Menu

Basis

De missie van een kerkmusicus

Een wandelaar op pad
Hans Jansen is een begrip in kerkmuziek-land. Vorig jaar verscheen zijn boek over de ontwikkelingen in protestants Duitsland. Hoe kijkt hij naar kerkmuziek in Nederland, in de liturgie – en daarbuiten?

Al meer dan vijftig jaar is Hans Jansen professioneel organist, dirigeert hij onder andere een schola, Cantorij Sursum Corda (Schiedam) en enkele kamerkoren in Den Haag, componeert hij motetten en werken voor koor en orkest – het is te veel om op te noemen. Van huis uit is hij Nederlands Hervormd. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is hij betrokken bij de Lutherse Werkgroep voor Kerkmuziek. Omdat hij ook binnen andere geledingen van de lutherse kerk actief was, besloot hij begin jaren negentig zich bij deze gemeenschap in te schrijven. Hij breekt een lans voor herbezinning op de functie van de liturgie.

In uw boek schrijft u dat kerkmuziek los van de componist ontstaat: ‘De componist is de eerste die ontroerd raakt door de nieuwe schepping.’ Hoe gaat dat bij u in zijn werk? Ervaart u zichzelf als medium?

‘Ja, medium is een zwaar woord. Maar op zich klopt het. Als ik componeer, kijk ik eerst goed en gedegen naar de tekst. Ik zoek wat de kern is van een perikoop. Als de tekst gaat leven, komen de noten vanzelf. Dat ontstaat als het ware buiten mijzelf om. Als ik componeer, is dat het, dat ik iets hoor buiten mezelf om. Het is ook heel hard werken, het vraagt vaardigheden en focus. Maar de vonk is iets buiten mij. Dat kan ik niet forceren.’

Hoe waardeert u de veranderingen van de afgelopen vijftig jaar in de kerkmuziek?

‘Ik denk dat iedere tijd zijn eigen taal heeft. De tijd van de renaissance is anders dan de barok en die is weer anders dan de romantiek. Iedere tijd heeft ook haar eigen technieken, net als in de beeldhouwkunst. Muziek ademt de tijdgeest. In de twintigste eeuw zijn de ontwikkelingen steeds sneller gegaan. Een verandering heeft soms maar vijftien of tien jaar nodig. In de jaren negentig schrijf je een ander kerklied dan in de jaren vijftig.

Als de tekst gaat leven, komen de noten vanzelf

Of je wilt of niet: iedereen wordt erdoor geraakt. Het economische en sociale klimaat verandert. Ook het theologisch gedachtegoed verschuift. Dat heeft invloed op de tekstschrijvers en dus ook op de componisten. Het Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk is een verzameling van verschillende muziekstromen om de verschillende geledingen van de kerk tot hun recht te laten komen. Daarin zit ook de beperking. Iedere denominatie maakt nu zelf weer nieuwe bundels naast het liedboek, zoals bijvoorbeeld de opwekkingsbeweging.

Er ontstaat een grotere diversiteit aan bundels, dat weerspiegelt de individualisering en versnippering van de huidige maatschappij. De grote gemene deler wordt steeds moeilijker te pakken. Per kerkelijke gemeente ontstaat er een eigen liedgoed. Dat gebeurt veel meer dan in de jaren vijftig en zestig.’

Hoe wordt kerkmuziek in Nederland over het algemeen gewaardeerd?

‘Dat verschilt wel. In de lutherse kerk is het een ambt. Ik ben ingezegend in het ambt van kerkmusicus. Daarbuiten is het een ander verhaal. Toen de lutherse gemeenschap deel ging uitmaken van de Protestantse Kerk Nederland is het ambt van kerkmusicus niet kerkbreed meegenomen. Dan is het toch anders. Daar ben je een werknemer.’

Vindt u de huidige kerkmusicus voldoende toegerust voor de huidige tijd?

‘Dat is een goede vraag. Ik denk dat weinig kerkmusici feeling hebben met de lichtere muziek waarin veel syncopen voorkomen en dansende ritmes. Er zijn speciale cursussen om zulke muziek aan te voelen en te spelen. Die lichte muziek moet eigenlijk ook gespeeld worden op een piano of vleugel, omdat het niet klinkt op een orgel. Het is een andere stijl en veel organisten zijn die jazz-stijl niet gewend. Een psalmmelodie spelen is een ander verhaal.’

Hans Jansen als dirigent tijdens de jubileumavond, 16 oktober 2022 in de Evangelisch-Lutherse Kerk te Den Haag.

Uit het nieuwe Liedboek wordt vaak het lied ‘Ga met God, en Hij zal met u zijn’ gezongen. Hoe verklaart u dat succes?

‘Ik denk dat het aanspreekt omdat de eerste regel ook de eindregel is. Het is een soort kettinglied dat herhaald wordt als een meditatieve mantra. Ook Engelse muziek staat tegenwoordig in het brandpunt van de belangstelling. Overal zie je Evensongs. Daarin staat het loven centraal. Anglicaanse kerkmuziek is misschien ook meer gericht op een ervaring. Dat is iets wat nu aanspreekt.’

Heeft de kerkmuziek ook een missionaire functie?

‘Ja, steeds meer. Die beweging is in Duitsland ingezet aan het begin van de jaren zestig. Toen de welvaart toenam en mensen steeds minder naar de kerk gingen, zag je dat de componisten geen kerkmuziek meer schreven voor de kerkdiensten maar wel voor de concerten. In die jaren ontstaat het onderscheid tussen kerkmuziek en geestelijke muziek. Kerkmuziek is voor de liturgie. Geestelijke muziek is voor het concert.’

