Pastoraat in de 40-dagentijd
In het pastoraat luisteren we naar elkaar, naar wat mensen bezighoudt, waarvan ze wakker liggen. Dat blijkt soms ook door de tijd van het (kerkelijk) jaar beïnvloed te worden. Wat ‘doet’ de Veertigdagentijd in onze pastorale gesprekken..?
Pastoraat is kort gezegd: omzien naar elkaar. Het gaat over betrokkenheid op het wel en wee van de ander. Dat uit zich in een luisterend oor, aandacht voor wat er speelt in het leven. Dit in navolging van de goede herder, Jezus Christus. Zijn omgang met mensen is in de christelijke gemeente altijd het voorbeeld van hoe om te gaan met onze medemens. Open, zonder oordeel, met aandacht voor de situatie waarin de ander zich bevindt. Zo ging Jezus met mensen om.
Context
In een pastorale ontmoeting is de context medebepalend: in welke omstandigheden verkeert de ander? Kom je bij iemand op bezoek die op jonge leeftijd weduwe is geworden, dan zal het gesprek daardoor gekleurd worden. Wanneer er een baby geboren is, is de sfeer heel anders. Persoonlijke omstandigheden spelen een cruciale rol in het pastoraat.
Nu gaat het niet alleen om persoonlijke omstandigheden. Er zijn ook gezamenlijke omstandigheden die meewegen. De thema’s die in de samenleving spelen hebben ook hun weerslag op het pastoraat. Gebeurtenissen kunnen allerlei vragen oproepen. De uitslag van de verkiezingen, de dreiging van oorlog, de onvrede in de samenleving – het zijn allemaal factoren die van invloed zijn.
Er is nog een derde factor die een rol speelt, en dat is de tijd van het (kerkelijk) jaar. De zomer is anders dan de tijd rondom Kerst. Er is een andere sfeer. En dat heeft niet alleen met het weer te maken. In de zomer is er een bepaalde mate van ontspanning. De sfeer is luchtiger. Voor veel mensen is de druk er wat af. De meeste mensen zijn een aantal weken vrij en trekken eropuit. Al zijn er ook mensen die om verschillende redenen niet met vakantie kunnen, vanwege ziekte, ouderdom of omdat het te duur is. Juist deze groep moeten we in deze tijd niet vergeten. Voor hen kan de zomerperiode juist extra stil zijn.
Thema’s als lijden, onrecht, eenzaamheid, afscheid en nieuw begin kleuren de gesprekken
Lijden
Zo kent ook de 40-dagentijd een eigen kleur en karakter. Gedurende deze weken staan we stil bij de weg die Jezus gaat. Het is een weg waarop allerlei thema’s meer voor het voetlicht komen dan op andere momenten. Te denken is aan thema’s als lijden, onrecht, eenzaamheid, verraad, afscheid nemen, verzoening en nieuw begin. Dat kleurt ook de pastorale ontmoetingen. Op een natuurlijke manier is er ruimte om dit ook aan de orde te stellen. In elk geval voor diegenen die regelmatig de diensten bezoeken of op een andere manier (zoals vespers of sobere maaltijden) bij de 40-dagentijd betrokken zijn.
De 40-dagentijd, ook wel bekend onder de naam ‘lijdenstijd’, belicht enerzijds de unieke weg die Jezus gaat als de ‘Man van smarten’ (Jesaja 53). Onze ziekten heeft Hij gedragen, ons lijden heeft Hij op zich genomen. Die weg ging Hij, steeds eenzamer. Uiteindelijk werd Hij verraden door de ene volgeling, verloochend door een andere en verlaten door allen. Zijn lijden brengt een nieuw begin tot stand. Daarin komt het unieke van Jezus naar voren.
Anderzijds zijn het universele thema’s die in zijn lijdensweg aan de orde zijn. In elk leven spelen deze onderwerpen in meerdere of mindere mate. Wie heeft er niet te maken met eenzaamheid en lijden? Is het niet persoonlijk, dan wel in de nabije omgeving. En anders zijn er op deze wereld wel tallozen voor wie dit geldt. Het zijn dus thema’s waarin velen herkenning vinden.
Het zijn grote en zware dingen waar het over gaat, daar kun je niet luchtig over doen
In gesprek
Maar hoe breng je zulke onderwerpen nu ter sprake? Want het zijn wel grote en zware dingen waar het over gaat. Het lijkt me belangrijk om dat ook te beseffen. Het helpt niet om daar luchtig over te doen. Laat het zware ervan gewoon maar staan. Erken dat het niet eenvoudig is. Tegelijk, als het lukt om het gesprek hierover in alle openheid te voeren, kan dat heel waardevol zijn. Mijn ervaring is dat mensen daar vaak naar verlangen: een gesprek van hart tot hart, juist over de diepe dingen van het leven. Zoek naar aanknopingspunten om het gesprek hierover aan te gaan. Daarbij is zorgvuldig luisteren van groot belang: zo is de pastorale ontmoeting een veilige ruimte, waarin mensen hun hart kunnen laten spreken zonder oordeel.
Op verschillende manieren kun je in gesprek gaan:
- Wellicht kun je refereren aan de dienst van afgelopen zondag. Biedt het Bijbelgedeelte dat centraal stond aanknopingspunten voor gesprek? Was er een lied of een regel in de preek die je raakte?
- Vasten is een thema dat speelt in de tijd voor Pasen. Dat kan op allerlei manieren ingevuld worden, bv. door het beperken van sociale media, om meer tijd vrij te maken voor God; of door af te zien van luxe, in verbondenheid met wie het minder heeft.
- Of je kiest één van de andere thema’s die in de 40-dagentijd centraal staan, met daarbij de vraag: speelt dat ook in uw leven? Hoe gaat u daarmee om?
Levenseinde
De 40-dagentijd raakt ook aan het thema levenseinde en afscheid nemen. In gesprekken met ouderen vraag ik altijd of ze nagedacht hebben over welke wensen ze voor hun uitvaart hebben. En of ze er met hun kinderen (als die er zijn) over gesproken hebben. Soms is dat niet het geval. Altijd weer zijn er mensen die dat liever voor zich uitschuiven. In dat geval nodig ik hen uit om er iets over op papier te zetten, en dat met naasten te bespreken. Juist deze weken lenen zich er voor om hierover in gesprek te gaan.
Deze tijd raakt aan het thema levenseinde en afscheid nemen
Nieuw begin
Een andere vraag, die ik regelmatig tegenkom, is: ‘Ben ik goed genoeg?’ Het is een vraag die breed leeft: onder jong en oud, traditioneel en modern. Een samenleving die veel van mensen vraagt, waar de druk vaak hoog is, speelt daarbij een grote rol.
Hoewel de Veertigdagentijd een periode van soberheid en inkeer is, staat zij altijd in het perspectief van Pasen. Pastoraat in deze tijd helpt mensen om niet alleen te kijken naar gebrokenheid en schuld, maar ook naar vergeving, herstel en nieuw leven. Ook dat aspect mag in deze tijd extra aandacht krijgen. De pastor kan wijzen op Jezus als het lam van God, dat de zonden van de wereld wegdraagt. Rituelen kunnen daarbij behulpzaam zijn (zie daarvoor het artikel van Alain Verheij ??). Je kunt ook een Bijbelgedeelte lezen dat Gods trouw en belofte van nieuw leven benadrukt. Zo kan de pastor in de Veertigdagentijd een gids zijn, een geestelijke metgezel. Hij of zij loopt mee, luistert, bidt en wijst de weg naar Christus. Dit vraagt om een houding van nederigheid, beschikbaarheid en openheid voor de leiding van de Heilige Geest.
Excurs: Oost en West
De Veertigdagentijd krijgt in onze kerken ruimschoots aandacht. Wanneer we wat breder kijken, is dat typerend voor de kerk in het Westen: deze heeft altijd meer aandacht gehad voor de tijd vóór Pasen dan de tijd ná Pasen. Er is een sterke nadruk op het kruis en het lijden. Je ziet dat in de schilderkunst: bijna altijd is Christus afgebeeld aan het kruis. In bijna elke kerk is ook wel een kruis te zien. Je kunt ook denken aan de muziek: er is in het Westen veel passiemuziek, met als bekendste werk de Matthäus-Passion van Bach, die elk jaar weer duizenden luisteraars trekt.
De Oosterse Kerk benadrukt vóór alles de opstanding: Christus is overwinnaar. Hij heerst over de machten. Kom je bv. in Griekenland of op de Balkan in een kerk, dan zul je daar geen crucifix zien, maar wel een afbeelding van Christus Pantokrator – iets wat je in Westerse kerken nauwelijks ziet. Pantokrator betekent letterlijk: Albeheerser, Hij die Heer is over alles. Dat sluit aan bij de belijdenis van eerste christenen: Jezus is Heer (zie o.a. 1 Korintiërs 12:3).
De Oosterse Kerk benadrukt vóór alles de opstanding: Christus is overwinnaar
Pasen
Op de achtergrond spelen de verschillen accenten tussen de kerk in het Westen en die van het Oosten een belangrijke rol: in de westerse traditie wordt de menselijke schuld als het grootste probleem gezien en krijgt de verzoening daarom een centrale rol toebedeeld. Het gaat om herstel. In de kerk in het Oosten valt de nadruk op het probleem van de macht van de dood. Daar gaat het om overwinning: met de opstanding wordt gevierd dat de macht van de dood is gebroken. Anders gezegd: de kerk in het Westen legt de nadruk op de Veertigdagentijd, terwijl de kerk in het Oosten Pasen viert als het grootste feest. Natuurlijk kun je deze niet tegen elkaar uitspelen; het zijn accentverschillen. Ze laten zien wat nadruk krijgt.
De 40-dagentijd (voorheen werd gerekend met zeven lijdensweken) legt het accent op inkeer en lijden. Als het eenmaal Pasen is geweest hebben we aan een zondag of twee wel genoeg om de boodschap daarvan tot ons te laten doordringen.
Wat ook meespeelt is, dat in de westerse traditie het individu een grotere plek inneemt, terwijl in de oosterse kerk de gemeenschap veel meer bepalend is. In de traditie waarin de gemeenschap een belangrijke rol heeft, gaat het niet allereerst om individueel heil of lijden, maar om de vraag hoe God het kwaad overwint.
Vroege Kerk
In de Vroege Kerk kreeg Pasen veel aandacht. Voor de eerste christenen was Pasen hét grote feest, meer dan Kerst (dat pas in de 4e eeuw voor het eerst gevierd werd) en Goede Vrijdag. Pasen is daarmee het oudste en meest katholieke feest in de kerk. Dat is wat ons elke zondag, als de eerste dag van de week, de dag van de opstanding, samenbrengt. Dat aspect is in de traditie in het Oosten meer bewaard dan bij ons.
Waar in onze traditie het accent ligt op lijden, schuld en verzoening, spreekt de Oosterse kerk over dood en leven en vieren zij het Paasfeest als hét grote feest in de kerk. Het heil betekent allereerst deelkrijgen aan het eeuwige leven, dankzij de menswording en opstanding van Christus. Zou het niet goed zijn als dat accent – ook in het pastoraat – meer aandacht krijgt?
Drs. Roelof de Wit is als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente Rotterdam-Kralingen. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.