De ‘I’ van LHBTI+
Gods schepping past niet in hokjes
Als je weleens naar de kerk gaat, dan is de kans groot dat je de kerkbank hebt gedeeld met een intersekse persoon. Maar wat is dat eigenlijk, intersekse? En moeten we het zien als een foutje van de natuur of een belangrijke speling van God? Theoloog Ilse Swart wijdt haar eerste artikel uit een serie over LHBTI+ aan onze intersekse medemens en betoogt dat intersekse van een wereld getuigt die allang geïmagineerd wordt in de Bijbel.
Volgens het CBS bezocht in 2024 zo’n 35% van de Protestanten wekelijks een kerkelijke viering. In 2025 meldt de PKN dat er 1458 gemeenten zijn met een totaal van 1.387.000 leden. Een snelle rekensom (gemaakt door een theoloog zonder enig wiskundig inzicht) vertelt ons dat er in iedere Protestantse kerk in Nederland gemiddeld zo’n 332 mensen aanwezig zijn op zondag. Dat zijn bijna 4 intersekse personen in de kerk op zondag. In andere woorden, als je weleens naar de kerk gaat, is de kans heel groot dat je de kerkbank gedeeld hebt met een intersekse persoon. Hoog tijd dus om eens aandacht te besteden aan de vaak onbekende ‘I’ van Intersekse uit LHBTI+.
Wat is intersekse?
Als u bij de 2/3 van de bevolking hoort die eigenlijk niet zo goed weet wat die ‘I’ inhoudt: intersekse personen hebben biologische geslachtskenmerken, hormonen of chromosomen waardoor ze niet eenduidig een geslacht toegewezen kunnen worden. Daar kunnen allerlei oorzaken voor zijn: bij de één zorgt een gedeeltelijke ongevoeligheid voor een bepaald hormoon voor een ambigue genderontwikkeling. Een ander zal, ondanks de aanwezigheid van XY-chromosomen, weer volledig ongevoelig zijn voor het mannelijk hormoon waardoor iemand zich uiterlijk ontwikkelt als meisje. Weer een ander heeft een extra X of Y chromosoom. Kort gezegd, intersekse is een verzamelnaam voor diegene bij wie zowel het vrouwelijke als het mannelijke aanwezig is—die kenmerken komen voor in allerlei variaties van DNA, hormonen of lichamelijke eigenschappen.
Er zijn net zoveel intersekse mensen als roodharigen, toch is het niet zo vreemd dat u die niet altijd zult herkennen in de kerkbanken. Aan de ene kant omdat, anders dan bij rood haar, interseksualiteit minder zichtbaar is. Veel intersekse personen komen er zelf pas op latere leeftijd achter dat ze intersekse zijn. Van hen zullen de meesten zich ook na die ontdekking identificeren met het geslacht dat ze vanaf de geboorte meekregen, waardoor er voor de buitenwereld niet zoveel lijkt te veranderen of gebeuren. Dat wil overigens niet zeggen dat deze ontdekking niet verstrekkende gevolgen voor een mens kan hebben.
Er zijn net zoveel intersekse mensen als roodharigen
Onzichtbaar gemaakt
Toch is er nog een reden waarom weinig mensen zich bewustzijn van wat intersekse is. Lange tijd is het beleid vanuit de medische wereld geweest dat je een behandeling kreeg om te conformeren naar een mannen- of vrouwenlichaam waarna een belangrijk onderdeel van de behandeling geheimhouding over de aandoening was. Niet alleen zijn intersekse mensen daardoor gemedicaliseerd, maar ook grotendeels onzichtbaar gemaakt. Er komt inmiddels langzaam verandering in dat medische beleid, toch is al veel langer bekend dat het leven met een geheim bijzonder veel schade kan aanrichten voor het mentale welzijn van de mens.
Maar niet alleen geheimhouding vormt een probleem, ook de vaak traumatische gevolgen van niet-medisch noodzakelijke non-consensuele (vaak genitale) medische operaties bij kinderen of tieners.1 Ingrijpende keuzes en ingrepen waarbij een onderdeel van de behandeling lange tijd is geweest dat er niet over gesproken mag worden. Vanuit dergelijk beleid rijst de indruk dat er één ding erger is dan niet binnen het binaire mensbeeld man/vrouw passen en dat is de zichtbare bespreking en belichaming daarvan. En dus moe(s)ten intersekse mensen zich verstoppen achter heersende gendernormen. En ondanks het feit dat veel van hen er bewust voor kiezen dat te doen en zich daar helemaal zichzelf bij voelen is een andere optie hen in de meeste gevallen simpelweg niet eens voorgehouden.
Ingrijpende keuzes en ingrepen waarbij een onderdeel van de behandeling lange tijd is geweest dat er niet over gesproken mag worden
Het binaire mensbeeld
Wat een persoon ook kiest, men kan zich afvragen of doen alsof er niets aan de hand is, terwijl er op de achtergrond vaak plotseling existentiële gendervragen spelen, wel het beste idee is. Oók als iemand daarna ‘gewoon’ kiest voor het geslacht waarmee die is opgegroeid. Het roept in ieder geval de vraag op, waarover later meer, of dat maatschappelijke man/vrouw mensbeeld zo wankel is dat je intersekse mensen onzichtbaar moet maken. Het advies jezelf te verstoppen achter normatieve genderopvatting zegt misschien meer over het falen van onze maatschappij dan een doorleefd besef van wat goed is voor een kind.
Het bestaan van intersekse zegt ons dat er een biologische vorm van non-binariteit bestaat, een onontkoombare tussenruimte tussen de schijnbaar hermetisch afgesloten hokjes van man en vrouw. Los van de persoonlijke identificatie van mensen als non-binair – lang niet alle intersekse personen identificeren zich, zoals gezegd, als non-binair – verdient het concept ‘binariteit’ onze aandacht in het licht van dit alles.
Het bestaan van intersekse zegt ons dat er een biologische vorm van non-binariteit bestaat
De Franse filosoof Jacques Derrida merkte op dat de wereld is in te delen in binairen: twee polen die zich vaak in een hiërarchische relatie tot elkaar verhouden.2 Binnen de poststructuralistische theorie wordt die denkwijze ook toegepast op hoe we mensen waarderen.3 We hoeven niet ver terug of om ons heen te kijken om te zien hoe we die binariteit toepassen op ieder vlak van het mensbeeld: binnen- of buitenlander, Christen of Moslim, Israeli of Palestijn, Ariër of Jood, wit of zwart, rijk of arm, westers of niet-westers, hetero of homo, man of vrouw. Als mensheid lijken we veiligheid te vinden in de indeling van mensen in tweepolige kampen, waarbij het ene kamp vaak het onderspit delft ten opzichte van het andere. Dat doen we bij gender evenzo. Daarbij is die groep met definitiemacht – de macht om de mens te kunnen categoriseren – vaak de bovenliggende partij.
Volgens de filosoof Michel Foucault laat datgene wat niet past of het onderspit delft in die duale indeling een vorm van verzet zien. Ze toont namelijk aan dat de menselijke duale categorieën zeer wankel staan. Dat het categorieën zijn die geen – en in ieder geval lang niet altijd – essentieel onderdeel van het menselijk bestaan zijn. Om die reden zouden we non-binariteit misschien wel meer dan serieus moeten nemen, het zou de mensheid namelijk weleens kunnen behoeden voor grove geweldsexcessen, oorlogen en genocides waarbij het opdelen in hokjes zodat men de ander ondergeschikt kan maken veelal als belangrijkste strategie geldt.
Richting een non-binaire toekomst
Een non-binaire toekomst als vergezicht van een wereld die allang geïmagineerd wordt in de Bijbel. Een plek waar de leeuw naast het lam ligt, waar arm en rijk welkom zijn, onder een koning die zich liet identificeren met de minsten, en in wie geen onderscheid meer bestaat tussen de sociale tweedelingen van Jood/Griek, slaaf/meester, of mannen en vrouwen. Het bestaan van intersekse mensen leidt ons wellicht naar zo’n non-binaire toekomst. Hun bestaan bevraagd de dichtgetimmerde hokjes van man- en vrouw-zijn, van mannelijkheid en vrouwelijkheid – en daarmee overigens ook van seksualiteit.
Een non-binaire toekomst als vergezicht van een wereld die allang geïmagineerd wordt in de Bijbel
Ondanks die brede veelkleurige toekomst van God klinkt vanaf de kansel vaak ‘God schiep man en vrouw’ met de onuitgesproken, maar wel degelijk gevoelde, veronderstelling dat alles daartussenin niet bestaat of hoort te bestaan. Naast een wellicht wat onzorgvuldige lezing van de poëzie van Genesis 1-2 is zo’n verstaan ook nog eens zeer schadelijk voor die 1 op de 90. De intersekse persoon is lang niet altijd man of vrouw, die is het allebei wel en allebei niet. Met het bewustzijn dat er in iedere kerk tenminste drie intersekse personen aanwezig zijn op zondag, vraagt dat iets van het kerkelijk (s)preken en belijden. Want wat er vanaf de kansel gezegd wordt maakt uit.
Zo vertelt Lies Bouma, in de podcast Imago Queer: “Het heteronormatieve plaatje wat je meekrijgt in het christelijk geloof, dat is voor mij heel schadelijk geweest.” En misschien kun je daar iets bij voorstellen als je jezelf nooit terug hoort in een groot deel van het kerkelijke spreken. Lies vertelt daarover: “Je hebt twee geslachten, mannen en vrouwen. En ja, wat ben ik dan? En waar pas ik dan in het scheppingsverhaal?”
Het scheppingsverhaal heroverwogen
Maar bestaat Lies echt niet in het scheppingsverhaal? We kennen het scheppingsverhaal als een ordenend en scheidend gebeuren waarin God de wereld maakt. Een wereld gecreëerd in tegengestelde paren: licht en duisternis, dag en nacht, water boven en onder het gewelf, zee en aarde, dag en nacht, zeedieren en luchtdieren, kruipende en wilde dieren, man en vrouw. Voor sommigen heeft een letterlijke lezing van het scheppingsverhaal bijgedragen aan een binair wereldbeeld. Toch beperkt die binaire interpretatie zich vaak vooral tot het laatste paar, man en vrouw. Het maakt dat mensen zoals Lies zich moeten afvragen of zij wel een plek hebben aan de kerkelijke tafel wanneer ze herhaaldelijk de woorden horen ‘God schiep man en vrouw’ alsof God zich tot die twee categorieën had beperkt in de geschapen orde.
Austen Hartke nodigt uit tot een heroverweging van deze lezing.4 Genesis brengt misschien onderscheid aan in de enorme verscheidenheid van de schepping, maar onderscheid moet niet verward worden met een hiërarchische ordening of binaire categorisering. Want weinig mensen zullen beweren dat God uitsluitend licht en duisternis schiep, zee en aarde of dag en nacht. Alsof de geschapen werkelijkheid enkel uit die twee categorieën zou bestaan. Integendeel, stelt Hartke, de geschapen orde bevindt zich veel meer op een spectrum.
Zo kennen we niet uitsluitend dag en nacht, maar ook de dageraad, schemering, zonsopkomst en zonsondergang. Iedere minuut van iedere dag kent een andere lichtinval afhankelijk van seizoen, weersituatie, atmosferische omstandigheden, en de geografische positie. Hetzelfde geldt voor de zee en het land. Een indeling in slechts twee categorieën doet geen recht aan de enorme verscheidenheid aan landschappen, wateren en overgangsgebieden. Moerassen, rivierdelta’s woestijnen en grondwater laten zien dat de aarde zich niet uitsluitend in binaire polen laat vangen. En wat te maken van de diversiteit in het dierenrijk? Er zijn dieren van de zee en dieren in de lucht, maar we kennen ook zeevogels, eenden, kreeften, slangen, schildpadden en andere tussenvormen. Toch zouden we niet zeggen dat die soorten een minderwaardig onderdeel zijn van de schepping, of in feite niet zouden moeten bestaan. De schepping bestaat in een caleidoscopisch geheel, een veelkleurig non-binair voorkomen.
De schepping bestaat in een caleidoscopisch geheel, een veelkleurig non-binair voorkomen
Toch stokt dat veelkleurige denken vaak bij dat laatste paar, man en vrouw. Dat paar lezen we, in tegenstelling tot de rest van de scheppingsorde, toch liever als duale orde dan als onderdeel van een breder spectrum. Maar, zo stelt Hartke, dit menselijk paar uit Genesis 1 doet geen diskrediet aan “other sexes or genders, any more than the verse about the separation of day from night rejects the existence of dawn and dusk.”5 De paren in het scheppingsverhaal vragen niet om ons beeld van de realiteit te beperken tot binairen, ze nodigen juist uit tot verbeelding van alles daar tussenin en bovenuit, tot iets groters en veelkleurigers. En intersekse mensen zijn misschien wel de belichaamde vorm van die uitnodiging.
Imago Dei, imago queer?
Het brengt ons bij dat belangrijke theologische concept van het scheppingsverhaal: Imago Dei, de mens geschapen in het evenbeeld van God (Gen. 1:26-27). Dat de mens in het beeld van God geschapen is, is lang geïnterpreteerd als rechtvaardiging voor menselijke macht en overheersing. Een andere interpretatie is dualistisch, namelijk dat de ziel van dezelfde substantie is als die van God. Dat zet de mens apart van de rest van de schepping. De binaire epistemologie hierachter is tweedelig. Allereerst bestaat ze eruit dat de mens zich hier in een hiërarchische positie kan opstellen ten aanzien van de rest van de schepping, zij bezit immers iets goddelijks – met een veronderstelde binaire tegenstelling: mens en de rest van de schepping. Ten tweede veronderstelt deze visie van imago dei de binaire tegenstelling van geest en lichaam. Het is de ziel die apart en hoger geacht wordt dan het lichamelijke.
Theoloog Megan DeFranza merkt op dat Imago Dei veel minder vaak wordt toegepast op de opdracht die God de mens geeft in Gen. 1:28: wees vruchtbaar en vul de aarde. DeFranza voegt toe dat Imago Dei nog minder vaak wordt gerelateerd aan hoe de mens in Gods evenbeeld geschapen is als ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’. Karl Barth heeft wellicht een voorzichtige voorzet gedaan met zijn trinitarische en relationele begrip van Imago Dei: de mens is als divers wezen geschapen (i.e., mannelijk en vrouwelijk) omdat ze in relatie hoort te bestaan zoals ook de drie-eenheid van elkaar verschilt en in relatie bestaat.
Zo’n visie, dat de mens als mannelijk en vrouwelijk geschapen is in het beeld van God voorkomt overigens ook een hiërarchische visie op de mens – dat wil zeggen: het mannelijke is niet net een beetje meer in het evenbeeld van God geschapen dan het vrouwelijke. Wanneer we Imago Dei zien vanuit een relationeel en sociaal perspectief, kan het binaire hiërarchische niet overeind blijven. Het binaire ziet zich namelijk altijd genoodzaakt de werkelijkheid te fixeren. Wanneer deze categorisering met haar bijbehorende machtsverhouding eenmaal gemaakt is, ontleent ze haar bestaansrecht aan het behoud van die statische ordening. Daarvoor is het bevriezen of vastzetten van de werkelijkheid noodzakelijk. Juist dat dit vastzetten nodig is, laat volgens mij vooral ook zien hoe wankel dergelijke werkelijkheidsvisie is.6
Wanneer we Imago Dei zien vanuit een relationeel en sociaal perspectief, kan het binaire hiërarchische niet overeind blijven
Door de geschiedenis heen blijkt keer op keer de noodzaak van Imago Dei. Wanneer de mens vergeet dat ook de zwarte, joodse, proletarische, homoseksuele, islamitische, buitenlandse medemens in het beeld van God geschapen is, kunnen er vreselijke dingen gebeuren. De huidige tijd getuigt daar helaas ook van. Mensen hebben wellicht vaker bepaalt wie in het beeld van God geschapen is dan God zelf. Imago Dei zou ons horen te leren wat het betekent om volledig en waardig mens te zijn, maar veel vaker wordt het misbruikt voor de installatie van een hiërarchische waardebepaling van mensen.
Volwaardig evenbeeld van God
Terug naar intersekse. DeFranza stelt de confronterende vraag: als vrouwen al niet worden gezien en behandeld als volwaardig mens of volledig geschapen in Gods evenbeeld, hoe moeten intersekse mensen dan als volwaardig evenbeeld van God gezien worden? Kunnen intersekse mensen Gods evenbeeld zijn als ze strikt genomen nooit kunnen voldoen aan het heteroseksuele of cisgender binaire mensbeeld dat zo dominant is in onze maatschappij en kerken?7
Vooral in de context van de kerk moeten we ons afvragen of de bronnen waar de kerk zich op beroept werkelijk zo’n binair wereldbeeld voorstaan. Dit stuk is te kort voor een lange toelichting over non-binariteit in de Bijbel, maar denk aan de hiërarchie doorbrekende toekomstvisioenen van de profeten (leeuw/lam, arm/rijk, etc.) of de woorden en daden van Jezus die alle vormen van sociale hiërarchie keer op keer op zijn kop zet. Daarbij valt ook te denken aan het werk van Susannah Cornwall die de vraag stelt in hoeverre we überhaupt kunnen vaststellen dat Jezus zelf biologisch gezien een man was. En wanneer we belijden dat in Christus de hele mensheid wordt gerepresenteerd zou het helemaal niet zo’n schokkende gedachte moeten zijn dat de mogelijkheid bestaat dat Christus XX-chromosomen zou kunnen hebben gehad.8 En wat te denken van Paulus die de kerk een toekomstbeeld voorschotelt waarbij we in Christus niet langer kunnen spreken van man/vrouw, Jood/Griek of slaaf/meester (zie bv, Gal. 3:28, Filemon, 1 Kor. 11, Kol. 3:11).
Foutje van de natuur of een belangrijke speling van God?
Misschien hoeven we in het licht van Imago Dei en de scheppingsorde dus niet zo bang te zijn voor verscheidenheid. Variatie en veelkleurigheid is geen gevolg van de zondeval, ze is bedoeld en geschapen door God.9 Net zoals iedere verschillende plantsoort, amfibie en de altijd veranderende kleur die de lucht kan aannemen voor ons als tekenen zijn van een grote en eindeloos creatieve God. Variatie en veelkleurigheid, ook in gender en seksualiteit, zou ons dus misschien niet zo van ons à propos moeten brengen. Ze verwart de weg naar God niet, ze is één van de vele wegen die naar God leidt.
Variatie en veelkleurigheid, ook in gender en seksualiteit…verwart de weg naar God niet, ze is één van de vele wegen die naar God leidt
Als kerk hebben we misschien dus te leren van intersekse mensen, namelijk dat er een andere weg mogelijk is. Dat het anders kan, en misschien zelfs wel anders moet. Een weg die mensen niet onderverdeelt in buitensluitende categorieën. Maar een weg die ons ten diepste voor de vraag stelt of we wel echt liefhebben of dat we uit angst grijpen naar polarisatie, vervreemding en ontmenselijking—of misschien beter gesteld, de ontgoddelijking van de ander.
Laten we het verlangen cultiveren naar een wereld waarin Gods evenbeeld in meer zichtbaar wordt dan enkel het binaire. Een verlangen naar de hokjes overstijgende eenheid van Christus, waarin lichaam en geest, God en mens, heling en litteken, dood en leven geen elkaar uitsluitende categorieën meer zijn. Een koninkrijk van God waarbinnen we de wereld niet langer opdelen in hiërarchische ‘tegenstellingen’ van slaaf of meester, Jood of Griek en mannen of vrouwen. Verlangen en voorstellingsvermogen is daarvoor nodig.
Kunnen we dat als kerk, volgelingen van Christus, koesteren en aanwakkeren? Kunnen we een wereld voorleven waarin intersekse mensen zich niet hoeven wurmen in een hokje, maar waar zij juist kleur en verbeelding oproepen als tegengif tegen die harde stemmen die alle kleuren trachten te verbannen?
De aflevering van Imago Queer bevat een gesprek met de ervaring van een intersekse gelovige, Lies Bouma en is hier te beluisteren. Vanaf 10 juli t/m 11 oktober, is er in het Luthermuseum een tentoonstelling te zien over emancipatie van de queer gemeenschap binnen de Lutherse Kerk, waar Lies curator van is.

Ilse Swart is theoloog en doet promotieonderzoek in het Nieuwe Testament vanuit een prefiguratief en queer-theoretisch perspectief. Verder hoopt ze in het najaar aan de slag te gaan als predikant in de PKN.
- De laatste jaren ontstaat langzaam meer aandacht voor non-consensuele medische ingrepen. ↩︎
- Jacques Derrida, Limited Inc, vert. Samuel Weber (Evanston, IL: Northwestern University, 1988). ↩︎
- Zie bijvoorbeeld het werk van Michel Foucault. Aangaande dit punt in het bijzonder, Michel Foucault, “My Body, This Paper, This Fire,” trans. Geoff Bennington, Oxford Literary Review 4 (1979), pp. 9–28. ↩︎
- Austen Hartke, Transforming: The Bible and the Lives of Transgender Christians (Westminster John Knox Press, 2018), 51–57. ↩︎
- Hartke, Transforming, 51. ↩︎
- Megan K. DeFranza, Sex Difference in Christian Theology: Male, Female, and Intersex in the Image of God (William B. Eerdmans Publishing Company, 2015), 1–7. ↩︎
- DeFranza, Sex Difference in Christian Theology, 6–7. ↩︎
- Susannah Cornwall, ‘Sex Otherwise: Intersex, Christology, and the Maleness of Jesus’, Journal of Feminist Studies in Religion 30, no. 2 (2014): 23–39. En, Susannah Cornwall, “Intersex and Ontology: A Response to The Church, Women Bishops and Provision” (Manchester: Lincoln Theological Institute, 2012). ↩︎
- Zie bijvoorbeeld de hermeneutiek die Smith voorstelt, James K. A. Smith, The Fall of Interpretation: Philosophical Foundations for a Creational Hermeneutic (InterVarsity Press, 2000). ↩︎