De diversiteit aan bundels weerspiegelt de individualisering en versnippering

Hoe voltrekt die beweging zich in Nederland?

‘Het gebeurt al. Als ik met een kamerkoor optreed in een concertzaal, komen er soms meer mensen dan in een kerkelijke viering. Zij gaan niet naar een kerkdienst, maar ze genieten en worden geraakt door de kerkmuziek. Die ontwikkeling is hier al gaande.’

Is het musiceren tijdens een kerkdienst anders dan in een concertzaal?

‘Jazeker. Ik heb al gemerkt in de jaren zeventig dat een motet veel meer tot zijn recht komt tijdens een dienst dan tijdens een concert. Het is het samenspel tussen de predikant en wat er gebeurt in een dienst, muziek is een onderdeel van de liturgie. Predikant, gemeente en organist, liederen, bidden en preek beïnvloeden elkaar. Die andere constellatie werkt heel bevruchtend voor een goede uitvoering.

Kerkmuziek in een dienst is een soort haasje-over tot in de vierde of vijfde macht

Een concert is veel meer een technisch gebeuren. De missionaire functie leeft wel, maar het gaat om de intense beleving. Dat is voor mij een duidelijk onderscheid.’

Bach liet zich voor zijn muziek inspireren door het evangelie. Vandaag zijn er veel mensen die Bach mooi vinden qua muziek, maar met het libretto weinig kunnen beginnen. Wat betekent dat voor de missionaire functie van muziek?

‘Er is een groot verschil tussen de teksten van de zestiende en begin van de zeventiende eeuw en de tijd daarna. De koralen in de cantates en passionen van Bach zijn uit die eerste periode en ademen nog de sfeer van het liturgische kerklied. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw en vooral daarna worden de tekstdichters geïnspireerd door het piëtisme, er ontstaan liederen voor de individuele, vrome geloofsbeleving. Aanvankelijk werden deze liederen geschreven om alleen thuis te lezen en te zingen. Bach gebruikt voor zijn koralen vooral die liturgische kerkliederen en voor zijn aria’s de piëtistische vroomheidsteksten van onder andere Picander. Buiten de kerk kan de kerkmuziek met deze teksten een missionaire functie hebben.’

Luther voerde de gemeentezang in met onder andere als doel dat de gemeente zich makkelijker de geloofsinhoud eigen kon maken. In Duitsland wordt vandaag de dag aangesloten bij de jeugd door kerkmusici in opleiding te leren om bijvoorbeeld psalmen te rappen. Hoe ziet u dat in Nederland?

‘Daar is wel winst te behalen. Muziek kan een integer middel zijn om teksten van de Bijbel tot leven te laten komen voor die bewuste doelgroep. Gemeenteleden boven de zeventig zullen daar meer moeite mee hebben. Maar als de jeugd daardoor geraakt is, ga ik daarin mee. Dan is dat goed. Het zijn andere tijden en andere mores. Er zijn voor mij wel grenzen. Als iets muzikaal zó’n laag niveau heeft, werk ik er niet aan mee. Meestal ligt dat aan de verbinding tussen taal en toon. Vorig jaar was ik gevraagd om als organist in te vallen op Stille Zaterdag. De opgegeven, wel zeer zwakke, opwekkingsliederen hadden liturgisch helaas niets te maken met die dag. Toen heb ik voor het eerst in vijftig jaar een dienst teruggegeven. Ik ken collega’s die vaker af haken, omdat de keuze van de liederen buiten hun levenssfeer valt. Zij kunnen zichzelf daarin niet terugvinden.’

Werkt kerkmuziek in de liturgie als ondersteuning of ook als verkondiging?

‘Kerkmuziek is dienstbaar aan het geheel. Maar ook in detail. Want een tekst komt meer tot leven door de muziek. An sich heeft muziek al waarde. Muziek heeft een positieve invloed op mensen. Maar in combinatie met andere elementen uit de kerkdienst komt de muziek nog meer tot leven. Tekst en muziek versterken elkaar. Als de muziek tot leven komt, komt de tekst tot leven, daardoor krijgt de muziek meer energie en zal de tekst daardoor weer meer tot spreken komen. Het is een soort haasje-over tot in de vierde of vijfde macht.’

Wat wilt u de komende jaren nog brengen als kerkmusicus?

‘Ik ga nog een groot, avondvullend stuk componeren. Door de drukte rond mijn jubileum heeft het componeren een tijdje stilgestaan. Zeker heb ik mij ontwikkeld door de jaren heen, ik componeer nu anders dan toen ik begon in de jaren zeventig. Daarnaast gaat er de komende periode veel tijd zitten in een Duitse uitgave van mijn boeken. En ook is in Duitsland belangstelling voor mijn composities, mijn Requiem zal daar binnenkort op de markt komen. Voorlopig dus nog genoeg te doen!’

We zijn benieuwd!

Hanneke Allewijn


Cover van De protestantse kerkmuziek in Duitsland vanaf1945, Geschreven door Hans Jansen.

De protestantse kerkmuziek in Duitsland vanaf 1945

Hans Jansen, De kerkmuziek in Duitsland in het begin van de 20e eeuw (en haar invloed op de Nederlandse kerkmuziek), Skandalon, Middelburg 2022. 292 pp. €24,95. ISBN 9789493220270


Exodus
Woord en Dienst 2023, nr. 4

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken