Bij Exodus 34:27-35, Psalm 27:7-14, 1 Korintiërs 13:1-13 en Lucas 9:28-36Twee woorden verbinden de lezingen van deze zondag met elkaar: het in onze oren wat plechtstatig klinkende ‘aangezicht’ (Gr.: prosopon) en ‘glans’ (Gr.: doxa) als afstraling van Gods glorie. Glans over Mozes’ aangezicht, over Jezus op de berg, en van de liefde in de Korintebrief. Ook de psalmist vertrouwt erop de glans van Gods aangezicht te mogen zien. Die glans is geen schone schijn, maar heeft juist alles te maken met wat echt is: met genade en trouw, liefde en waarheid, emet en chesed – centrale begrippen in de Hebreeuwse
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden