Die lust ik ook!
Bij Matteüs 15,21-28
Gesprek
Voorwerp: een doos met luxe kersenbonbons, en achter de hand wat (verantwoord) kindersnoep, bijvoorbeeld doosjes rozijnen.
Roep als voorganger de kinderen naar voren en laat alleen de heerlijke bonbons zien: ‘Ik heb nog meer, een doos met gembersnoepjes, en in de consistorie nog een hele rumtaart.’
Ga net zo lang door tot de kinderen vragen of ze er ook iets van krijgen.
Zeg dan: ‘Nee, dat is niet voor jullie. Dat is voor de grote mensen.
Daar zijn jullie te klein voor.’
Als de kinderen zeggen: ‘Dat lusten wij ook wel’, dan zeg je verbaasd:
‘O, dat wist ik niet. Er is een verschil tussen kindersnoep en snoep voor volwassenen.’
Geef de kinderen ten slotte wat kindersnoep.
Soms zeggen mensen: ‘Dat is niets voor jullie.’ Hoe vind je dat?
Wanneer voel je je buitengesloten? Als je niet mee mag doen met grote mensen?
Sommige dingen zijn inderdaad niet goed voor kindermondjes, kinderoren en kinderogen.
Verhaal: Niet te klein voor geluk
Evi is nog maar zeven jaar, en toch heeft ze twee maanden geleden de avondvierdaagse helemaal uitgelopen. Nu is ze met haar vader en moeder op vakantie in Zwitserland.
Haar ouders gaan morgen met een groep mensen een hoge berg op. Alle kinderen mogen op de camping blijven met Joris, de activiteitenleider. Hij gaat met ze sporten.
De meeste kinderen zijn blij. Ze gaan liever voetballen of pingpongen dan in de bergen lopen. Wandelen vinden ze saai.
Maar Evi krijgt die avond buikpijn. Ze kan niet slapen.
‘Wat is er?’ vraagt mama.
‘Ik wil met jullie mee,’ huilt Evi. ‘Ik kan best een hoge berg op.’
Mama zucht en papa zegt: ‘Dat wordt niets, meisje, dat is veel te zwaar voor jou.’
Evi krijgt alleen maar meer buikpijn. ‘Ik wil bij jullie blijven,’ huilt ze.
‘Vooruit dan maar,’ zegt papa ten slotte. ‘Maar ik wil geen gezeur horen van: ik ben zo moe!’
‘Tuurlijk niet!’ zegt Evi. Haar buikpijn is meteen over en nu kan ze ook slapen.
De volgende ochtend loopt Evi dapper mee met de groep grote mensen. Ze praat honderduit met de volwassenen en geniet van alle bloemetjes en het prachtige uitzicht op de berg.
‘Zie je wel, ik ben niet te klein,’ zegt ze, ‘de bergen zijn ook voor kinderen.’