Menu

Premium

De mooiste ster

Bij Matteüs 2,1-3

Verhaal

De kinderen zaten een beetje op te scheppen over de cadeautjes die ze hadden gekregen. Spelletjes, een boek, een verfdoos, zelfs een mobiele telefoon.

Sofie had een kettinkje gekregen met een gouden sterretje eraan met een steentje.

‘Waarom heb je dat gekregen?’ probeerde haar vriendinnetje Aagje.

‘Ik weet het niet,’ antwoordde Sofie. ‘Ik denk zomaar. Het is mooi en het steentje geeft licht.’

Dat was waar, het schitterde, je zag het ook als je niet keek. Maar het was niet ‘zomaar’, er was iets verdrietigs gebeurd. Er zou een zusje komen, of een broertje. Maar het ging niet goed: het kindje leefde niet. Toen zei de juf om haar te troosten dat dode kindertjes allemaal een ster aan de hemel kregen.

Elke dag ging Sofie als het donker werd kijken of ze een nieuwe ster zag. Maar er waren steeds veel wolken en dan zie je niet veel sterren. Haar moeder zei dat ze het wel een mooi verhaal vond van die ster, maar dat het niet echt waar was. Toch wilde Sofie het geloven en dus bleef ze naar de hemel kijken. En daarom had zij dit sterretje van goud gekregen: om altijd aan dat kindje te kunnen denken.

Toen Sofie het verhaal van de drie koningen hoorde, die op zoek gingen naar het kindje Jezus en die de weg wisten door een ster, kreeg ze een heel bijzonder gevoel. Ze dacht niet alleen aan het kindje dat er niet meer was, maar ook aan een ander kindje. Misschien zou dat bij hen thuis komen, of ergens dat ze het wist. Misschien was het wel ieder kindje dat geboren werd.

Maar het meest dacht ze aan een speciaal kindje. Een kindje speciaal voor haar. Ze vertelde het aan niemand, maar ze kon het niet vergeten.

Vraag

Sofies moeder vond dat het verhaal over dode kindertjes die een ster krijgen niet echt waar is. Wat vind jij? En is het belangrijk of het verhaal echt waar is of niet?

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken