Menu

Premium

De oogst en de vijftigste dag

Bij Genesis 11,1-9, Handelingen 2,1-24 en Johannes 14,8-17

Volgens Nicolaas Matsier[1] zijn twee zaken karakteristiek voor Handelingen: een toekomstige wereldwijde activiteit en een hoofdrol voor de heilige Geest. Aan het begin wordt dat al duidelijk. Voor het christelijke Pinksteren heeft het joodse zeven-weken-feest (sjavoeot) op de vijftigste dag na pesach model gestaan: het feest van de nieuwe oogst (Ex. 34,22) en van de gave van de Tora op de Sinaï, waar de Eeuwige in vuur verschijnt, zeven weken na de uittocht uit Egypte (Ex. 19,18). Met ‘vuur’, zoals op de Sinaï, en ‘ademtocht’, de roeach adonai, die al scheppend alles tot leven bracht, sluit Lucas daarbij aan. Steeds zijn mensen door die Geest bezield: David; de profeten; Elisabet, Maria, Johannes en Jezus, die uit die Geest werd geboren. Steeds opnieuw komt de Geest over mensen (2,38; 4,31; 8,14vv en 10,44-48: het Pinksteren van de volken).

Toen, in Jeruzalem, was er echter nog geen sprake van begeestering. ‘Allen’ zitten, net als in het verhaal van de torenbouw, op een kluitje bij elkaar, bang om de opdracht om uit te trekken over de wereld te vervullen (Gen. 1,27vv; Hand. 1,8). Maar net zoals Babel (babel: poort van God) Gods open deur wordt, wordt ook hier de impasse doorbroken. Met ‘ademtocht en vuur’ wordt bij ieder nieuw leven ingeblazen. Als in Babel ontstaat ook in Jeruzalem verwarring vanwege taal, maar anders. Want nu wordt in verschillende talen hetzelfde woord gehoord, van de grote daden van de Eeuwige, die Hij door Jezus deed en waarvan zij weten, omdat Hij onder hen leefde (Hand. 2,11.22). Dat woord is voor iedereen verstaanbaar.

Metamorfose

Alle mensen, zonen en dochters, mogen dit woord in de eigen taal vanaf deze ene plaats gaan verspreiden naar de uiteinden der aarde (Hand. 1,8). Aan het eind van die eerste dag van het oogstfeest: drieduizend eerstelingen als nieuwe oogst (2,41). ‘De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt’ daar in Jeruzalem. En zonder sceptici geen uitdaging (2,13). In Johannes 14,8-17 zijn de leerlingen nog onzeker en angstig. Wat zal er met hen gebeuren als Jezus er niet meer is? Beurtelings stellen zij Hem vragen waaruit hun gebrek aan vertrouwen blijkt: Filippus, na Petrus en Tomas. Toch hoeven zij niet bang te zijn (14,27). Zij hebben Jezus gehoord en meegemaakt. Als zij dat grote gebod van liefde voor God en de naaste doen, zoals Jezus hun heeft voorgeleefd, dan mogen zij erop vertrouwen dat zij, na Jezus’ terugkeer naar de Vader, delen in Zijn Geest, zoals Elisa het dubbele van Elia’s geest ontving (2 Kon. 2,9-15).

En hier op sjavoeot gebeurt het! Met enkele woorden tekent Lucas de metamorfose die Petrus ondergaat na zijn vuurdoop in de heilige Geest (Hand. 2,14). Met de elf staat hij daar als vertegenwoordiging van de twaalf stammen van Israël en weerlegt ferm de aantijging dat zij dronkemanspraat verkopen: het is nog te vroeg in de ochtend. Hier staat geen angstige visser, maar een brok graniet met een redenaarstalent volgens de beste hellenistische traditie. Het is Petrus’ coming out. Hij kondigt aan geen doekjes te winden om wat in de oren moet worden geknoopt (Gr.: enootisasthe). In drie ronden getuigt hij voor een menigte uit alle windstreken met Schriftcitaten, die hij verbindt met de actualiteit, dat ‘God deze Jezus heeft laten opstaan’ (2,22-24.32). Telkens spreekt hij de toehoorders aan op wat hen verbindt. Zo zijn zij als joden in Jeruzalem, kinderen van één volk (2,14), allen getuige geweest van het Pinkstergebeuren, dat hij interpreteert als vervulling van de profetie van Joël.

Profetie van Joël

Bij Joël neemt de ‘dag van de Eeuwige’, verbonden met een crisissituatie, een centrale plaats in. Er komt een oordeel, maar voor wie tot de Eeuwige roepen, is er redding. Petrus maakt duidelijk dat ook nu een moment van ‘crisis’ is: van kiezen. De Geest van de Eeuwige is over ieder neergedaald en ieder die de Naam aanroept en verkondigt, zal behouden blijven. Dat geldt niet alleen voor Israël, maar voor allen die leven als ‘ebed Adonai: dienaar/dienares van de Eeuwige in het voetspoor van Jezus. Die dag is niet ‘angstwekkend’, zoals voor Joël, maar ‘groot en stralend’ (2,20-21).

De verzen 22-24.32 bevatten de kern van Petrus’ boodschap. In deze tweede ronde spreekt hij zijn gehoor aan met ‘Israëlieten’, die als zodanig in de traditie staan van de verwachting van de dag. Zij zijn getuigen geweest van de machtige daden, wonderen en tekenen, die die dag aankondigden en waardoor God Jezus heeft doen kennen als zijn welbeminde, die door anomoi, Toralozen, ter dood is gebracht. Door zijn gehoor tot de Toragetrouwen te rekenen, verzacht Petrus schuldgevoelens en verklaart hen impliciet tot medewerkers. Bij de derde ronde spreekt hij hen dan ook aan als ‘broeders en zusters’ (29). Dat zijn zij, omdat Gods nabijheid in Jezus Geest hen met elkaar verbindt: allen zijn er getuigen van dat Hij leeft (32).

In de bijbel wordt vaker een actuele ervaring teruggeprojecteerd in het verleden om de toekomst te openen. Van Babel naar Jeruzalem; van één plaats naar de vele diaspora; van één taal naar de vele dialecten; van de ziggurat van de maangodin Sin in Sinear naar de inwoning van de adem van de Eeuwige in velen. Van de beperkingen van de ballingschap naar de vrijheid van de Tora, zoals die door Jezus aan zijn leerlingen werd geleerd.

Ik leerde: ‘Met Pinksteren daalt de heilige Geest neer over de twaalf’. Maar dat is niet de hele boodschap. Heilige Geest komt als vuur over allen. Over al die bange mannen en vrouwen in dat huis/die tempel van Jeruzalem. Over ieder die niet naar buiten durft om te getuigen van Jezus. Iedereen die door Gods goede Geest naar buiten wordt gedreven, is zijn apostel. Allen, m/v, zijn rib uit Jezus’ lijf, om bezield door zijn Geest de aarde te maken tot een plaats waar het zeer tov is voor iedereen, zoals het was … een nieuw begin.

Wellicht ook interessant

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

Medische verrassingen in de Bijbel
Medische verrassingen in de Bijbel
None

Thema: Medische verrassingen in de Bijbel

In de Bijbel staat verrassend veel informatie over gezondheid en ziekte, vanuit het oude testament komen veel regels naar voren om ziekte en de verdere verspreiding van ziekte te voorkomen. Veel van deze regels zijn nog steeds actueel. Van oud-testamentische narcose tot het nut van de reinheidswetten. Tom Mikkers gaat in deze aflevering in gesprek met Alie Hoek-van Kooten die het boek Medische verrassingen in de Bijbel schreef. Zij gaat in het gesprek ook in op de manier waarop mensen in de Bijbelse tijden met ziekte omgingen en welke rol hun geloof daarin speelde. Een nieuwe invalshoek op bekende materie, toegankelijk en verrassend.

Nieuwe boeken