Menu

None

De onzekere oorsprong van het Kerstfeest

Kerststal met Maria, Jozef, engelen en lammetjes
Beeld: Dan Kiefer via Unsplash

Al sinds eeuwen wordt op 25 december de geboorte van Jezus gevierd. En toch was dat in het begin van het christendom niet zo. Hoe is het Kerstfeest dan op de kerkelijke kalender gekomen?

Het is gemakkelijker die vraag te stellen dan hem te beantwoorden! Veel is en blijft onzeker. Wel staat het vast dat in de vierde eeuw van onze jaartelling het Kerstfeest is ingevoerd. Maar hoe is dat begonnen?

De geboorte van Jezus

De evangeliën vertellen niets over de dag waarop, of het jaargetijde waarin Jezus is geboren. Aan het einde van de tweede eeuw circuleerden daarvoor wel allerlei data. Genoemd worden 6 of 8 januari, 25 of 28 maart, 19/20 april, 20 mei en 28 augustus. Op 6 januari zijn de oosterse kerken later Jezus’ doop gaan vieren, maar ook wel zijn geboorte. Die dag wordt daar nog steeds uitbundig gevierd.

Een andere datum die is komen bovendrijven is 25 december. Hoe heeft men daartoe besloten? Hiervoor zijn twee veronderstellingen geopperd. De eerste knoopt aan bij de Paasdatum die de kerk aanvankelijk aanhield, 25 maart. Die dag komt overeen met 14 Nisan, waarop het joodse Pascha ofwel Pèsach wordt gevierd. De 25ste maart gold bovendien als het begin van de lente. Volgens een onbewezen theorie stierven belangrijke personen op hun geboortedag. Maar Jezus zou hierop een uitzondering zijn. Hij zou zijn gestorven op de dag waarop hij bij Maria was verwekt door de Heilige Geest. Haar zwangerschap duurde negen maanden. Tellen we door, dan viel Jezus’ geboorte op 25 december.

Kerstfeest: feest van de Zon?

Waarom was het aantrekkelijk om Jezus’ geboorte op 25 december te stellen? Die dag gold als het begin van de winter. Daarna beginnen de dagen weer langer te worden. De zon krijgt dan dus weer meer kracht. De oudtestamentische profeet Maleachi sprak (in 3:20) over de ‘zon van de gerechtigheid’ die stralend zou opgaan. Christenen lazen hierin een profetie van de komst van Jezus. Hij zou immers zijn licht over de wereld laten schijnen (zie Matteüs 4:16; Johannes 1:9 en 8:12; Lied 967). De oude priester Zacharias zei over de komende Verlosser ook zo iets: ‘Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel zich over ons ontfermen’ (Lucas 1:78). In die lijn sprak de oude Simeon over ‘een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen’ (Lucas 2:32). Zo werd Jezus geassocieerd met de zon. Dat vanaf 25 december de zon weer in kracht toenam, was een mooi symbool voor Jezus’ komst.

Bezoek bij het kindje Jezus (beeld: Birmingham Museums Trust via Unsplash)

Nu komt de tweede veronderstelling over de oorsprong van Jezus’ geboortefeest. Dat vanaf 25 december de dagen weer gaan lengen, gold natuurlijk voor alle mensen. Voor veel niet-christelijke volken was de zon een godheid. Uit het oosten namen Romeinse soldaten de verering van Mithras over, een god van het licht en de waarheid. Hij heette ook wel ‘de onoverwonnen Zon’. Zijn geboorte werd gevierd op 25 december! Niet vreemd, want dat was de dag waarna de zon weer in kracht toenam.

De oorsprong van het Kerstfeest

Vermoedelijk begon de kerk in Rome in de jaren 330 Jezus’ geboorte op 25 december te vieren. Maar hoe dat in zijn werk is gegaan, is in nevelen gehuld. Wilde de kerk in Rome een alternatief bieden voor het Mithras-feest? Of voor een ander zonnefeest op midwinterdag? Zekerheid is hierover niet te krijgen. Maar het ligt voor de hand dat er een verband is tussen de zonnefeesten op die dag en het Kerstfeest. De christenen lazen immers in de Bijbel dat Christus de zon van gerechtigheid was. En misschien geloofde men dat hij was verwekt op de dag waarop hij later was gekruisigd, 25 maart. Ook daarmee kwam je immers op 25 december als zijn geboortedag uit.

Zoals gezegd, dit zijn veronderstellingen. Maar één ding staat vast. In het westelijk deel van het Romeinse rijk begon vóór 350 de viering van Jezus’ geboorte op 25 december. Daarna verspreidde dit feest zich verder over het Romeinse Rijk. Vanaf de jaren 380 werd deze feestdag in het Griekstalige oosten van het Romeinse Rijk overgenomen. Jezus’ geboorte werd daar toen niet meer op 6 januari herdacht, maar op 25 december.

Wij weten niet beter of we vieren dan het Kerstfeest, maar helemaal vanzelfsprekend is dat niet!

Riemer Roukema is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament en vroeg christendom en predikant van de Waalse gemeente (PKN) te Zwolle.
Dit artikel is vrij over te nemen in, bijvoorbeeld, het kerkblad of een kerkelijke nieuwsbrief. De auteur ontvangt in dat geval graag een bericht. U kunt hem bereiken via [email protected] o.v.v. Prof. Roukema.

Wellicht ook interessant

None

Meganck – God

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

None

Nicea voor Nu; hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen

Drie initiatiefnemers – Jelle Huismans, Margriet Westes en Arnold Smeets – hebben ervoor gezorgd dat 32 schrijvers samen 47 korte, puntige bijdragen schreven over de Geloofsbelijdenis van Nicea. Steeds namen de auteurs een paar woorden uit de belijdenis voor hun rekening, waarover zij twee à drie pagina’s schreven. Dat maakt het tot een zeer toegankelijk boek. Met dank daarvoor: ik heb het met plezier gelezen en hier en daar zinnen onderstreept en smileys of kruisjes gezet bij uitspraken die mij boeiden of juist tegenstonden.

Basis

Boekrecensie Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel door Ludy Fabriek

Het boek Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel is een geweldige uitdaging om je innerlijke relatie met God als je hemelse Vader meer en meer te verdiepen. Het beeld van de ziel als een burcht met zeven verblijven spreekt heel erg tot de verbeelding. Zeker om de ontwikkeling van je geestelijke leven te zien als een reis door die verblijven op weg naar het hart van de burcht: de troonzaal. Het uiteindelijke doel van een kind van God is om zó dicht bij Hem te zijn, dat we volkomen één met Hem zijn. Vandaar dat de subtitel van het boek ook treffend gekozen is: De innerlijke reis naar het hart van God.

Nieuwe boeken