met taartschoteltjes te schuiven, die zo dadelijk nodig zijn. Niemand plant dit moment, maar het wordt zelden overgeslagen op een bruiloft.
Mensen kunnen in hun handelen uitdrukken wat ze met hun hoofd niet kunnen bevatten
4. Laat je hoofd erbuiten
Rituelen kun je beter niet achter je bureau voorbereiden. Rituelen bewegen zich op het vlak van de intuïtie en het handelen; ze komen binnen via de zintuigen, via het lichaam, ze maken connectie via het onbewuste. Daarin zit de kracht van rituelen: mensen kunnen in hun handelen uitdrukken wat ze met hun hoofd niet kunnen bevatten. ‘Ik geloof niet in een hemel,’ zegt een man sceptisch. Maar zodra je hem een kaars geeft voor zijn overleden dochtertje, steekt hij deze aan met een aandacht die verraadt, dat zijn handen meer geloven dan hij met zijn verstand bevatten kan. Voor de zekerheid knipoogt hij nog even naar boven. Je weet nooit of het meisje vanuit de hemel meekijkt.
Ontwerp vanuit het handelen en vanuit de zintuigen. Als de handeling niet vanzelf spreekt, komt het ritueel niet over. Verrassend genoeg is de handeling vaak belangrijker dan de woorden die je erbij zegt. Woorden geven een handeling betekenis, maar je mag ze gerust veranderen. Zodra je echter de handeling zelf verandert, komt de gemeenschap in opstand.
5. Betrek het lichaam erbij
Het lichaam is één van de belangrijkste dragers van rituelen: je kunt ermee handelen, je kunt juist nalaten om te handelen, zoals bijvoorbeeld door te vasten.
Van oudsher heeft de kerk veel rituelen die ‘aan het lijf komen’: we eten en drinken (maaltijd des Heren), we leggen handen op, we zalven de zieken met geurige olie, we halen een kind door het doopwater en bekleden het met een doopkleed. Eten werkt integrerend tussen je hoofd en je lichaam; samen eten werkt verbindend tussen mensen.
Vasten is een ritueel, ook al is het onzichtbaar. De laatste jaren wordt vasten op nieuwe manieren ingevuld, door bijvoorbeeld geen tv te kijken of af te zien van sociale media. Tegelijkertijd is de kracht van niet-eten dat je lichaam erbij betrokken is: je voelt het aan den lijve. In de ramadan wordt de vasten ‘s avonds gebroken door dadels te eten.
Is er iets dat in jouw huishouden op dezelfde manier kan dienen als een vast herkenningspunt voor een veertigdagenritueel?
Eten werkt integrerend tussen hoofd en lichaam, samen eten verbindt mensen
6. Kies betekenisvolle symbolen
Sterke rituelen maken gebruik van sterke symbolen, die een archetypische lading hebben: steen, aarde, water, vuur, boom, appel, poort, drempel, brug, losmaken, verbinden. Maak de symbolen niet ingewikkelder door er allerlei combinaties bij te bedenken. Houd de symbolen open. Hoe meer je ze invult, des te minder spreken ze vanzelf. Een gekunsteld symbool roept vragen op, maar een kaars roept voor iedereen iets op. Wel kun je een symbool laten groeien in de loop van de weken naar Pasen toe. Dat is de essentie van een kijktafel: begin bijvoorbeeld met een bodem van zand en leg er iedere week naar Pasen toe iets bij.
7. Neem het ritueel serieus
Houd het ritueel vol. Ook als je denkt dat het niets voorstelt en je jezelf voor gek voelt zitten: in het doen ontstaat vanzelf betekenis. Als je dagelijks op hetzelfde moment een kaars aansteekt, ga je het vanzelf missen, wanneer je het een keer niet doet. Het groeit in diepte en betekenis, omdat je iedere dag iets meemaakt bij die kaars: het neemt alle verhalen, alle gebeden in zich op. Na zoveel weken deze kleine handeling is de kaars geladen met alles wat je in die weken hebt meegemaakt. Zo werkt het ritueel: je hoeft de kaars maar aan te steken en je bent weer terug in de lijn van verhalen van deze tijd. De kaars is als het ware heilig geworden.
8. Doe een stapje terug
Handel niet, wanneer de mensen zelf kunnen handelen. Als je samen met je huisgenoten een ritueel doet, is het goed om hen ook te laten handelen in het ritueel. In de onwennigheid kan het verleidelijk zijn om zelf alle handelingen te doen, maar daarmee ontneem je de aanwezigen het ritueel.
Wanneer mensen zelf een kaars aansteken, moeten ze zelf gaan lopen, zelf met dat vlammetje knoeien, totdat hun kaars brandt en die neerzetten. Dit nodigt hen uit om zelf vorm te geven aan hun eigen herdenken. Wanneer je huisgenoten zelf een stuk van een gebed kunnen bedenken en uitspreken, betrek je hen bij het ritueel. Door het doen dringt het beter tot hen door. Bovendien geef je hen de gelegenheid om zelf betekenis te geven aan wat ze doen.
Als je samen met anderen een ritueel doet, is het goed hen daarin ook te laten handelen
9. Neem leiding
Het is fijn als een ritueel in huis wel een vaste leider heeft, iemand die het initiatief neemt en zorgt dat er niets overgeslagen wordt. Als je het steeds overlaat aan het moment, bestaat het risico dat het ritueel verwatert. Je mag die leiding natuurlijk ook verdelen: de ene week neem jij de leiding, kies jij gebeden uit, wijs jij aan wie de kaars mag aansteken, en de andere week neemt je partner die rol.
10. Maak er een einde aan
Een ritueel heeft behalve een duidelijk begin ook een duidelijk einde nodig. Als je vast: overdrijf niet. In de christelijke traditie tellen de zondagen niet mee als vastendagen (‘Hoe kunnen de bruiloftsgasten vasten als de bruidegom bij hen is?’, zegt Jezus in Marcus 2). En juist door de hele Veertigdagentijd vegetarisch te eten, wordt een maaltijd met Pasen al feestelijk met zoiets eenvoudigs als eieren.
Dr. Marian Geurtsen is theoloog, liturgist en ritueelspecialist. Vanuit haar bedrijf ‘Schatgraver in de traditie’ geeft zij liturgische trainingen en ontwerpt zij nieuwe rituelen gebaseerd op vergeten tradities. https://mariangeurtsen.nl/.