Menu

Basis

De Slavenbijbel

De slavenbijbel
Titelpagina van de Slavenbijbel. Londen 1807. Glasgow - University of Glasgow Library.

In 2018 richtte het Museum van de Bijbel in Washington een tentoonstelling in rond de slavenbijbel. Een tentoonstelling die veel stof deed opwaaien in de VS en daarbuiten. De slavenbijbel is een speciale Bijbel. Hij werd gedrukt in 1807 en op de markt gebracht door het Britse zendingsgenootschap The Society for the Conversion and Religeous Instruction and Education of Negro Slaves.  Hij was bedoeld voor slaafgemaakte mensen die op plantages in het Caraïbisch gebied dwangarbeid verrichten. De zendelingen hadden het plan opgevat de ongeletterde slaafgemaakten lezen te leren. De plantage-eigenaars vonden dat plan gevaarlijk en wilden er niets van weten.

De slaafgemaakten kwamen oorspronkelijk uit Afrika en waren door op winst beluste Franse, Portugese, Engelse, Hollandse en Zeeuwse kooplieden onder erbarmelijke toestanden verscheept naar de nieuwe wereld. Bij aankomst werden ze daar verkocht aan plantage- houders en andere belangstellenden. Om aan de bezwaren van de plantage- houders tegemoet te komen kwamen de zendelingen op het idee een speciale Bijbel voor slaafgemaakten te drukken.  Die Bijbel moest geen teksten bevatten die de slaafgemaakten  zouden kunnen aanzetten tot opstandig gedrag. De zendelingen kozen dan ook voornamelijk teksten die oproepen tot gehoorzaamheid, onderwerping en nederigheid. De Bijbel zou een instrument kunnen zijn om slaafgemaakten tot betere, dat wil zeggen tot handelbare en gewillige slaven te vormen.  Slaafgemaakten die christen werden zouden bijvoorbeeld door het volgen van Jezus, een nederig, zachtmoedig en gehoorzaam mens, zich moreel ontwikkelen tot goede mensen.  Ook de wijsheid lessen van de Wijsheidboeken konden als pedagogisch middel dienen.

Geselecteerde delen: de inhoud van de slavenbijbel

Zo ontstond de slavenbijbel, een bijbeluitgave die slechts 10 % van het Oude Testament bevat en 50% van het Nieuwe Testament. De Bijbel kwam op de markt met de titel: Select parts of the Holy Bible: fort the use of Negro Slaves in the British West-Indian Islands. De teksten waren genomen uit de vertaling die bekend staat als de King James Bijbel (1611). De taal van de King James Bijbel was het Engels van de zeventiende eeuw, een taal die slaafgemaakten niet kenden. Slavenhouders spraken tegen hun slaafgemaakten gewoon in het Engels.  De uitsluitend witte zendelingen die in de Caraïben werkten, preekten ook in het Engels.  Wat de slaafgemaakten verstonden of begrepen van de Bijbelse teksten blijft voor ons grotendeels een vraag.

Na verloop van tijd ontstond er een nieuwe taal onder de slaafgemaakten op de plantages: het Pidgin Engels. De slaafgemaakten hoorden het Engels van hun meesters en op het gehoor herhaalden ze bepaalde woorden en uitdrukkingen. Ze brabbelden het Engels na, maar dat niet alleen;  ze ontwikkelden op de basis van het Engels een nieuwe taal, met een eigen grammatica. In die taal vertaalde men de slavenbijbel. Die editie kwam in 1829 uit.

Het Oude Testament:

De slavenbijbel opent met Genesis 1-3, de schepping en de zondeval van de mens.  Het verhaal van de broedermoord van Kain en Abel ontbreekt. Daarna volgen de zondvloed verhalen, 6-8. Het verhaal van de dronkenschap van Noach  en  de vloek over de zoon van Cham ontbreekt.  Dat verhaal speelde in de zeventiende eeuw een prominente rol In de discussie over slavernij.  Ik kom daar later nog op terug. 

De Bijbel zou een instrument kunnen zijn om slaafgemaakten tot betere, dat wil zeggen tot handelbare en gewillige slaven te vormen

Exodus, het boek van de bevrijding van de Hebreeuwse slaven ut Egypte ontbreekt bijna geheel. Alleen de hoofdstukken 19 en 20, over de wetgeving en de sluiting van het verbond met Jahweh in de Sinaï woestijn, zijn gespaard gebleven. De boeken Leviticus en Numeri ontbreken. Van Deuteronomium zijn er enkele hoofdstukken: 4-6, 8-11, 28.

De zendelingen namen heel wat verhalen uit de boeken 1 en 2 Samuel, 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken over. Vooral David is prominent aanwezig in de Slavenbijbel. David de rechtvaardige en nederige Koning: een beeld van Messias Jezus. 

Ook Job heeft zijn plaats in de slavenbijbel: hoofdstukken 1-3, 38-39 en 42. De man die zich onderwierp aan God en zijn miserabel lot aanvaardde, kon ook als voorbeeld dienen.

Het boek Psalmen is niet terug te vinden in de slavenbijbel. De taal van gewelddadig verzet en strijd tegen je vijanden werd door de samenstellers van de bijbeluitgave kennelijk gevaarlijk voor slaafgemaakten gevonden. Het boek Spreuken werd voor een groot deel opgenomen en het boek Prediker zelfs in zijn geheel. De samenstellers van de slavenbijbel zagen in de teksten van de Wijsheid boeken goed materiaal om  slaafgemaakten op een hoger moreel niveau te brengen.

Weinig tekst is er uit de profetische boeken genomen. Relatief veel uit het boek Jesaja. De Messiaanse teksten uit dat boek werden uitermate geschikt geacht voor gebruik onder de slaafgemaakten. Slechts enkele teksten uit Hosea en Joel vonden hun weg. Uit de andere profetische boeken is er niets. Het verhaal van Daniel vinden we weer wel terug.   

Het Nieuwe Testament:

Iets meer dan 50 % van het Nieuwe Testament vinden we terug in de Slavenbijbel. Mattheus, Lucas en Handelingen zijn boeken die in zijn geheel overgenomen zijn. Marcus ontbreekt. Van het Johannes evangelie alleen de hoofdstukken 4-5, 11, 13 19-21.  Het boek Handelingen van de Apostelen is in zijn geheel opgenomen.

Uit de brieven is een selectie gemaakt.  Teksten die slavernij kunnen legitimering zijn opgenomen. Teksten die slavernij schijnen te veroordelen weggelaten. Zo vinden we Efeziërs 6:5 terug:

Slaven, gehoorzaam uw aardse meester, zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid,

Een tekst als Galaten 3: 18 is weggelaten:

Er zijn geen Joden of Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen- u bent allen een in Christus.

De bekende tekst uit Romeinen 13, waarin Paulus christenen oproept alle bevoegd gezag te erkennen omdat er geen gezag is op aarde dat niet van God komt, is wel degelijk opgenomen in de slavenbijbel.

Het is ook bepalend voor de gedachtegang achter de Slavenbijbel dat het hele boek van de Openbaring van Johannes ontbreekt.  Apocalyptisch denken spoorde niet met de protestantse ethiek van de zeventiende en achttiende eeuw.  Het was een tijd van vooruitgang en van exploratie. Een tijd waarin er grote technologische ontwikkelingen plaatsvonden.  De wereldhandel kwam op.  De hele wereld lag open voor de westerse landen.  De witte mens had de opdracht van de Schepper gekregen om de wereld te veroveren. Wanneer je goede winsten maakte in de handel werd dat gezien als een zegen van de Allerhoogste. Dat was in de Middeleeuwen niet het geval.  Het einde der tijden afwachten in gelatenheid sprak de westerse mens uit de zeventiende eeuw niet meer aan. De geest van het kapitalisme kwam op. 

Voor de nieuwsgierige lezer komt wellicht de vraag op hoe men de gehele tekst van de slavenbijbel kan raadplegen. Het tentoongestelde exemplaar in het museum van de Bijbel hoort in de bibliotheek van de universiteit van Glascow. Er zijn nog slechts drie exemplaren van de slavenbijbel over, die zich in bibliotheken bevinden. De gehele tekst is gedigitaliseerd en te vinden via www.yumpu.com.

De slavenbijbel
Titelpagina van de Slavenbijbel. Londen 1807. Glasgow – University of Glasgow Library.

Een omstreden project

De tentoonstelling gewijd aan de slavenbijbel in het Museum van de Bijbel in Washington werd al gauw omstreden. Voorstanders waren blij met de aandacht die de oude Bijbeluitgave kreeg. Ze zagen er waardering in voor het werk van vroege zendelingen. Die zendelingen hadden het zielenheil van de Afrikaanse slaaf beoogd.  Ze verkondigden Jezus als bevrijder van een ander soort slavernij dan die van de realiteit van iedere dag waarin ze leefden.  Ze zagen de slavernij van de Afrikaanse mens als een geestelijke realiteit.  Afrikanen zijn slaven van zonde, tovenarij en demonen, meenden ze. Zij verkondigden Jezus Christus als de redder en bevrijder van demonen. Die laatstgenoemde gedachte sluit aan bij het gedachtegoed van hedendaagse conservatieve evangelische groepen en kerken. 

De vraag hoe men het christelijke geloof kon rijmen met de onmenselijk behandeling van Afrikaanse mensen op slavenschepen en op plantages vraagt om antwoorden

Tegenstanders van de tentoonstelling verfoeien het (mis)gebruik van Bijbelse teksten om slaafgemaakten nederig, passief en gehoorzaam aan hun slavenmeesters te maken met het instrument Bijbel in de hand. Zij wantrouwden de goede intenties van de samenstellers van de slavenbijbel. Ze vinden het ongepast om vandaag aan de dag de slavenbijbel weer aandacht te geven.

De culturele context van de slavenbijbel

De slavenbijbel is een product van protestants theologisch denken uit vorige eeuwen.  Het product past in theologisch discussies over de legitimiteit van slavenhandel en slavenhouden. Om de achtergrond van het denken over de mensonterende trans-Atlantische slavenhandel van de zeventiende en achttiende in kaart te brengen moeten we de culturele context van die periode schetsen. [citaat] De vraag hoe men het christelijke geloof kon rijmen met de onmenselijk behandeling van Afrikaanse mensen op slavenschepen en op plantages vraagt om antwoorden. Wat geloofden onze voorouders? Hoe beïnvloedde hun geloof hun ethiek ten aanzien van de slavernij?

Er zijn vier aanwijzingen die het ontstaan van de slavenbijbel kunnen verklaren, en de vragen hierboven kunnen beantwoorden.

  1. Het geloof in de voorzienigheid van God
  2. Het geloof in de suprematie van het witte ras.
  3. Het geloof in de demonisering van de Afrikaanse mens
  4. Het geloof in de mogelijkheid van verlossing van de Afrikaanse mens door de verdienste van Jezus Christus.

Ad 1. Het geloof in de voorzienigheid van God

John Newton de schrijver van de bekende Engelse hymne; Amazing Grace, was jarenlang kapitein van een slavenschip. Toen hij op jonge leeftijd met zijn schip in een orkaan voor de kust van Ierland terecht kwam en overleefde, zag hij dat als een persoonlijk ingrijpen van de Almachtige.  Newton werd een wedergeboren christen maar dat weerhield hem er niet van om nog drie reizen te maken als kapitein op een slavenschip. Hij voelde zich zelfs persoonlijk geroepen door de Voorzienigheid om dat werk te doen. In zijn hut moest hij het kermen van de vastgeketende slaven onder in de ruimen van het schip gehoord hebben. Toch vond hij zichzelf een vroom christen. Op zijn tweede en derde reis besteedde hij veel tijd aan zijn spiritueel leven. Hij hield een dagboek bij waarin hij zijn geestelijk leven weergaf.  Ieder dag bestede hij uren aan gebed en Bijbelstudie. Newton geloofde in de Goddelijke voorzienigheid. Alles wat er gebeurde op aarde werd door de hand van God bestuurd.  Protestante theologen verbonden het een en met het ander. Het feit dat miljoenen mensen van Afrika naar Amerika verscheept werden kon alleen plaats vinden als de Almachtige dat zo bepaald en gewild had, meende men. Sommige theologen zagen er zelfs een heilsplan van de Schepper in. De Voorzienigheid had bepaald dat Afrikaanse mensen, slaven van demonen, naar Amerika verscheept moesten worden om daar met het evangelie van Jezus Christus in aanraking gebracht te worden. John Newton kwam tijdens zijn leven tot andere inzichten over de slavernij. Hij werd Anglicaans predikant en streed voor de afschaffing van de slavernij

Ad 2.  Het geloof in de suprematie van het witte ras.

In de zestiende en zeventiende eeuw kwam de trans-Atlantische slavenhandel op. Die lucratieve en mensonterende handel riep ethische vragen op. De Engelse en Hollandse theologen zochten naar antwoorden. Ze namen de Bijbel in de hand en ontwierpen een theologische en politieke narratief die voornamelijk rustte op de aanname dat de Afrikaanse mens inferieur was ten aanzien van de witte mens. Kort door de bocht: de Schepper is wit, hij schiep de mens naar zijn beeld, zo werd de witte mens geboren. Die mens kreeg de opdracht de aarde te onderwerpen. Volgens die redenering is de Afrikaanse mens is dus niet naar het beeld van God geschapen.

Een tweede narratief gaat terug op het verhaal van de dronkenschap van Noach. Dat verhaal vertelt hoe Noach dronken werd en zich van zijn kleren ontdeed. Zijn zoon Cham bespotte zijn vader in plaats hem respectvol te bedekken met een kleed. Toen hij zijn twee broers riep bedekten die twee wel hun vader respectvol. Toen Noach uit zijn roes ontwaakte vervloekte hij Kanaän, de zoon van Cham:

Vervloekt zal Kanaän zijn,
Hij zal de minste van de slaven van zijn broers zijn.
(Genesis 5: 20)

De theologen uit de zeventiende eeuw ontdekten in de geslachtsregisters van het boek Genesis de naam Kus. De naam van een andere zoon van Cham. Kus is het Hebreeuwse woord voor zwart. Men concludeerde dat Kus naar het zwarte ras verwijst, naar de Afrikaanse mens. Dat ras was, volgens de beredenering, voorbestemd om als slaaf door het leven te moeten. De Schepper had bepaald dat de afstammelingen van Kus de afstammelingen van de andere twee zonen van Noach moesten dienen.   De tekst van de vloek van Noach werd gebruikt als een vrijbrief om medemensen uit Afrika te verhandelen als vee. 

Een van de meer bekende Nederlandse theologen die zich uitsprak over de ethiek van de handel en het verhandelen en houden van slaafgemaakten was Ds. Udemans van Zierikzee. Hij probeerde ethische richtlijnen te vinden in de Bijbel.  Hij liet zich inspireren door teksten uit de Thora, die een menselijke behandeling van slaven voorschreven. Udemans vond geen grond in de Bijbel om slavernij af te keuren. Hij keurde echter alleen het kopen, verkopen en houden van heidense slaven goed. Het Bijbelse gebod (Deuteronomium 15: 12) om slaafgemaakte Israëlieten na 6 jaar slavernij vrij te laten paste Udemans  toe op de situatie van de slaafgemaakten die christen geworden waren.  Volgens hem zouden die ook na 6 jaar de vrijheid moeten krijgen. Plantagehouders en Hollandse kooplieden vonden dat een brug te ver en het advies van Udemans is nooit opgevolgd zover we weten.

Ad 3. Het geloof in de demonisering van de Afrikaanse mens

In de zeventiende eeuw was er nauwelijks betrouwbare kennis van de talen en culturen van de Afrikaanse stammen in het Westen. Afrika was het donkere continent. Onbekend voor de westerse mens. De kennis over Afrikaanse culturen is in de afgelopen 50 jaar enorm toegenomen. Overigens bestaan er nog steeds vooroordelen bij   het grote publiek. Vele mensen denken bijvoorbeeld nog steeds dat Afrikaanse talen gebrekkige talen zijn inferieur aan Europese talen. Men weet niet dat het uiterst ingenieuze complexe communicatiesystemen zijn.  Ook de kennis van Afrikaanse religies is bepaald niet doorgedrongen bij de massa. De gedachtes dat Afrikaanse mensen niet logisch kunnen denken, totaal in de ban van demonen zijn, blijven hardnekkig de ronde doen in het Westen. 

Toen de hedendaagse Afrikaanse theologe Musa Dube voor het eerst het Nieuwe Testament las in haar moedertaal, het Tswana, schrok ze. De vertalers gebruikten het woord damino als equivalent voor demon. Het woord in Tswana is de term voor overleden voorouder.  Dube gelooft niet dat die foute keuze voortkwam uit onwetendheid. Ze gaat ervan uit dat de Schotse zendeling Robbert Moffat strategisch koos. De zendelingen hadden geen respect voor Afrikaanse religies, zij verafschuwden de verering van voorouders.  De kern van Afrikaanse religies is nu juist de verering van voorouders. Naast die vooroudercultus is er echter ook geloof in een Schepper. Dat laatste wisten de vroege zendelingen niet. Met de keuze van het woord damino kon Moffat  inderdaad de Twsana religie demoniseren.

Ad 4.  Het geloof in de mogelijkheid van verlossing van de Afrikaanse mens door de verdienste van Jezus Christus.

Jezus heeft zover we weten geen concrete aanwijzingen gegeven hoe slaven behandeld dienen te worden. Hij was ook geen voorstander van het afschaffen van de slavernij.  De zeventiende -eeuwse protestante theologen lazen het Nieuwe Testament met grote aandacht.  Ze begrepen uit dat Nieuwe Testament dat de geest van Jezus niet strookt met de praktijk van slavernij. Hun geloof in predestinatie leidde hen naar de gedachte dat Jezus ook naar de wereld gekomen was om zwarte mensen te redden. Dat hield in dat de Allerhoogste ook mensen uit andere volken en stammen had uitgekozen voor het eeuwige heil.  Daar volgde uit dat het evangelie ook aan zwarte slaven verkondigd moest worden.  Dat geloof heeft een Bijbeluitgave als de slavenbijbel mogelijk gemaakt.

Kortom, een cultuur-historische bril kan ons helpen de vragen te beantwoorden hoe de slavenbijbel tot stand kon komen, en hoe de ethiek rondom slavernij kon worden beargumenteerd.

Krijn van der Jagt studeerde sociale wetenschappen en theologie. Als vertaalconsulent in dienst van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen adviseerde hij vanaf 1978 vertalers van de Bijbel in Afrika en Azië.

Literatuur

Dube, M. Postcolonial Feminist Interpretation of the Bible. 2000. Saint Louis: Chalice

Van der Jagt K. Voorbij geweld en discriminatie. Een postkoloniale lezing van de Bijbel. Amsterdam: Athenaeum. 2018.

Newton J. Journal of Slave Trader. London: Epworth Press 1962

Udemans, G.  Het geestelijck Roer van t Coopmans-schip. Een uittreksel van dit werk staat op Theologienet.nl


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken